'Sommige managers lijken uit een bouwpakket van Ikea te komen. Je hebt dit type vast al een keer op de werkvloer ontmoet: hij heeft zo veel managementcursussen gevolgd, van leiderschap over conflicthantering tot timemanagement, dat hij een kant-en-klaar product is geworden. Je vindt hem bij Ikea terug in de afdeling kantoormateriaal, naast de lectuurbakken, onder de merknaam KNUDDE.' Heeft u weleens buikkrampen als u de uitnodiging krijgt voor het jaarlijkse evaluatiegesprek? Gaan uw oren ook tuiten bij rare managerstermen als 'task force', 'big rocks' of 'core competence'? Vindt u stiekem dat het begrip 'teamplayer' overroepen is? Dan is dit boek beslist iets voor u. Tien jaar geleden besloot journaliste Ilse Ceulemans om minder te gaan werken. Ze wilde meer bij haar kinderen zijn, maar vooral had ze het gevoel dat de managementcultuur haar werkplezier deed verdampen. In 'Het Ministerie van Werkplezier' toont ze waar ze zitten, de energiezuigers en de stoorzenders van de werkvloer. Met de frisse blik van de buitenstaander en de nodige humor fileert Ilse Ceulemans de vreemde gewoontes op en rond het kantooreiland. Haar man Serge Ornelis vult aan vanuit zijn expertise als coach voor managers en beantwoordt Ilses lastige vragen als: Waarom willen we alles in regeltjes gieten? Is de flexibele werknemer een mythe? Hoe ver mag macht gaan? Dankzij dit boek gaat u weer rustiger ademen als u aan uw werk denkt.
Klein fijn boekje dat ik met plezier gelezen heb maar voor een non-fictie boek vond ik het allemaal nogal vrijblijvend en te weinig onderbouwd.
In het grootste deel van dit boek omschrijft Ceulemans 14 “plezierbedervers”: zaken die met het werk te maken hebben (en waar waarschijnlijk het overgrote deel van de werkende mens vroeg of laat mee te maken krijgt) maar niet echt met de jobinhoud an sich. Alles wat bovenop de eigenlijke job komt zoals vergaderen, evaluaties, ontmenselijkte managers, de problemen met flexibel werken of landschapsbureaus enz., en dat er voor zorgt dat de efficiëntie, de motivatie en het werkplezier vermindert of zelfs verdwijnt. Elk van deze 14 stoorzenders wordt in een hoofdstukje omschreven en daarbij baseert ze zich op wat ze zelf heeft meegemaakt, welk effect dit op haar had en hoe het de productiviteit naar beneden haalt. Elk hoofdstukje eindigt met een vraag aan haar man Serge Ornelis, een coach voor leidinggevenden en communicatie, die daar een uitgebreid antwoord op geeft.
In het laatste deel omschrijft ze hoe het volgens haar beter kan. Alleen gaat ze hier in het extreme een ideale, utopische kantooromgeving beschrijven die wel goed bedoeld is maar volgens mij nogal naïef.
Ceulemans schrijft goed, vlot en duidelijk. Haar jaren als journaliste zijn duidelijk leesbaar.
Haar analyses zijn er meestal wel “boenk op”. Ik denk dat ik toch wel 95% van haar analyses en gevoelens daarbij herken. Maar daar blijft het dan bij. Het is uiteraard ergens leuk om wat je zelf al jarenlang weet en verkondigt ook eens van een ander te lezen maar het helpt natuurlijk niemand vooruit. Een goede analyse is één ding. Een goede oplossing formuleren is een ander paar mouwen en daar schiet Ceulemans volledig de bal mis. Met haar utopische opsomming komt niemand een meter verder als zij of hij een nieuwe werkdag tegemoet treedt.
