‘Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen het westerse en het oosterse denken? De westerse hang naar vrijheid met zijn nadruk op kritisch denken en autonoom handelen versterkt het ego. In het oosterse verlangen om bevrijd te worden van de begeerte als oorzaak van het lijden wordt het ego juist vernietigd. Is er sprake van een onoverbrugbare kloof tussen deze culturen? Staan ze haaks op elkaar? Of verraadt deze suggestie impliciet ons “oriëntalisme”: onze even romantische als koloniale kijk op oosterse culturen?’ - Henk Oosterling in Waar geen wil is, is een weg
In Japanse vechtsporten leer je door intensieve training ‘met je lichaam’ denken. Voorbij het ik: waar geen wil is, is een weg. Dit uitgangspunt van de Japanse krijgskunsten werkt door in de Japanse filosofie en cultuur.
Als filosoof, Japan-kenner en voormalig Nederlands kendo-kampioen raakte Oosterling gefascineerd door het Japanse denken en doen. Hij zette het af tegen de westerse traditie, wat resulteerde in een fascinerende interculturele verkenning waarin niet alleen grote verschillen, maar ook opvallende overeenkomsten tussen boeddhistisch en westers denken naar voren komen.
Pauzes waren aan prof. Oosterling niet besteed want dat was "onfilosofisch". Menig student Wijsbegeerte aan de EUR kan zich nog de ervaring herinneren om op maandagochtend na anderhalf uur college over differentiedenken met klapperende oren de campus te verlaten, zich afvragend hoe hij/zij de woordenstroom moest verwerken. Oosterling is inmiddels met pensioen, maar niet getreurd: zijn boek Waar geen wil is, is een weg biedt u een vergelijkbare ervaring.
Als Nietzsche 'de filosoof met de hamer' is, dan is Oosterling wellicht de filosoof met het machinegeweer: in razendsnel tempo wordt er met vakjargon en vooral veel namen gestrooid (een stijlmiddel die weleens denigrerend name dropping wordt genoemd). Dat veel van deze filosofen pas aan het einde van het boek nader worden verklaard maakt een degelijke voorkennis van (post)moderne filosofie tot een vereiste om dit boek door te komen.
Toch, voor de aanhoudende lezer (die waar nodig stukken herleest of juist overslaat) is er genoeg interessants te ontdekken. Theorie en praktijk komen in dit boek mooi bij elkaar: Oosterling put zowel uit zijn academische kennis als zijn persoonlijke ervaringen in Japan als hij de westerse en oosterse culturen naast elkaar legt. Dit doet hij grotendeels middels de drie pijlers lichaamsdenken, doodsdenken, en nietsdenken. Een belangrijke spil van het boek is de kruisbestuiving van de Westerse en Oosterse filosofie sinds begin 19e eeuw. In de werken van Hegel zien wij een interesse in Oosterse denkwijzen, welke wordt gedeeld door zijn critici Schopenhauer en Nietzsche. Deze verkenning is wederkerig, want aan het begin van de 20e eeuw komen Japanse intellectuelen naar Duitsland om daar filosofie te studeren, deze opgenomen kennis verwerken zij thuis weer in hun eigen gedachtgengoed. Oost en West worden zo met elkaar verweven.
In de filosofische analyse van Oost/West gaat Oosterling voorbij aan clichés en simplificaties. Gevolg hiervan is wel dat uitvoerige behandelingen over hoe bijvoorbeeld het 'niets' in beide werelddelen wordt gedacht voor het gros van de bevolking onnavolgbaar zullen zijn (ik zal zeker niet beweren dat ik alles begrepen heb). Dat hij denkers als Hegel, Foucault, Deleuze & Guattari, Nishida, e.d. op heldere wijze weet uit te leggen neemt niet weg dat dit zware kost blijft. Ondanks al dit intellectuele geweld kunnen de zgn. 'japanofielen' gerust hun hart ophalen bij besprekingen van Japanse cultuurverschijnselen zoals vechtkunst, manga, en anime. Zelfs je reinste smeerlapperij als 'hentai' (perverse tekenfilms) wordt serieus genomen en in een breed filosofisch/cultureel kader uitgelicht.
