De Franse dichter René Char geldt als een van de allergrootste Franse dichters, maar is in Nederland niet heel bekend. Misschien komt dat door zijn afgrondelijke duisterheid, zijn grillige diepzinnigheid, de ongehoorde intensiteit waarmee hij zich in volkomen onbekende gebieden stort. Dat leidt tot gedichten die zo enorm complex en ongrijpbaar zijn, zowel qua inhoud als qua vorm, dat in elk geval ik ze niet in het Frans kan lezen, hoe graag ik dat ook zou willen. Maar dankzij uitgeverij IJzer ben ik nu gered: vorig jaar verscheen "De onbeheerde hamer", een werkelijk voorbeeldige tweetalige editie met uitgebreide toelichtingen bij elk gedicht. En dat is geweldig: dankzij de vertalingen begrijp ik het Franse origineel veel beter, omdat dit Franse origineel er staat kan ik de rijkdom van de klanken en klankassociaties volgen, en dankzij de toelichtingen krijg ik ook allerlei toespelingen mee op Sade, Rimbaud, de alchemisten, de surrealisten. Dit is dus een tweetalige uitgave die doet waarvoor hij bedoeld is: mij helpen om mijn eigen weg te vinden in voor mij ondoorgrondelijke maar ook afgrondig rijke gedichten. Misschien jammer dat het een gelimiteerde uitgave is van 311 exemplaren (ik heb nummer 302), maar wel te begrijpen, want je moet flink studeren op de gedichten en hun vertalingen en de aantekeningen, en daar houdt niet iedereen van. Maar ik genoot volop.
Laat ik bij wijze van voorbeeld het begin citeren van het gedicht "Wellust" (La luxure): "De adelaar ziet de sporen van het bevroren geheugen meer en/meer vervagen/ De verlatenheid strekt zich zo ver uit dat de wegschietende/ prooi nauwelijks nog is te volgen/ Door elk van de regio's/ Waar men ongedwongen doodt en wordt gedood/ Gevoelloze prooi/ Willekeurig geworpen/ Voor het verlangen en voorbij de dood". Zonder hulp van aantekeningen zou ik nog wel begrepen hebben dat de adelaar een beeld is van de dichter die met zijn verbeeldingskracht hoog boven de wereld zweeft, en mogelijk ook dat de prooi een beeld is van zijn gedicht of datgene wat hij wil vangen in zijn gedicht. Maar ik zou niet geweten hebben dat de adelaar ook verwijst naar de door Char zeer bewonderde markies De Sade, die de adelaar voerde in zijn wapen. Dat wetend, en de mateloze bewondering van Char voor Nietzsche kennend, wordt voor mij ook duidelijker waarom Char zulke sterke impressies oproept van leegte, verlatenheid, willekeur, geworpenheid en dood. Want volgens Sade en Nietzsche was God dood en de wereld zinloos, chaotisch en van elke hogere waarheid verstoken. Maar juist dat wilden beide denkers (en Char met hen) niet betreuren, maar in alle intensiteit ondergaan en ervaren. De volstrekte chaos van het krachtenspel overweldigt ons allen, maakt ons vaak radeloos als we die tot ons toe laten, maar opent ook ongekende werelden vol gruwelijke en niet te bevatten rijkdom. En naar precies die rijkdom is Char dus op zoek, in elk gedicht opnieuw.
Daarbij droomt hij ook van "[...] de bovennatuurlijke kracht/Vertrouwde landschappen/ Over aanzienlijke afstanden te verplaatsen/ De opeengestapelde harmonie te breken/ Rouwplaatsen onherkenbaar te maken/ De dag na de productieve moorden/ Zonder dat het oorspronkelijke geweten/ Onder een louterende aardverschuiving wordt bedolven". Een wereld voorbij onze vertrouwde wereld, ook voorbij onze opvattingen over goed en kwaad, en vele aardverschuivingen verwijderd van onze vertrouwde wereld: daar snakt Char naar, daarnaar zoekt hij in elk gedicht opnieuw. Toen Char deze gedichten schreef - in de jaren dertig van de vorige eeuw- was die vertrouwde wereld natuurlijk ook aan het instorten, en dat verklaart mogelijk deels zijn intense zoektocht naar nieuwe en volkomen onbekende werelden. Werelden die met krachtige maar zeer duistere beelden worden opgeroepen, bijvoorbeeld als "Necropool van rivieren" of regels als "Ongerepte ogen in de bossen/ Zoeken in tranen het bewoonbare hoofd". En werelden waarin "Gedaanten even snel verdwenen als gevormd" zijn, een beeld dat niet alleen treffend is voor de inhoud van Chars gedichten maar ook voor de vorm. Want hij bestookt ons voortdurend met cryptische metaforen die - bij mij althans- even iets oproepen dat meteen weer uit mijn hoofd schiet, of met fragmenten die enorm aanzetten tot dromen maar hun betekenis nooit prijs geven, of met impressies vol gewelddadige erotiek vol doodsdrift die ik nauwelijks snap maar die mij toch tot sidderens toe fascineren. Zoals bijvoorbeeld "De gewelddadige roos/ van minnaars die niets zijn en transcendent" (in het Frans: La rose violente/ Des amants nuls et transcendants). Want liefde is bij Char iets waar je kapot aan gaat, een drift die ons tot extases vervoert die leiden tot dimensies ver voorbij de ons bekende erotiek.
"De onbeheerde hamer" was Chars officiële debuut, dat echter meteen al zeer bewonderd werd door experimentele kunstenaars als Picasso, Kandinski, Pierre Boulez en Matisse. Ik snap dat wel, want ik ken niet veel gedichten die zo radicaal de grenzen opzoeken en die zich zo compromisloos storten op de intensiteit van het volstrekt onbekende. Binnenkort komt een nieuwe tweetalige uitgave uit, "Woede en Mysterie", bij dezelfde uitgever. Zou die NOG fascinerender zijn dan dit debuut?