Dit boek brengt je achter de schermen van het historisch onderzoek. Het maakt duidelijk wat historici doen, hoe ze dat doen, en waarom ze dat doen.
Historici willen antwoorden vinden op vragen over mens en maatschappij in het verleden. Tijdens hun onderzoek volgen ze een aantal spelregels. Eerst beoordelen ze op een kritische manier getuigenissen uit eerste hand, of dat nu teksten, interviews, beelden of artefacten zijn. Vervolgens analyseren ze de historische context en vergelijken ze hun bevindingen met resultaten van anderen. Ten slotte komen ze tot nieuwe historische inzichten in een boeiend geschreven onderzoeksverslag. Daardoor zijn geschiedkundigen voortreffelijke vorsers, verhalenvertellers en schrijvers.
Naast een inleiding op de historische kritiek en methode, reflecteert dit boek op de rol van geschiedenis als wetenschap: wat zijn de trends en debatten in de geschiedschrijving? In hoeverre kunnen historici kennis over het verleden bereiken? En welke rol hebben historici in de maatschappij? Ook hier wordt duidelijk dat geschiedenis een werkwoord is; je kan ermee aan de slag.
Dit boek geeft een inleiding te geven tot wat historisch onderzoek is, en het is uiteraard ook bedoeld als kennismaking voor studenten in de menswetenschappen, maar het is zoveel meer dan dat. Soen schetst niet alleen de klassieke aanpak van het historische métier (het bronnenonderzoek, de historische methode, enz.), maar heeft vooral oog voor de recente tendensen en debatten in dat onderzoek. Wat opvalt is dat ze in het bijzonder de lessen die er zijn getrokken uit de zware aanval vanuit het postmodernisme (Hayden White en zijn linguistic turn) heel goed in de verf zet: geschiedonderzoek leek daarna uitgeteld, maar integendeel, het heeft de terechte inzichten van die stroming ter harte genomen en verwerkt (zonder de excessen), en het heeft het historisch onderzoek een nieuw elan gegeven. Een absolute aanrader voor wie aan geschiedkundig onderzoek begint, ook door zijn erg didactische uitwerking! Zie ook mijn langere bespreking in mijn Sensofhistory-alias: https://www.goodreads.com/review/show...
Voor mij is dit ronduit de beste inleiding tot historisch onderzoek die in het Nederlands ter beschikking is. Soen is erin geslaagd de basics van de methodologie weer te geven, op een heel systematische, didactische en tegelijk ook aangenaam leesbare manier, en dat is geen evidentie. Maar de grootste waarde van dit werk schuilt toch in het feit dat het echt wel up-to-date is en alle recente evoluties die het geschiedenisonderzoek heeft ondergaan verwerkt zijn. Veel aandacht gaat daarbij – uiteraard – naar het postmodernisme en vooral de frontale aanval van de narrativisten (Hayden en co) op wat de essentie leek van de studie van de geschiedenis. Soen geeft mooi aan dat dit narrativisme (elke geschiedenisstudie is een verhaal, een narratief, dat door de auteur zelf geconstrueerd en door hem/haar, zijn/haar tijd en milieu en voor de taal geconditioneerd is) de historici veel meer bewust heeft gemaakt van de talige/narratieve structuur van hun benadering. Maar tegelijk dat die “linguistic turn” op zijn beurt dikwijls doorgeschoten is in een compleet relativisme dat elk betrouwbaar geschiedenisonderzoek onmogelijk leek te maken. Gelukkig bewijst de praktijk, namelijk datgene wat professionele en niet-professionele historici nog altijd overvloedig naar buiten brengen, dat die historische methode er wel degelijk toe doet en absoluut relevante informatie naar boven brengt over het verleden. Uiteraard moet het onderzoek maximaal inzetten op contextualiseren (eerder dan zuiver causaal verklaren), en transparant en dynamisch genoeg zijn om de dialoog met andere visies aan te kunnen.
