“De trap”, Manteau Antwerpen, 1984, 2de druk, 279 p.
Dit is de eerste misdaadroman van Jef Geeraerts waarin hij het politieduo commissaris Erik Vincke en zijn collega inspecteur Freddy Verstuyft van de Antwerpse Gerechtelijke Politie introduceert. In deze “roman policier” onderzoeken Vincke & Verstuyft een (op het eerste gezicht) mysterieuze moord.
Het verhaal begint met de dood van Jeanne Thalmann-Siemoens, een ouderwetse en vrome vrouw van een jaar of zestig die al meer dan twintig jaar gescheiden van haar ex-man leeft. Het slachtoffer is van de achtste verdieping van haar flatgebouw in de Antwerpse wijk “Het Kiel” gevallen. In haar flat wordt een getypte afscheidsbrief gevonden. Hoewel het in eerste instantie dus zelfmoord lijkt, is het voor Vincke & Verstuyft al snel duidelijk dat er meer aan de hand is aangezien er sprake is van een verdachte samenloop van omstandigheden. Zo zijn er bijvoorbeeld geen vingerafdrukken te vinden op de afscheidsbrief, heeft in de flat iemand getracht bedrieglijk zijn vingerafdrukken uit te wissen, en is er een ontbrekende sleutel op de binnenkant van de gesloten voordeur. Tijdens de autopsie van het slachtoffer wordt ook bijkomend geweld op het lichaam vastgesteld. De dochter van het slachtoffer, die een grondige haat heeft tegenover haar vader, is ervan overtuigd dat hij haar moeder heeft vermoord omwille van financiële motieven. De vader ─ Rudolf Thalmann, een succesvolle kunstschilder die ondertussen met een veel jongere vrouw is gehuwd ─ dient immers iedere maand een alimentatie aan het slachtoffer te betalen. Geld lijkt in eerste instantie dus een motief te zijn voor de moord. Hun onderzoek brengt het speurdersduo o.a. naar Tenerife, waar meneer Thalmann een villa bezit. Het speurwerk verloopt echter zeer moeizaam, waarbij verschillende verdachten (en hun mogelijke motieven) de revue passeren en waarbij Vincke & Verstuyft regelmatig op het verkeerde been worden gezet. Uiteindelijk leidt een achtergehouden getuigenverklaring hen naar de echte dader.
In tegenstelling tot sommige andere misdaadromans van Jef Geeraerts, is “De trap” geen (uitgesproken) maatschappijkritische roman. Het is een zuivere “whodunnit” die goed in elkaar steekt, en die de lezer geboeid houdt tot het einde. Er zijn echter wel enkele passages in het boek waarin de schrijver zijn visie deelt over bepaalde (maatschappij-relevante) onderwerpen in de vorm van een discussie die gevoerd wordt tussen Vincke & Verstuyft. Zo passeren o.a. de oost-westpolitiek en de gebrekkige Belgische politiek en justitie de revue. Onderliggend hekelt Jef Geeraerts ook de in die tijd zo goed als onbestaande samenwerking tussen de Gerechtelijke Politie (GP) en de Bijzondere Opsporingsbrigade (BOB) van de Rijkswacht. Maar het centrale thema van de roman lijkt menselijke zwakheden zoals hebzucht en jaloezie te zijn: in het hart van de roman ontvouwt zich een treffend portret van de bekrompenheid en schijnheiligheid die vaak schuilgaan binnen de muren van bepaalde families. Jef Geeraerts slaagt erin om de schijnbare perfectie van deze clans te doorbreken en onthult de duistere onderstromen die hen drijven.
Het slachtoffer en haar familieleden zijn uitstekend geconstrueerd; hun façade van respectabiliteit wordt al snel ontmaskerd als een dunne laag vernis die hun ware aard verbergt. De jaloezie die opwelt bij het zien van andermans succes en de onverzadigbare hebzucht naar meer, drijft hen tot daden die zowel bekrompen als herkenbaar zijn. De combinatie van scherpe observaties en een meeslepende vertelstijl, aangevuld met goed gedocumenteerde praktijken bij politie en justitie, levert een misdaadroman op die (voor mij althans) geen seconde verveelt. Ook het occasioneel gebruikte Antwerpse dialect in de dialogen is voor mij (als Vlaming afkomstig uit de rand van Antwerpen) vermakelijk.
Net zoals bv. in “De PG”, ontplooit de plot zich ook hier op een zeer plotse, intense manier. Het boek eindigt op een originele manier, en geeft de lezer ruimte om zelf het vervolg in te kunnen vullen.
Hoewel voor sommige lezers het boek misschien wat gedateerd (ondertussen 40 jaar na datum) en soms belerend (op basis van de occasioneel hautaine toon van Vincke) overkomt, vind ik het een goede mix van speurwerk en spanning. Het heeft mij in ieder geval aangezet om ook een volgende (misdaad)roman van Jef Geeraerts aan te vatten.