Een roman als een strijkkwartet. Meeslepend en intiem. Intens en meerstemmig.
Het valse seizoen vertelt het verhaal van drie musici, die allemaal te maken krijgen met de duistere macht van muziek en gedwongen worden hun levens radicaal om te gooien. Camiel komt door een raadselachtige aandoening in de problemen als tweede violist in het Corretto Kwartet. Pablo was ooit een gevierd cellist en componist, maar belandde aan lagerwal na een drama tijdens een zomerklas onder zijn charismatische leiding, en werkt nu als Uberchauffeur. Nadège speelt altviool in de metrohallen van Parijs en raakt op slag beroemd na een terreuraanslag.
In brieven dwingen ze elkaar tot het bekennen van geheimen die steeds meer aan de oppervlakte komen wanneer twee van hen gaan spelen in het orkest van een replica van de Titanic, die een tocht maakt langs de kusten van een verward Europa. Spelend op de vermeend ‘originele’ instrumenten van de beroemde band that played on, dringt de vraag zich op wat nog waarde heeft in een wereld waar echt en vals steeds minder van elkaar zijn te onderscheiden.
A long time ago I worked in a publishing house for a few years. So I know how difficult that profession is, especially in the delicate handling of authors. The printing and editing technology has evolved enormously, but the balancing act in guiding authors remains extremely difficult: respecting their personal involvement and at the same time making clear whether their writing works or not. And that, of course, becomes all the more difficult if the authors involved already have acquired a certain name. I suspect that this issue played a role in the publication of this book. This is one of those where the author apparently was able to go his own way, not hindered by the guidance of a highly respected publishing house in the Dutch language area. And as a result you get an extravagant book that both stirs up great enthusiasm among its readers and fierce resistance.
The Dutch author (and publicist) Christiaan Weijts (°1976) had already published several novels and earned some prestigious awards, before he wrote this one. And in “Het valse seizoen” (“The False Season”) he definitely shows that he has something to offer: the composition of this book is ingenious, the way in which he writes about music is fascinating and stimulating and the philosophically tinted passages are sometimes really impressive. In this book, the author allows three characters to interact with each other, in what appear to be letters or diary entries, although that is not always clear. Classical music is the binding element, with countless references to the quartet structure: one of the characters is a member of a string quartet, another is a once world-famous composer, the structure of the book follows the rhythm of one of the quartets of the Czech composer Janacek (which is regularly discussed). Due to an intriguing game of appearances and reality, the reader himself is also involved in addition to the 3 main characters, so again a quartet.
So, I agree that Weijts did not just write a simple novel. There is even a layering and a stylistic and philosophical bravado that regularly reminded me of Harry Mulisch, one of the most famous Dutch writers of the 20th Century. In addition to the play of appearances and deception, for example, the characters' constant musings are about approaching reality (is reality it just what it is, or is there an essence that can be captured?), about beauty and especially about what exactly makes music worthwhile. A small excerpt: “Sometimes there are moments of extreme clarity in which I see and certainly believe that all aesthetics is nothing but an artificial fabric that we drape over things, without changing them, without becoming anything other than they have always been and always will be: attempts at organic existence, proliferating, crawling, expanding and pulsing organisms and objects, but they have no value, no purpose, utility or soul; all those clumping molecules, that swirling and that dying, it has no beauty, nothing magic, nothing of itself, and with that the music, the art, is also a nonsense by-product of our deformed perception. The arts are fringes on the illusory robe draped over things, and anyone who has looked underneath it will lose all enthusiasm for continuing to make music, for playing.”
But, - you can already feel where I’m heading -, there is a considerable downside to this verbal firework. In my opinion, the three characters of this novel are slightly too transparent archetypes: Camiel stands for the apollonian type, the man who desperately tries to penetrate and control reality; Nadège is the primal force, the dionysian approach that assumes reality as it is; and Pablo is the soured rationalist that repudiates reality. Over time, the whole intrigue appears to be very artificial (the entire Titanic pastiche for example), several side tracks could easily have been deleted, and the final outcome is a real letdown (even terrorist organization IS is dragged in). The philosophical themes also topple over each other and the sometimes very musicological approach is not entirely an impediment to enjoying the story, but it is a considerable threshold that you have to cross. And finally, I had an uncomfortable feeling about the evolution of the Nadège character, which in the first part is intriguing by a mysterious layering, but then turns into a plain sex toy that in between debits some girlish diary entries; and I know, we get to see her through the eyes of the Camiel character, but I cannot get rid of the impression that there is a slight form of sexism playing here; in the end, only the men Camiel and Pablo really matter, Nadège simply dissolves into thin air.
