Ik ben een muzikale veelvraat voor wie er maar twee genres bestaan: goede muziek en slechte. Al die zogenaamde muziekgenres zijn vaak niet meer dan uit de hand gelopen bewondering voor de echt creatieve goden van de muziek.
In (bijna) elk muziekgenre zitten goede dingen, daar niet van, maar de oergoden, die zeldzame echt grote muzikanten, zijn zij die hun eigen weg gaan en de regels van het genre straal te negeren.
Muziekfans staren zich wel eens blind op de clichés. Die geven houvast en zetten oogkleppen op. Mensen hebben dat graag. Je houdt van genre A en niet van genre B, dat is gemakkelijk.
In de country zijn de clichés vaak oogverblindend grotesk. Zet een cowboyhoed op je kop en de doorsnee Vlaamse muziekliefhebber haakt meteen af. De doorsnee countrymuzikant zal daar geen traan bij wegpinken, maar voor de doorsnee Vlaamse muziekliefhebber is dat wel jammer, want zo mist hij/zij - deels uit domheid, deels uit luiheid - veel mooie muziek. In Johnny Paycheck doet Christophe Vekeman een lovenswaardige poging om deze oogkleppen af te rukken.
Johnny Paycheck – voor wie daaraan twijfelt – heeft echt bestaan. Dit boek is geen roman, maar een soort biografie. Maar dan op z’n Vekemans. Geen oeverloos gezeik over details, veel sappige anekdotes en veel gekrulde zinnen.
Christophe Vekeman belijdt zijn liefde voor de countrymuziek en de figuur van Johnny Paycheck vormt daarbij de ideale kapstok. Eigenlijk komt heel het genre aan bod en daar heeft Vekeman best een boeiende kijk op. Hij vecht tegen de clichés van het genre en looft de ware helden van de muziek. Dat zijn vaak randfiguren zoals Johnny Paycheck, maar ook Hank 3 komt ruim aan bod.
Alleen daarvoor al wil ik dit boek inhoudelijk vijf sterren geven. Hank 3 is de kleinzoon van Hank Williams, in dit boek steevast (en terecht) de Sterfelijke God Hank Williams genoemd. Hank Williams is een van de allergrootste genieën uit de muziekgeschiedenis (misschien zelfs het grootste genie ooit) en zijn kleinzoon raast als een bezetene tegen de platte domheid en de schrijnende leegte van de hedendaagse countrymuziek. Het is duidelijk aan welke kant Christophe Vekeman staat. Daarvoor neem ik graag mijn denkbeeldige hoed af.
Ook de literaire verdienste van de country komt ruim aan bod en – deels uit adoratie voor de zelfmoordkronieken van Jeroen Brouwers – schrijft Vekeman ook een item over country en zelfdoding. Daarnaast puilt het boek van weetjes, citaten en youtube-tips. Dat is smullen voor de muziekliefhebber!
Christophe Vekeman schrijft graag ronkende zinnen met veel komma’s en bijzinnen waarin hij zich rechtstreeks tot de lezer richt en waardoor hij niet alleen zijn onderwerp, de countrymuziek, belicht, maar ook een intieme relatie wil onderhouden met mij, als lezer dus, en waardoor Johnny Paycheck in zeker opzicht ook een boek is geworden over het schrijven van het boek zelf, wat wennen is en soms zelfs een beetje storend, als je eigenlijk vooral geïnteresseerd bent in het onderwerp op zich, namelijk Johnny Paycheck, en niet zozeer in de figuur van Christophe Vekeman, zijn lovenswaardige, maar soms toch ook wel behoorlijk egocentrische biograaf van dienst.
In dit opzicht doet het boek me denken aan de literatuurgeschiedenis van Herman Brusselmans. De vraag is dan telkens waar het resultaat thuishoort. Is dit een biografie of toch een roman? Of is ook die indeling hierbij achterhaald?