Although she wrote a variety of poems, songs, books, plays, musicals, and radio- en television drama, she is known best for her children's literature, for which she received the Hans Christian Andersen Award in 1988. She committed suicide a day after her 84th birthday and was buried in Amsterdam.
Staan echt een paar pareltjes in en de opstandigheid van Annie vind ik zo bemoedigend in deze tijd. En het zet aan het denken, ook nog.
“Weet je...’ zei ik, ‘áls het dan moet, dan wil ik tenminste een huis bouwen zonder vloeren. Ik wil een huis van enkel muren – en tussenmuren natuurlijk, want er moeten toch kamers komen en een keuken – maar de grond moet zo blijven als hij is: gras.Ik wil een huis met centrale verwarming en gele gordijnen en een antiek kastje en een moderne eettafel, maar alles op gras. Dan houd ik dat gevoel van “mijn” grond. Ik wil in de woonkamer petunia’s zaaien bij het raam en die iedere dag begieten terwijl ik aan de lunch zit. En ik wil naast de eettafel een klein perenboompje planten. Het was een mooi plan. Maar ik heb het alweer moeten laten varen. Men heeft mij gezegd dat het niet gaat. Dat een huis op fundamenten gebouwd moet worden. Alsof er iets fundamentelers bestaat dan aarde. En gras.”
“Dan neem ik zomaar een huis in beslagzonder te vragen of dat ook mag Geef me asjeblieft iets verkoelends,want ik krijg opstandige gevoelens.”
“Misschien zit daarin wel het hele bedrog van het leven: Wat zal ik blij zijn als ik op reis ben en wat zal ik blij zijn als ik weer terug ben. En dan schelden we nog op de kat die aan de deur krabt om eruit gelaten te worden en die een minuut later weer krabt om erin gelaten te worden. Wat doen wij ooit anders dan krabben aan duizenden deuren om erin en eruit gelaten te worden.”
“De beren hebben het bekeken. Zodra het koud wordt sloffen ze naar hun hol, draaien zich driemaal om, stoppen hun neus in hun buikharen en slapen tot mei. En ze staan, geloof ik, nooit op voor een beschuitje met kaas of voor een plasje. Is dat niet doelmatig?Wij hebben ons geëvolueerd tot dieren die ’s winters opblijven, dieren met piekuren en kolentekort, het is nogal dom. Misschien zouden we ons alsnog kunnen instellen op die veel verstandiger leefwijze der beren. Waarschijnlijk lukt het wel, mits er van overheidswege maar genoeg op aangedrongen wordt. Zodra er vorst in de lucht zit, wordt de winterslaapperiode aangekondigd. Eén avond, de laatste avond, is er groot feest met een galavoorstelling in de schouwburg, met een optocht op de Dam, overal reclames: ‘Houdt uw Winterslaap in het Amstel Hotel!’, hossen langs de straten, feestverlichting, winterslaapdiners in alle restaurants, kermis met wafels en schiettenten, ontzaglijk veel eten, ontzaglijk veel drinken, het mag allemaal, daar slaap je goed op. En om drie uur die nacht rijden er auto’s met geluidsinstallaties rond: De lichten gaan uit! De lichten gaan uit! Het is tijd! Het is tijd! De radioprogramma’s sluiten met het Wilhelmus en met: Luisteraars, wij komen terug de tweede mei! Mensen op straat en in de tram kussen elkaar met tranen in de ogen en roepen: Welterusten! Alle ruzies worden nog gauw even bijgelegd. Dan gaan we naar huis en naar bed, met de kinderen en de poezen en de honden. Een doekje over de papegaaienkooi en we zetten de wekker op 2 mei. Terwijl we geeuwend de wekker opdraaien, hebben we het zalige besef dat alles in bloei zal staan als het ding afloopt en dat we meteen met een dun mantelpakje aan de terrasjes op zullen kunnen.En die nacht om vijf uur is het overal leeg. Nog één vliegtuig komt ronkend over de verlaten stad, nog één auto knarst met de remmen, en dan is alles stil.Fabrieken, elektrische centrales, spoorwegen, alles ligt stop tot mei. Het gerechtshof slaapt en Het Parool en de burgemeester en Blauw-Wit en het atg met het hart vol sintels, en mejuffrouw Klompé.Op het platteland slapen de boeren tot mei, met de koeien en de kippen. Een enkele wandelaar loopt nog langs het Rokin. Het is een slaapwandelaar. Maar wij zien niets: we verzinken in een slaap van maanden. In februari worden we even wakker. We draaien ons om en mompelen tot onze man: Heb je ’t keukenraam dichtgedaan? Grmmm, zegt hij. Dan zakken we weer weg in die droom over gouden regen.Als eindelijk de wekker afloopt in mei, kijken we verbaasd naar buiten. Een blauwe lucht met zon. Bloesems in het achtertuintje. We gooien de ramen wijd open, onze pyjama slobbert om ons heen, we zijn vanzelf slank geworden en hebben een enorme honger. Er is al een draaiorgel op straat en in de verte kakelen de kippen, die ritsen eieren leggen voor het Grote Ontbijt. We wuiven naar de buren en roepen: Heb jullie goed geslapen?Heerlijk, zeggen ze, behalve tante Mien, die heeft maandenlang geen oog dichtgedaan – zégt ze. Iedereen heeft zin om aan de slag te gaan, maar niemand weet precies meer hoe. En daarom begint men met dromen te vertellen, wekenlang. In Straatsburg en in Parijs worden de assemblees hervat, maar iedereen is totaal vergeten waar het ook weer over ging. En dat is nog het prettigste, dat alles helemaal van voren af aan moet beginnen.De beren hebben het beter bekeken dan wij.”
I grew up with Annie M.G. Schmidt but for some reason I never read her poetry stuff. I bought this one on a whim and only now discovered that you're supposed to gift them away? Too late, I AM A REBEL!
I really enjoyed it! Even though some of it really rhymed, and I don't enjoy words that rhyme (also... am I using that word right in English?) thanks to years of being forced to make the damn things. But her short stories were really enjoyable. You have to read it in it's time though...
Had lots of feeling when reading this and that's the only thing that matters.