We leven in een tijd vol onzekerheden: het kapitalisme is in crisis, de Europese solidariteit staat onder druk, de steden ondergaan een ingrijpende demografische verandering en aan de grenzen van Europa voltrekt zich een humanitaire ramp.
De gevestigde politieke orde neemt tegenover deze ontwikkelingen een bij uitstek conservatief standpunt in; zij streeft naar behoud van de status-quo en concentreert zich slechts op het bestrijden van symptomen.
Dyab Abou Jahjah zoekt aansluiting bij de radicale stemmen in het politieke debat: om verandering mogelijk te maken pleit hij voor een meer fundamentele bevraging van de grondslagen van onze maatschappij. Hij maakt daarbij een onderscheid tussen utopisch radicalisme, reactionair radicalisme en constructief radicalisme, waarbij hij overtuigend kiest voor de laatste vorm.
Abou Jahjah is geen zachte heelmeester. Zijn Pleidooi voor radicalisering is een uiterst urgente oproep om onze diepste vanzelfsprekendheden in vraag te stellen.
Toevallig las ik dit boek onmiddellijk na dat van Peter Venmans, Het derde deel van de ziel, waarin die een overtuigend pleidooi houdt om geestdrift, geldingsdrang, en eerzucht weer ernstig te nemen, als positieve levenskrachten. In essentie is dat ook de boodschap van Dyab Abou Jahjah, maar dan natuurlijk in een specifieke context. Abou Jahjah pleit vurig voor een vorm van constructief radicalisme, dat de bestaande orde in vraag stelt en opbouwende alternatieven voorstelt. Zijn boekje lijkt op het eerste gezicht een pamflet, een strijdschrift, en daar is niks mis mee, integendeel, ik hou ervan als de dingen bij hun naam genoemd worden en er wat vuur in een betoog zit. Alleen, Abou Jahjah heeft zijn strijdschrift wel erg academisch aangepakt, zonder al te veel voetnoten weliswaar, maar met heel veel jargon en theoretisch gezwam. Abou Jahjah vindt het namelijk nodig om een eigen neo-marxistische analyse van het huidige wereldsysteem uit te werken die erg schatplichtig is aan de marxisten Antonio Negri en Michael Hardt en de deconstructionist Michel Foucault. Ik waande me zelfs even in een traktaat uit de jaren ’70; een staaltje: “maar ondanks de perceptieve identificatie van protoglobals met de subalterns, die zich hoofdzakelijk vertaalt in een discours, zullen de subalterns vervreemd blijven; ze zullen alleen dienen als een element in een discours in dienst van de strijd, die hoofdzakelijk zal worden uitgevochten tussen de elementen van de middenklasse die allemaal op de macht uit zijn” (p 109). Grote stukken van dit essay zijn dus wel erg zware kost, maar niet overal. Abou Jahjah weet op andere plaatsen echt wel te bekoren met bijvoorbeeld analyses van de situatie van de moslim-allochtoon in de westerse samenleving, die misschien niet echt nieuw zijn, maar wel treffend; ik kan de lectuur van het tweede hoofdstuk in dat verband zeker aanbevelen. En ondanks de soms heel theoretische aanpak deel ik intuïtief ook zijn inschatting over hoe internet en nieuwe technologieën het aanzien van onze wereld fundamenteel veranderen, en hoe daarin de groep van wat hij protoglobalisten noemt (mensen die mee zijn met de technologische evolutie, maar nog geen deelhebben aan de macht) wel eens de potentieel grootste uitdager van het systeem kan worden. Interessant, maar dan gaat Abou Jahjah plots over van analyse naar activisme, en komt zijn betoog vol te staan met oproepen tot actie, vooral gericht aan die protoglobals. Uit zijn warrig betoog maak ik op dat hij wil dat die een mondiale identiteit uitbouwen en dan de bestaande elites van de macht verdrijven. En hier komt de kat op de koord. Bij Peter Venmans lag de focus op hoe we die geestdrift en assertiviteit ernstig kunnen nemen, maar tegelijk ook de negatieve kanten (wreedheid en agressiviteit) ervan inperken. Niks daarvan bij Abou Jahjah, en dat vind ik toch wel problematisch. Hij mag dan wel opvallend zijn aanhankelijkheid aan het democratisch systeem verkondigen, op verschillende plaatsen preekt hij vurig de revolutie, de omverwerping van het huidige machtssysteem, wat toch het gebruik van geweld lijkt te impliceren. En dan is er nog de vraag wat hij met zijn revolutie op het oog heeft, want het toekomstperspectief dat hij in dit boekje schetst is zo puberaal utopisch dat het amper geloofwaardig is: “de missie van constructieve radicalen is om de constructies van de beschaving en het kennissysteem te zuiveren van de besmetting door de macht, en uiteindelijk de macht als concentratie te ontmantelen en haar te reduceren tot haar oorspronkelijke natuur als een diffuse, middelpuntvliedende gemeenschappelijke kracht” (p117). Bent u nog mee? Abou Jahjah is in ons land ooit weggezet als staatsgevaarlijke gek; op basis van dit boekje kan ik duidelijk zeggen dat dit niet klopt: hij is een bevlogen activist die echt wel iets te vertellen heeft, maar helaas is blijven steken in een discours dat zo theoretisch en wereldvreemd is, dat hij daarmee wellicht nooit veel aanhang zal verwerven.
'Pleidooi voor radicalisering' is heel theoretisch en droog geschreven. Van een pleidooi voor radicalisering had ik toch een iets vuriger essay verwacht.
Ik had meer van verwacht van een 'Pleidooi voor radicalisering'. Het boek is niet echt radicaal, het is niet verrassend en het is ook niet goed geschreven. Ik kan zijn analyses en conclusies begrijpen en ik volg ook veel van zijn redeneringen maar het is allemaal nogal flauw en saai verwoord. Gezien ik geen tv kijk, nauwelijks radio luister en enkel de boekenbijlagen lees van kranten (en dus gelukkig ver uit de buurt van gedrukte drek als Nieuwsblad en Laatste Nieuws blijf) kan ik het niet echt beoordelen, maar uit wat ik via andere bronnen en via de boekenbijlagen (ha!) opving dacht ik dat Abou Jahjah scherper én diepgaander uit de hoek zou komen. Ik vraag me ook af of dit boek veel effect zal hebben, wat je van een 'Pleidooi voor' mag verwachten. Medestanders zullen het prachtig vinden, tegenstanders zullen het verschrikkelijk vinden en mensen die een eigen mening kunnen vormen zullen het maar overbodig en zoutloos vinden. Weinig radicaals dus. Neen, mij doet het eerder denken aan het werkstuk van een student met typisch mainstream progressieve ideeën. Hij heeft ongetwijfeld -of waarschijnlijk- goede bedoelingen, alleen blijft het bij algemeenheden en (typisch politiek) gegoochel met termen. Deze review is wat mij betreft dan ook een pleidooi om me radicaal bij fictie te houden, en uit de buurt van media en politiek, want er wordt echt wel veel te veel ge***d.
Really liked this book, it is thought provoking and gives interesting ideas to think / talk / discuss / ... about. Did not agree with everything and some might be very idealistic but its basic idea and concept is excellent.