In short, Weijts certainly shows that he is not an ordinary writer and that his endeavor is bold, but his publisher could have made him clear that in this case less would have been more. This is of course my personal experience of this book. My guess is that people who liked Orfeo by Richerd Powers and The Violin of Auschwitz by Angels Anglada may also like this. My bad?
Een aantal elementen van dit boek vond ik echt geweldig. Ik ben zelf muzikant en dit boek was daardoor echt fascinerend om te lezen. De verwijzingen naar muziek zijn voor mij echt een mooie toevoeging en vaak ook herkenbaar. Ook vond ik het origineel hoe de drie verschillende karakters met een muzieksleutel worden aangegeven. In het begin vond ik de karakterontwikkeling fascinered. Je kreeg steeds meer informatie over ieder karakter vanuit de verschillende perspectieven, waardoor je hen, hun relaties met elkaar en hun relatie met muziek steeds beter leert kennen. Daarnaast werden er interessante thema's besproken in het boek, met name de relatie tussen authentieke ervaringen en replica's.
Waarom dan toch maar twee sterren? De grootste reden is de manier waarop het verhaal van Nadège is neergezet. Het thema van sex werk is een erg delicaat thema. Ik vind dat de auteur het niet op die manier heeft behandeld. Haar verhaal was met name een plotwending in het verhaal van Camiel. Het draaide allemaal om het mannelijke perspectief en hoe een man ermee omgaat als een vrouw sex werk doet. Zodra hij op haar afknapte, was haar verhaallijn zo goed als afgelopen. En dat terwijl haar levensverhaal zoveel interessanter was dan dat van Camiel. Er is ook heel weinig aandacht voor wat haar werk nou precies met Nadège doet op allerlei gebieden van haar leven, behalve in de relaties die ze heeft met mannen. Ik vond het totaal niet realistisch geschreven vanuit haar hoe ze omgaat met haar werk, dat ze het allemaal zo geil vindt. Het voelt echt heel erg als de fantasie van een man, maar niet op de echte beleving vanuit een vrouw. Nadège is een van de personen die aan het woord is in het boek, in mijn ogen had de schrijver daar veel meer gebruik van kunnen maken om dit onderwerp veel verder uit te lichten en op een respectvollere manier naar vrouwen toe.
Verder is Pablo een enorm seksistisch karakter. Het is op zich prima om over dit soort karakters te schrijven, maar ik miste een tegenhang, een ander perspectief. Het karakter van Nadège leent zich hier voor, maar daar wordt niet echt gebruik van gemaakt. Haar protestacties worden met name door Pablo en Camiel beschreven, met veel seksistisch commentaar. Er wordt niet beschreven waarom zij deze acties doet en hoe zij tegen seksisme aankijkt.
Laatste opmerking: waarom gebruikt een boek dat in 2018 (!) is uitgekomen de woorden neger en negerin? Ik snap niet dat een auteur dat schrijft. En als die dat al doet, waarom een redacteur het er niet uithaalt.
Prachtige compositie. “De belevenis is het spel, de ervaring de tragedie. De belevenis is oppervlakte, ervaring diepte. Maar er is een nadere manier om hiernaar te kijken. Je hoeft niet te kiezen. Er is een ernstig spel mogelijk, een lichtvoetige tragedie. Al het leven is lijden, maar daar hoef je helemaal niet zo dramatisch over te doen.”
