Geschiedenis van de bouw van de Bijlmer in de jaren zestig en van het leven van de ontwerper van dit ambitieuze project, stedenbouwkundige Siegfried Nassuth (1922-2005).
Interessant boek voor iedereen die geïnteresseerd is in de Bijlmer en het verhaal erachter. De hoofdstukken waren niet erg logisch ingedeeld en de delen over het leven en de jeugd van de architect hadden er van mij niet in gehoeven. De stukken over de Bijlmer zelf waren daarentegen wel boeiend om te lezen.
Deze biografie van Nassuth (niet zozeer de Bijlmer, waar ik op gehoopt had), leest gemakkelijk weg.
Echter moest ik wel een paar keer aardig doorbijten. De auteur tekent zichzelf als iemand die zich niet bewust is van institutioneel racisme, noch het Nederlands koloniale verleden. Bijvoorbeeld met zinnen als: “De onafhankelijkheid van Indonesië en de verhuiswoede richting Nederland als gevolg.” (“Verhuiswoede” is niet een woord waaruit diep begrip van de geschiedenis blijkt.)
Voor mij weer een herinnering dat geschiedschrijven en journalistiek nooit objectief zijn.
Het boek is naar mijn idee niet echt een biografie over de Bijlmer maar meer over Nassuth. De idealen achter het plan blijven onderbelicht en het dagelijks leven had voor mij ook meer een platform mogen krijgen. Het grootste struikelblok bij deze biografie is voor mij het feit dat de tijdlijn erg rommelig en totaal niet chronologisch loopt, dit leest niet prettig.
Een biografie van een wijk én van de stedebouwkundig ontwerpen van de wijk; de Bijlmermeer en Siegfried Nassuth. Over de Bijlmermeer is al veel gezegd en geschreven, over de stedebouwkundig ontwerper ervan veel minder. Na het lezen van dit boek weet je ook waarom; er valt veel en veel meer te vertellen over de Bijlmer en al haar bewoners dan over Nassuth. Dekker is op zoek gegaan naar een verhaal wat er niet is, of in elk geval niet interessant genoeg. De ervaringen van Nassuth aan de Birmaspoorlijn zijn ongetwijfeld vormend en bepalend voor zijn karakter geweest, maar wat dat te maken heeft het stedebouwkundig ontwerp van de Bijlmermeer wordt in het boek niet duidelijk. Als aan het eind van het boek de campeertrips van de inmiddels gepensioneerde Nassuth ook nog voorbij komen wordt het boek bijna voyeuristisch. Nota bene Nassuth zelf merkt bovendien in het boek op dat “stedebouwkundigen nooit alleen werken, maar in hoge mate in groepsverband”. De Bijlmermeer heeft in de Nederlandse stedebouwkundige, planologische en bredere sociologische geschiedenis een volstrekt unieke plek, niet alleen dankzij het ontwerp maar ook dankzij de bewoners en hun geschiedenis. De wijk als laatste optimistische droom van het naoorlogse modernisme, waar het collectief al snel moest plaatsmaken voor het individu en de homogene samenleving voor een veelkleurige diversiteit. Dekker laat volgens beproefd recept een aantal getuigen aan het woord en beschrijft met vlotte pen de chronologie van de wijk. Hiermee had hij een heel boek kunnen vullen, met Nassuth als één van de vele personages. In een internationale context verliest ook de Bijlmer haar uniciteit. Tientallen vergelijkbare wijken werden in dezelfde periode gebouwd; in grote lijnen kenden ze al snel dezelfde problemen. Deze bredere context is helaas bij Dekker niet terug te vinden. Het is een beschrijving van een leven en een vluchtige chronologie van een wijk, enigszins geforceerd in één boek gepropt. Is het daarmee een afrader? Nee, toch niet. De geschiedenis van de Bijlmer verdient een breed publiek en een lichte benadering, zonder kaarten, diagrammen en ander vakmatig geneuzel. Dekker is daar in geslaagd en dat is goed. Zonder Nassuth er bij te halen had hij dat ook gekund, en was het misschien wel een beter boek geworden.