Pols, pols, oog, pols. Een jongen is een jongen en een meisje is een meisje en een jongen. Jij bent een jongen en je moet altijd naar mij toe komen. Elke nacht opnieuw moet jij over het water varen in een half leeggelopen rubberboot en ik moet elke ochtend een vuur ontsteken op het hoogste flatgebouw van mijn stad. Zodat jij iets hebt om op af te varen. Ik ben het meisje dat moet blijven zitten waar ze zit. En jij bent de jongen die de zee probeert leeg te drinken. Allemaal voor de pols, allemaal voor het oog.
Soms zijn de dingen in een verhaal belangrijker dan de personages die ze beheersen. De zon als hij valt gaat over de reis die een jongen, een meisje, een oog en een pols afleggen om samen te zijn.
Uitgangspunt voor deze novelle zijn twee historische objecten: het glazen oog dat overbleef na een drone-aanval op terrorist Mokhtar Belmokhtar en de pols van een vrachtwagenchauffeur die werd teruggevonden na een verder allesverwoestende explosie op camping Los Alfaques in Spanje.
Met De zon als hij valt maakt Joost Oomen een schitterend prozadebuut, waarin een net zo bijzondere en unieke stem klinkt als in zijn poëzie.
Wanneer je een boek van Joost Oomen in handen weet te krijgen, of het nu poëzie of proza is, weet je dat je op het punt staat om iets volkomen origineels te lezen. Met De zon als hij valt, Oomens eerste novelle en tevens zijn prozadebuut, heeft hij wederom iets oorspronkelijks gemaakt. Alleen de verhaallijn al – een pols en een oog leggen een verre reis af om elkaar te vinden – is iets dat slechts aan het brein van Oomen ontsproten kan zijn. En verdomd, het werkt nog ook. Schitterende observaties ('Het graf is dertig bij tien centimeter. Dat is niet groot voor een graf, maar een pols is ook niet groot voor een lijk', p. 18) worden afgewisseld met prikkelende aforismen ('Als een giraffe zich omdraait doet hij dat als een mantel die je over iemands schouder gooit', p. 29). Als dit een voorbode is van Oomens eerste roman, dan sta ik te popelen om hem te lezen!
zoals altijd laat joost oomen de vreemdste dingen logisch klinken. een oog en een pols, wat voor empathie kun je daar nou voor opbrengen? een boel, blijkbaar. een lief, aandoenlijk, en ook pijnlijk boekje met proza die ik in een lijstje wil hangen.
"als een giraffe zich omdraait doet hij dat als een mantel die je over iemand's schouders gooit."
"het grootste geloof ter wereld vindt zijn oorsprong in miljarden prullen. en wij, lief oog, vormen samen hun koning en koningin."
‘Sommigen zullen nu beweren dat de pols en het oog elkaar gevonden hebben, maar dat is niet waar. De pols en het oog zullen elkaar nooit vinden. De wind en de golven zijn twee heel verschillende dingen. Dat staat in alle boeken.’
“voor een terrorist is het van groot belang een goede naam te hebben. namen die niet rijmen, allitereren of sterk tot de verbeelding spreken staan een bliksemcarrière in de internationale terreur in de weg.”
Ik ging dit even lezen voor dat Het Paradijs van slapen uitkwam. Ik heb eigenlijk de Spaanse vertaling van Irene de la Torre gelezen. Dat was een gekke maar leuke ervaring omdat ik het werk van Joost in het Nederlands gewend ben. Hoe leuk dat een oog en een pols elkaar aanschrijven, maar elkaar toch nooit ontmoeten. En ik snap nu waar al die gekkigheid in het perenlied vandaan komt. "El viento y las olas son cosas muy distintas. Todos los libros lo dicen."
Zoals bijna al Joost Oomen zijn boeken, een heerlijke sleep van poetische zinnen en mooie beeldspraak die me toch doen herrinnderen dat zelfs sprookjes niet altijd goed te hoeven eindigen
Een literaire achtbaan, dat is het. Het perspectief dat Joost Oomen heeft gekozen is vernieuwend. Je kunt je er geheel in inleven, hij vraagt iets van je door een glazen oog en een pols het verhaal te laten drijven.
Er is iets aan iets wat niet bij elkaar hoort verbinden, dat duidelijk laat zien dat iets anders wél bij elkaar hoort. Als het wel bij elkaar hoort, maar elkaar niet vindt, dan is er twijfel en verdriet en leegte en verwondering en herkalibreren en dat doet dit boek.
Ogen en polzen, aanvankelijk twee lichaamsdelen die niet iets met elkaar te maken te hebben maar Oomen krijgt het voor elkaar ze in een korte, krachtige novelle op humoristische wijze met elkaar te verbinden. Met zijn vlotte schrijfstijl en muzikale teint krijgt hij het voor elkaar me dit boekje in een ruk te hebben laten uitlezen. Het centrale thema wat terugkomt is verveling en de verschillende personages geven daar ieder hun eigen invulling aan. Hun reflectie op hun eigen verveling is grappig want beschrijven hoe mensen niks te doen hebben is nog een hele kunst op zich. Dat de pols en het oog de positie innemen van objecten die de personages uit deze verveling doen ontstijgen getuigt van een groot absurdistisch vermogen bij Oomen.
Zijn grote vriend is Willie Darktrousers, beiden speelden de show 'O ratelslang, geil beest' op Oerol waar ik deze zomer was. Stiekem begin ik wel een beetje fan van deze twee (en losse) artiesten te worden. Ze zijn heel grappig en kenmerken echt de meest moderne generatie schrijvers van dit moment. Wat zijn de thema's die terugkomen? Vervreemding, eenzaamheid, niet weten wie je bent. De verveling die het bestaan soms als een loper voor je naar een onbekend einddoel uitrolt. Postmodern of niet, het is de tijdsgeest die momenteel heerst en daarom is het denk ik belangrijk dit soort schrijvers nu te lezen om je bewust te zijn van de tijd waarin we momenteel op zoek zijn naar een zelf. Een tijd waarin dat haast een onmogelijke zoektocht is geworden. Waar Netflix, gemak, en loomheid de mens dient.
Deze twee kunstenaars doen lekker hun eigen ding. Hebben lak aan de norm en dat is cool.