Alle lof dus aan Soen, maar toch twee kanttekeningen. In de hele discussie over of het verleden bestudeerd moet worden om het verleden zelf, of vanuit een hedendaagse vraagstelling, heb ik de indruk dat ze een beetje om de hete brij heen gaat; uiteraard zijn de uitersten in dit moeilijke debat absoluut te verwerpen (zowel het hodie-centrisme als het anti-presentisme), maar Soen houdt zich op dit domein nogal op de vlakte en neemt niet echt een eigen standpunt in. Die duidelijkheid is er wel in haar behandeling van de recente (nou ja recent) tendensen van Global History en Big History: daarover is ze ronduit kritisch; de eerste (Global History) doet ze impliciet af als een bijna hypothetische benadering, omdat het onmogelijk is alle primaire bronnen te raadplegen (dat is natuurlijk zo, maar dat doet daarom toch niet per definitie iets af aan studies die zich baseren op secundaire literatuur); en over Big History is ze ronduit denigrerend vanwege de veel te grote aandacht aan natuurwetenschappelijke benaderingen (dat was zeker zo in het begin, maar wie de website Bighistory volgt, kan merken dat dat intussen nogal is bijgestuurd).
** Deze auteur voert een vorm van intellectueel theater op, maar biedt daarbij geen diepgang, helderheid of structuur. **
Violet Soen probeert in Geschiedenis is een werkwoord een pleidooi te houden voor het kritisch en open benaderen van het verleden, los van moraliserende of simplificerende connotaties. Ironisch genoeg schiet het boek hier precies in de eigen valkuil: het wijst anderen terecht voor het moraliseren van geschiedenis, terwijl het zelf op diverse momenten normatief en beschuldigend overkomt — vooral richting politici en journalisten.
Deze tegenstrijdigheid is niet alleen verwarrend, maar ook storend. Als lezer wordt je uitgenodigd om nuance te omarmen, maar vervolgens overspoeld met eenzijdige voorbeelden en moralistische uitspraken. In plaats van helderheid biedt de tekst langdradige zinnen en conceptuele mist, zonder duidelijke structuur of richting.
Voor studenten of geïnteresseerden met een analytische geest die behoefte hebben aan overzicht, context en structuur, voelt dit boek eerder als een doolhof dan als een gids. Wat een oproep tot kritische geschiedbeoefening had kunnen zijn, blijft steken in wolligheid, herhaling en interne tegenspraak.
Kortom, een boek dat het belang van nuance en helderheid predikt, maar zichzelf tegenspreekt in vorm én toon. Een frustrerende leeservaring voor wie op zoek is naar inzicht.
Nog een irritatie.
Wat de auteur presenteert als "definities" van geschiedenis — namelijk "Geschichte ist, was geschehen ist" en "Historia rerum gestarum" — zijn in werkelijkheid geen definities, maar historiografische posities of perspectieven. Het zijn uiteenlopende visies op wat geschiedenis zou kunnen betekenen, geen objectieve, begripsmatige omschrijvingen. Door deze perspectieven als definities neer te zetten, verwart de auteur fundamenteel het verschil tussen een beschrijvende definitie en een normatief standpunt binnen het vakgebied.
En nog een irritatiepuntje.
De auteur verwijst naar Herodotus’ bekende uitspraak dat het zijn taak is te rapporteren wat verteld wordt, zonder per se te geloven wat hij noteert—een vroege vorm van bronkritiek. Toch wordt deze houding vrijwel meteen genegeerd door hem te reduceren tot "een kind van zijn tijd" vanwege zijn vermelding van orakels en vliegende slangen. Deze spanning wordt versterkt door de vermelding dat Cicero hem zowel de vader van de geschiedschrijving als van de leugen noemde—een uitspraak die hier zonder context wordt gebruikt. In plaats van te duiden hoe Herodotus balanceerde tussen mythe en verslaglegging, of hoe de antieke wereld anders met feiten en verhalen omging, laat de auteur de kans liggen om historische ontwikkeling in denken werkelijk te verhelderen. Het resultaat is een verwarrend en onrechtvaardig beeld van een sleutelfiguur in de historiografie.
Interessante cursus met veel interessante voorbeelden waar ik geprikkeld ben om meer over te leren. Wel een beetje moeilijk om via het boek te studeren, ook het gebrek aan antwoorden van de test jezelf sectie waren een beetje storend.