‘Ik dwaal doorheen de korenaren van de wanhoop, heel alleen, met hier en daar een kraai die fladdert in mijn hoofd.’ (Vincent van Gogh).
In het begin van het boek stap je in de leefwereld van de vijfjarige Vincent. Onmiddellijk weet de auteur de juiste sfeer te scheppen. Je voelt direct aan dat Van Gogh anders is.
Het verhaal wordt verteld vanuit het standpunt van Vincent van Gogh. Je kijkt letterlijk mee naar het leven en naar de omgeving door de ogen van Van Gogh. Je kan je helemaal vereenzelvigen met zijn wereldbeeld. Hoe hij zich voelt, hoe hij zich misbegrepen voelt, hoe hij zich onheus behandeld voelt, maar zeker ook hoe hij de wereld ziet, hoe hij kleuren aanschouwt, wat hij schoonheid vindt. Je voelt als het ware hetzelfde als Van Gogh wanneer hij iets wil vereeuwigen in een schilderij.
De auteur hanteert korte zinnen en slaagt er op deze manier in om de gevoelens, de levensomstandigheden, de hersenspinsels, maar ook het kunstenaarsoog van Van Gogh in zeer groot detail weer te geven.
Je zwerft doorheen heel het boek mee in de zoektocht die Van Gogh zijn hele leven lang heeft gevoerd.
Iedereen kent de werken van Van Gogh, maar dit boek leert je om ze ook door de ogen van hemzelf te zien. Dit geeft zonder twijfel een extra dimensie aan zijn kunstwerken.
Een knap geschreven werk dat een aanrader is voor iedere kunstliefhebber, maar ook voor anderen geeft het een mooi en toegankelijk beeld van een kunstenaar die pas na zijn leven de nodige erkenning heeft gekregen.
Ik geef het boek 4 mooie sterren.