Christiaan Weijts is literatuurwetenschapper en naar aanleiding van Het valse seizoen zou je hem zelfs als cultuurwetenschapper kunnen bestempelen. Muziek is de leidraad in zijn nieuwe roman en dat maakt deze extra leuk voor muzikanten en muziekliefhebbers. In de tekst zitten talloze verwijzingen naar muziekstukken – er is zelfs een spotify-lijst bij gemaakt – maar evengoed naar andere literatuur, de geschiedenis en de klassieke oudheid.
Deze verwijzingen geven het boek een diepere laag. Weijts voert drie hoofdpersonages op die elk afzonderlijk een interessant verhaal vertellen. Het zijn drie verschillende mensen uit heel verschillende werelden die de muziek als gemeenschappelijke deler hebben en daardoor toch steeds bij elkaar terugkomen. Vooral het cynische personage Pablo snijdt grote maatschappijkritische thema’s aan in de vorm van commentaar op actualiteiten als de aanslag op Charlie Hebdo en de vliegramp met de MH-17: ‘We leven in een tijdperk waarin replica’s de nostalgie moeten bevredigen naar het verdwenen origineel. Zou die nostalgie niet ook een nostalgie kunnen zijn naar de collectieve ervaring, of specifieker, naar de gesynchroniseerde ervaring, naar de muzikale gelijktijdigheid.’
Deze kritiek vind je terug in veel cultuurwetenschappelijke artikelen en bij hedendaagse filosofen, Weijts zet zijn lezerspubliek daarmee aan het denken. Het valse seizoen kent veel verschillende lagen en het is een feest om die als lezer te ontdekken. Het verhaal is opgebouwd in vier delen, zoals de vioolkwartetten waar in het boek steeds naar verwezen wordt. De titels van deze delen lijken achteraf al iets te verklappen, in het derde deel ‘Moderato – Andante – Adagio’ worden de stukken tekst langer, moet de lezer zich langer op één personage concentreren, terwijl de eerste delen en het laatste wat meer leven in de brouwerij brengen door de snellere schakeling tussen de drie hoofdpersonages.
Over het algemeen zorgt de wisseling tussen de drie hoofdpersonages ervoor dat het verhaal vlot leest. Toch lopen er ook heel veel verschillende verhaallijnen door elkaar, waarvan er een aantal ook niet afgemaakt of uitgediept lijken te worden. Wel laat Weijts, zoals in een gecomponeerd muziekstuk, steeds dezelfde of vergelijkbare frases terugkomen die een blijk van herkenning opleveren. Hoewel de personages eerst los van elkaar lijken te staan, worden ze richting het einde steeds verder met elkaar verweven, waardoor de briefwisselingen tussen hen, die de basis van het boek vormen, iets gekunsteld krijgen en niet overal even consequent wordt doorgevoerd. Het volgen van alle losse en in elkaar verdwijnende melodieën kan een uitdaging zijn, maar Weijts weet het verhaal uiteindelijk met een mooie en slimme climax af te sluiten.
De manier waarop muziektermen gebruikt werden om de verhalen te vertellen in het boek vond ik heel mooi, samen met herhalende zinnen die het boek interessanter maakte om te lezen. Al vond ik het soms wat lastig te lezen en vond ik niet elk karakter even leuk, ik ben blij het boek gelezen te hebben.
Er zijn combi’s in boeken die niet stuk kunnen. Verhalen over boekwinkels, crimi’s die spelen rondom kerst en vertellingen over muziek. En dat laatste is dit! Doordrenkt van drama en geïllustreerd door muziek. Drie personen met drie verhalen die in elkaar linken. En natuurlijk is Christiaan Weijts een briljant verteller. Heerlijk!