Ceulemans doet een poging om het kantoorleven te analyseren en te verbeteren maar spijtig genoeg is het meeste gebaseerd op haar eigen ervaring als journaliste en redactrice bij damesbladen. En die ervaringen omschrijft ze soms wel een beetje te gedetailleerd met teveel persoonlijke details die niet allemaal ter zake doen. Dat maakt alles zeker niet minder echt of geloofwaardig maar als ze de bedoeling zou gehad hebben om echt impact te hebben en serieus te worden genomen had ze haar onderzoeksgebied toch moeten uitbreiden. Ik denk dat ze het dan een soort legitiem karakter wou geven door telkens het antwoord van haar man, de coach, weer te geven. En dat vond ik geforceerd. Ik had ook een paar keer de indruk dat zijn antwoorden nogal geforceerd waren. Waarschijnlijk heeft hij een paar keer over hete kolen gelopen want als coach voor leidinggevenden een antwoord moeten geven op de analyse van je vrouw, die ongeveer alles waar managers voor staan onderuit haalt, zonder jezelf tegen te spreken zal toch een serieuze inspanning gekost hebben. :-)
Is het een misdaad als ik dit boek in tienvoud wil distribueren op de werkvloer waar ik een onderdeel van uitmaak? Deze eye-opener zou het perfecte cadeau zijn voor heel wat managers en kantoormedewerkers die het allemaal even niet meer weten, net als ik. Of voor mensen met een gezonde portie humor die al graag eens goed lachen, dat ook.
‘Het ministerie van werkplezier’ is zo pijnlijk herkenbaar (Lync: we’ve all been there) dat het me aan het lachen maakt en tegelijkertijd bijna aan het huilen. Dit is confronterend en ik vermoed dat dit voor heel wat mensen van mijn generatie het geval is. Termen als ‘big rocks’, ‘transformatieproces’, ‘verandertraject’, 'missionstatement’, ‘URGENT!’ klinken mij heel bekend in de oren en laten mij vaak badend in het angstzweet met opengesperde ogen nachtenlang piekeren over de rest van mijn (professionele) leven. Want laten we eerlijk zijn: het is anno 2022 niet makkelijk om er zomaar de stekker uit te trekken en te kiezen voor financiële onzekerheid, daarvoor is het leven net iets te duur geworden. Mijn eindeloos respect (en een tikkeltje jaloezie) gaat uit naar mensen die wél durven springen.
Het ding is, ik heb wat voor velen een ‘droomjob’ lijkt. En toch… Toch wringt af en toe het schoentje. Ik verlies vaak de voeling met mijn job en heb soms heimwee naar mijn begindagen, de dagen waar ik barstte van de energie en goesting om er in te vliegen. Acht jaar later heb ik al wat peptalk nodig. Peptalk en meer slaap. Ik zie mijn job de laatste jaren namelijk als een grote polonaise waar telkens iemand nieuw aansluit in de rij. Die ‘iemand nieuw’ zijn dan veelal: extra taken die absoluut niets met mijn job te maken hebben, zaken die er on top bijkomen om te motiveren maar die net het omgekeerde effect hebben (neen, ik wil niet presenteren), alweer een nieuw management, alweer een nieuw missionstatement, een stoelendans en de zoveelste competitieve teambuilding (incl. overnachting). De introvert in mij schreeuwt het vaak uit en dan stopt plots de muziek.
Toch is de werkvloer ook een boeiend terrein. Je leert er omgaan met nagenoeg alle types werknemers en situaties. ‘Het ministerie van werkplezier’ is daardoor sterk aangeraden lectuur voor kantoormedewerkers maar ook voor managers of mensen die helemaal niet in dit circus circuleren.
Excuseer mij nu, ik dien mijn halfjaarlijks evaluatiegesprek voor te bereiden, dat net werd verhoogt naar een kwartaalevaluatie, misschien vind ik onderweg naar daar de ballen om dit boek op een bureau achter te laten of ik zeg maar iets: te praten over mijn soms wringend schoentje. Ik vraag me namelijk ook vaak af hoe ik in de Tempel der Getalenteerden ben binnengeraakt.
