Bantu Philosophy (La philosophie bantoue in French) is a 1945 book written by Placide Tempels which argues that the people of Sub-Saharan Africa (almost all whom are speakers of Bantu languages; the use of the term Bantu as an ethnic label is now largely discredited) have a distinctive philosophy, and attempts to describe the underpinnings of that philosophy.
In his book, Tempels argues that the African philosophical categories can be identified through the categories inherent to language. According to Tempels, the primary metaphysical category in the thought of Bantu-speaking societies is Force. That is, reality is dynamic, and being is force.
Tempels argues that there are three possible views of the relationship between being and force.
* Being as distinct from force, that is, beings may have force or may not. * Force as part of being, that is, being is more than force, but dependent upon it. * Being is Force, that is, the two are one and the same.
He argues that members of Bantu-speaking cultures hold the last view of force.
"'Force' is not for Bantu a necessary, irreducible attribute of no, the notion of 'force' takes for them the place of the notion 'being' in our philosophy. Just as we have, so they a transcendental, elemental, simple with them 'force' and with us 'being'."
Tempels argues that as a result of this fundamental difference in categories, the African life of the mind is structured around understanding and defining Force, which contrasts sharply with the Western enterprise of understanding and defining Being.
Bantu Philosophy has been criticized, primarily on the ground that conclusions are gross generalizations which seek to characterize the thought of an entire continent, which, it is argued, it is fundamentally impossible to do in any meaningful way. ---(Wikipedia)
also "Bantu " Placide Tempels Revisited by Stephen O. Okafor Journal of Religion in Africa, Vol. 13, Fasc. 2 (1982), pp. 83-100 (article consists of 18 pages) # Published BRILL
Very interesting and insightful read. Makes a crucial extraction of an African worldview and philosophy from anthropological study. A little dense, even for a short read.
Levenskracht is het centrale punt waarom het draait in de Bantoe filosofie. De levensverbondenheid van alle wezens: mensen, dieren, planten, mineralen en andere natuurverschijnselen, die elkaar positief dan wel negatief beïnvloeden. Het zijn allemaal natuurkrachten, gezamenlijk vertegenwoordigen zij de universele levenskracht.
Terwijl in de westerse filosofie wezen en kracht worden onderscheiden is bij de Bantoe het wezen hetzelfde als kracht. God heeft alle krachten geschapen die een wezen kenmerken. De ‘ontdekking’ van de aantrekkingskracht door Newton, dus een kracht als zelfstandige categorie, kent de Bantoe niet. Elk wezen wordt getypeerd door zijn eigen levenskracht en al die levenskrachten hangen met elkaar samen. Per saldo dienen zij, in een door God geschapen orde, de levenskracht van het sterkste wezen op aarde, de (Bantoe) mens, te versterken. Dat kan alleen als de Bantoe ze op de juiste wijze inzet, dat wil zeggen met respect voor die door God geschapen orde.
Deze levenskracht kent hiërarchie. Die wordt gedragen en gerespecteerd door de leden van de stam die in een vergelijkbare hiërarchie tot elkaar staan. De levenskracht dient gerespecteerd te worden volgens de bekende orde. Bij schendingen van die orde wordt niet gefocust op straf of vergelding (zoals in het westen), maar op herstel van verhoudingen – materieel, maar vooral spiritueel. Daarbij zijn rollen weggelegd voor ouderen, voor stamhoofden, voor geesten (animistische natuurgeesten & geesten van overledenen), voor waarzeggers en uiteindelijk voor God. (Deze opsomming geeft ongeveer de orde aan die binnen een stam gelden.)
Elke levenskracht kan sterker of zwakker worden, elk wezen kan sterker of zwakker worden. De Bantoe nemen een oorzakelijkheid aan van de ene wezenlijke kracht op de andere wezenlijke kracht. Bij de worsteling om het bestaan, de confrontatie met leven en dood, met goed en kwaad, met recht en onrecht, streeft de Bantoe altijd naar Levenskrachtherstel. Daartoe maakt hij op ordelijke, eerbiedige en omzichtige wijze gebruik van de natuurkrachten. Elk ‘tegennatuurlijk’ gebruik moet werden goedgemaakt.
Overtredingen, schendingen van de orde, kunnen onbewust worden gepleegd. Dan accepteert de veroordeelde de rechtsuitspraak zonder zich werkelijk schuldig te voelen. Hij accepteert het als morele verplichting, zijn bijdrage aan het herstel van de orde en de levenskracht van het getroffen individu en de stam.
Bewust begane overtredingen zijn van een ander kaliber - dan is die mens inherent slecht en wacht hem verbanning of de dood, wat bijna hetzelfde is want bij verbanning wordt de veroordeelde buiten het netwerk van de stam en zijn levenskrachten gesteld, een rampzalige positie.
Placied Tempels was een Vlaams katholieke priester, dertig jaar werkzaam als missionaris in Belgisch Kongo. Hij leerde er diverse inheemse talen, schreef kritische verslagen over het dorpsleven, huwelijksgewoonten, taal en rekensysteem en het Bantoebegrip van de wereld. Tempels woonde in de dorpen (wat ongebruikelijk was, de meeste missionarissen hielden afstand en behielden status door juist buiten het dorp te gaan wonen) en was daarom snel native-speaker van de lokale talen. Door sterke identificatie met zijn ‘doelgroep’ maakte Tempels een soort omgekeerde bekering door en raakt hij overtuigd van de waarde van de Afrikaanse levenswijze. Hoewel hij zich ten doel stelde de Bantoe beter te begrijpen om hen effectiever te kunnen bekeren kreeg hij moeilijkheden met de kerkelijke overheden. Na een verlof mocht hij van het Vaticaan aanvankelijk niet terugkeren naar Congo. Als zijn boek uiteindelijk en definitief toch niet op de kerkelijke index terecht komt kan hij pas terugkeren.
Zijn boek wordt tegenwoordig vooral gezien als een vorm van interculturele filosofie en een van de eerste systematische beschrijvingen van een Afrikaanse filosofie. Hij is daarom bekender als schrijver van een baanbrekend filosofisch boek dan als missionaris of theoloog.
In 1962 keerde Tempels om gezondheidsredenen (bilharzia, een worminfectie) terug naar België. Tot aan zijn dood in 1977 verbleef hij in een klooster in Hasselt.
Erstaunlich gut dafür, dass es von einem Kolonial-Missionar stammt, der auf Basis des einen Stammes, den er kennen gelernt hat, auf alle Bantu schließt. Für mich war es jedenfalls hilfreich immer wieder Referenzen zu mir geläufigerer Philosophie zu ziehen.
Allerdings muss man im Kopf behalten, dass die Deutungen des Authors möglicherweise fehlerhaft sind. Nicht ohne Grund fühlte sich Alexis Kagame genötigt mit dem Buch "La philosophie bantu comparée" auf das Werk von Tempels zu antworten. In einigen Fällen gibt Tempels immerhin zu, wann es sich um Spekulation handelt oder dass er die Begründung schlichtweg nicht weiß.
Zusammengefasst ist es eine gute Einsteigerliteratur bevor man sich regionalen Abhandlungen widmet.