Een ontdekkingstocht in muziekland: maat, tempi en extase
Het is moeilijk iets over de inhoud van dit boek te zeggen omdat bijna alles wat je erover zegt een nieuwe lezer zaken verraadt die hij zelf moet ontdekken. De lezer is de vierde in het kwartet, maar daarover kun je twisten. Dit boek is dus een ontdekkingstocht van de lezer naar der personages in dit boek, naar hun verhalen, naar hun ervaringen, naar hun muziek en hun opvatting over muziek. Het is een web van onderlinge relaties, verbanden en losse eindjes: een vioolconcert dat bestaat uit vier delen en ieder deel wordt gespeeld in drie verschillende tempi. - Hierdoor liet ik me verleiden tot een beetje flauw grapje: neem een 4 en neem een 3, combineer die, dan krijg je een driekwarts maat en dat is een wals.-
Een van de hoofdthema's in deze roman is het 'apollinische' versus het 'dionysische'; kortweg: het apollinische is het verstandelijke, toegeschreven aan de god Apollo; het dionysische is het opgaan in de roes (van alcohol, drugs, gevoel, lust etc), met als aanjager de god van wijn Dionysus of Bacchus (p. 250). zie bijv https://nl.wikipedia.org/wiki/Apollin... .
Dit onderscheid komt ook voor in de roman en de film, door Weijts genoemd, De dood in Venetië van Thomas Mann (magistrale korte roman; eveneens magistrale film met het adagietto uit de Vijfde Symfonie van Mahler, pp. 169).
Daaraan loopt synchroon de tegenstelling het sublieme versus het banale (p. 267): Het sublieme vinden we bijv in muziek van Arvo Pärt, Janácek, het Seikiloslied van de studenten van Pablo Sleedoorn. Het banale wellicht in de stemmencomposities van Pablo, maar juist door dit banale centraal te zetten in een compositie / muziekstuk wordt het banale op zijn beurt subliem. https://nl.wikipedia.org/wiki/Het_sub...
Verder is een belangrijk thema, misschien het belangrijkste gezien de titel van het boek: de tegenstelling echt / authentiek versus onecht, vals. - als in twee betekenissen: gemeen en niet authentiek. -
Verschil man-vrouw speelt ook een rol, maar wat mij betreft op een tamelijk stereotiepe wijze; de vrouw als ‘hoer-heilige’. Daar heb ik niet zo veel mee. Ik geef toe: prima, hoor, het is de opvatting, de ervaring van een van de personages.
De meeste ontwikkeling maakt de lezer door. De lezer tast aanvankelijk volledig in het duister. Langzaamaan krijgt die inzicht in de personages en hun verhouding tot elkaar. Geen van de personages vind ik sympathiek. Dat hoeft ook niet. Het personage uit ‘Kwaadschiks’ van AFTh is geenszins een aardige man, maar je maakt de wereld mee door zijn ogen. Daardoor verbind je je toch met een personage. Dat is in dit boek van Weijts niet het geval. Wellicht zijn er te veel personages en hun onderlinge verbintenissen en de wijze waarop zij hun relatie vorm geven, die je als lezer op afstand houdt.
Een boeiend en vermoeiend boek. Het zit tot de nok vol met ideeën en een flink deel van die ideeën is geestverruimend of op zijn minst onderhoudend. Maar het boek kraakt ook onder zijn eigen gewicht. De schrijver lijkt bij vlagen alles te hebben opgeschreven wat al associërend in hem opkwam, en geen behoefte te hebben gehad om daar achteraf al te veel in te filteren of hiërarchie in aan te brengen. Veel gedachtelijnen (handelend rond tijdloze thema's als schoonheid, authenticiteit, waarachtigheid, maar ook een hele rits (toen) actuele maatschappelijke kwesties) worden niet écht uitgewerkt. Het is een storm van observaties, meningen en intellectuele dilemma’s. Allemaal cultuurwetenschappelijk en filosofisch verantwoord, de auteur is duidelijk enorm belezen, en toch beklijfde er bij mij weinig - omdat het dus zo véél is. Uiteindelijk komt er wel een redelijk duidelijke centrale vraag naar boven, maar dan vraag je je des te meer af waar al die vertakkingen onderweg voor nodig waren.
Dat betekent niet dat Het Valse Seizoen geen prettige leeservaring was. Er zit, ondanks hoge de inhoudelijke dichtheid, veel vaart in het boek. Dat is des te knapper omdat de vorm - drie hoofdpersonen schrijven elkaar brieven - onalledaags is en allerlei beperkingen kent (die soms kunstmatig worden vermeden doordat de brieven bijvoorbeeld eventjes dagboekfragmenten worden).