'Tienduizenden mensen treinen elke dag naar onze hoofdstad om mee te werken aan een project. Miljoenen rapportjes worden er geschreven om al die projecten te 'kaderen' en om ze te kunnen voorleggen aan chefs die er een cijfer zullen voor geven dat in een evaluatieformulier wordt neergeschreven. Als die mensen 's avonds naar huis gaan, dan weten ze niet of hun project ooit tastbaar zal zijn en of iemand er wat aan zal hebben. Ze zijn een schakel in een proces waar ze geen controle over hebben. Ze weten niet meer wat ze creëren en waarom. Ze hebben het gevoel geen enkele invloed uit te oefenen. Daar krijgen ze een lam gevoel van. Een dode blik. Soms heet dat zelfs een burn-out. Turend door het raam zien ze de landschappen voorbijglijden, net als hun leven. De tijd tikt en de onvrede sluipt hun hart binnen. Ze sjokken voort op het ritme van de projectwerking, terwijl hun waardevolste project naar de achtergrond verschuift: het leven leiden waar ze als kind op hadden gehoopt. Het plan uitvoeren dat smeult in hun ziel. Duizenden werknemers verliezen op die manier hun mooie jaren, hun enthousiasme, hun souplesse. Ze verstijven. Ze worden langzaam 'opgezet' net als de kat die ooit zo'n glanzende vacht had.'
Genoten van dit verfrissende, no-nonsens boek dat de dingen benoemt zoals ze zijn. Met open blik en de nodige humor worden de hedendaagse 'pijnpunten' in HR onder de aandacht gebracht vanuit eigen ervaringen, de impact en hoe het niet moet en daarnaast het hoe kan het dan anders. aan de hand van 4 grote principes naar meer werkplezier Must read voor leidinggevenden en management.
De subtitel ‘Alles went, behalve slecht management’ spreekt – euhm… – boekdelen. Ik herinner me dat ik onlangs zei tegenwoordig alleen nog fictie te lezen, maar de klinkende titel en veel enthousiasme op Goodreads zetten mij toch aan tot een uitstapje richting de categorie non-fictie. We gaan opnieuw voor een sprintje van een week, want dit populaire boek kan bibliotheek De Krook niet langer dan een week missen.
Leuke visie op de hedendaagse, overgemanagede werkvloer. Dit boek hekelt de vervelende zaken die iedereen kent die in het middenkader werkt, een vervelende baas heeft of op een kantoortuin werkt. De inzichten van Serge Ornelis op het einde van elk hoofdstuk zijn wel leerrijk en geven veel referenties naar andere bronnen en boeken.
In heb begin vond ik het een beetje een cynisch boekje. Maar eens die drempel over vond ik heel wat praktische tips en een pleidooi voor een no-nonsense en vooral menselijk management waarbij een vlakkere organisatiestructuur centraal staat.
Een aantal nieuwe termen geleerd, zoals bvb. "'zeemeeuwmanagement': de manager komt krijsend aan, schijt de hele boel onder en voor je er iets van kunt zeggen, is-ie alweer weg."
Ik vond het een onderhoudend boek, vlot geschreven en met veel gevoel voor humor. Bij momenten was het wel te karikaturaal en voelde je een zweem van bitterheid. Toch hield ik er een aantal interessante ideeën aan over en hoop ik oprecht dat de kunstcheques ooit werkelijkheid worden, wat een geweldig idee!
Goed geschreven boek vertrekkend vanuit een eigen beleving om tot conclusies te komen. De eigen beleving is aangevuld met onderzoek. Dit was een inspiratie voor mij en een basis om de huidige werkomgeving in vraag te stellen.
Leuk boekje over wat je niet mag doen als manager. Goed beschreven en vlot leesbaar. Wat ik een beetje mis is wat je dan beter wel doet. Het utopische stukje op het einde is niet echt realistisch.
Een aantal keer deed het boek me glimlachen als er wat managementclichés de revue passeerden. In het algemeen vond ik het boek wat te mager om er echt iets mee te doen. Principes vooral toepasselijk op start-ups en kmo's; moeilijker te vertalen in grotere organisaties