De schrijver is duidelijk technisch onderlegd als het om (klassieke) muziek gaat en gebruikt veel jargon dat de meeste lezers niet zullen kennen. Mij stoorde dat niet zo, omdat hij niet van de lezer lijkt te verwachten dat deze het allemaal begrijpt.
De man-vrouwverhoudingen zijn nogal stereotyp: de twee mannelijke hoofdpersonen, hoewel van elkaar verschillend, zijn beide cerebraal en rationeel, terwijl het vrouwelijke personage een soort wilde, exotische kat is die vanuit haar gevoel musiceert, en sowieso in alles primair handelt. Haar brieven blijven beperkt tot impressionistische vignetjes, soms fraai, soms te abstract en overdadig poëtisch om er iets uit te destilleren dat je werkelijk iets over haar vertelt. Maar ook de mannelijke personages komen niet helemaal uit de verf, met name Pablo.
Storend vond ik ook het gebruik van het woord neger, dat ook toen dit boek uitkwam allang breed gezien werd als racistische term. Het heeft geen functie en zegt niets over de personages, of ik moet iets gemist hebben.
Ronduit niet te harden zijn de seksscènes. Zo ongeïnspireerd plastisch opgeschreven dat je je gaat afvragen of ze ironisch bedoeld zijn. Ze contrasteren met de intellectuele ambitie waar dit boek verder van doordrongen is. En illustreert dat dit boek (nog) veel beter had kunnen zijn, en vooral effectiever, als de schrijver zichzelf bij vlagen had afgeremd.
Al met al een boek waar ik plezier mee had, waarvan ik afwisselend onder de indruk was en mijn hoofd bij schudde, maar waartoe ik te allen tijde een onoverbrugbare afstand voelde.
Dit boek stond al een hele tijd op mijn verlanglijstje. Ik vond het werkelijk schitterend, zowel in stijl als thematiek. De muziek staat centraal, vooral strijkers, maar ook recente ingrijpende gebeurtenissen in de wereld. De verschillende perspectieven in het boek zijn prima te herkennen aan de verschillende muzieksleutels die elk voor een karakter staan. Ik raad dit boek zeker aan.
4.5 sterren Prachtige Roman over (cultureel) Europa anno 2014-2015 met een flinke scheut filosofie en klassieke muziek. De drie verhaallijnen passen mooi in elkaar, en verschillen ook genoeg van elkaar in taalgebruik en gewoontes, waardoor er ronde personages ontstaan.
Fijn boek. Wilde iets van Weijts lezen omdat ik zijn artikelen in de nrc altijd zo fijn vond. Mooie verhalende schrijfstijl, mooi verhaal, fijn tempo. Aanrader. Ik ga na de vakantie de rest van zijn boeken uit de bieb plunderen.
Het valse seizoen is de zesde roman van Christiaan Weijts (1976). Verschillende van zijn eerdere werken werden bekroond en ook zijn columns kennen een trouw lezerspubliek. De flaptekst van het boek vermeldt dat Weijts voor deze roman zocht “naar het literaire equivalent van het strijkkwartet, de ultieme vorm van de Europese muziek.” De opbouw, stijl én inhoud van de roman hangen inderdaad nauw samen met klassieke muziek. Bovendien stelde de auteur speciaal voor dit boek een Spotify-speellijst samen, waardoor de lezer tijdens het lezen kan luisteren naar de muziekstukken die in het verhaal aan bod komen. Dit alles resulteert in een uniek, maar allesbehalve gemakkelijk interpreteerbaar werk.
Een briljante mislukking? Het idee is namelijk geweldig - een roman opgezet als een strijkkwartet, met meerdere stemmen. Die stemmen geven de mogelijkheid om het verhaal van meerdere kanten te bekijken, en maken de roman ook muzikaler. Maar de uitwerking is minder: die verschillende stemmen storen ook het ritme van het verhaal, en ritme is voor een verhaal ook heel belangrijk.
Desalniettemin blijft er nog genoeg te genieten over: het verhaal op zich is sterk, de taal is prachtig, en de kennis van muziek van de schrijver is fascinerend. Dus toch 3 sterren.