Uiteraard is er genoeg te bekritiseren. Zo waren sommige autobiografische anekdotes mij te zelfgenoegzaam. Als er oude koeien uit te sloot worden gehaald omtrent Kendo toernooien van ruim drie decennia geleden vermoed ik dat er wat oud zeer in het vertoog is geslopen. Daarnaast wordt het kolonialisme en racisme regelmatig aangehaald om westers denken (Hegel in het bijzonder) verdacht te maken, hier vond ik de argumentatie zwak. Toen er aan het einde van het boek ook nog een beroep werd gedaan op Zwarte Piet om te onderstrepen dat onze maatschappij "bol staat van het racisme" kon ik een oogrol niet langer onderdrukken.
Daarnaast blijft het gewoon verdomd moeilijk om vat te krijgen op differentiedenkers. Ze gebruiken maar al te vaak een (zelfs voor filosofen) wereldvreemde manier van spreken en ontwikkelen voortdurend nieuw jargon die de zaak soms alleen maar ingewikkelder maakt. Ook hun scherpe kritiek op de rationaliteit en objectiviteit geeft te denken. Hoewel het een oppervlakkige misvatting is om te zeggen dat de zgn. 'postmodernisten' alles relatief hebben verklaard, blijft deze stroming worstelen met de vraag hoe je bv. vanuit het ene discours op zinnige wijze naar een ander discours kunt kijken. Dat deze kritiek door de differentiedenkers zelf vaak maar al te graag wordt erkend neemt niet weg dat deze tak van filosofie soms op losse schroeven lijkt te staan.
Uiteindelijk kan de vraag "Is dit een goed boek?" alleen beantwoord worden met een volmondig "Ja, maar..." Gezien de hoge moeilijkheidsgraad en het specifieke onderwerp is dit boek alleen besteed aan mensen die "filosofisch onderlegd" en "affiniteit met Japan" op hun literaire CV hebben staan. Mocht u zich echter in deze nauwe doelgroep bevinden, dan is Waar Geen Wil is, is een Weg de moeite meer dan waard.
Laat ik, net als de auteur van dit boek, deze recensie voor de verandering een autobiografisch karakter geven. Mijn fascinatie en waardering voor Henk Oosterling hangen voor een groot deel samen met mijn levensloop, dewelke enkele overeenkomsten vertoont met die van Henk, maar dan wel zeer minimaal, zij het alleen maar omdat datgene waar ik hem in bewonder nooit zal evenaren. Bovendien is mijn levensloop en mijn carrière deels schatplichting aan Oosterling.
Henk is een belichaming van sociale mobiliteit, en daarmee een vleesgeworden belichaming van de potentie die zij in zich draagt. Hoewel Henk dieper in de (sociaaleconomische) blubber zat dan ik in mijn jeugd, voel ik mij toch ergens met hem verwant. Evenals hij via zijn moeder te horen kreeg dat 'zijn soort' niet naar het gymnasium gaat, zo kreeg ik bij mijn overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs te horen dat 'mijn soort' niet naar het havo gaat (mijn CITO-score zou mij daarin belemmeren, maar ook mijn achtergrond: het hebben van laagopgeleide arbeidersouders). Nadat ik bijna van het vmbo destijds werd verwijderd, besloot ik op mijn achttiende dat er iets veranderen moest en ben mij daarna gaan opstapelen van het mbo naar het hbo. Goed voorbeeld doet goed volgen.
Het is op het hbo dat ik een interesse voor filosofie begon te ontwikkelen. Laat toeval het willen dat ik les kreeg van een oud-student van Oosterling bij het keuzevak filosofie, en laat het toeval vervolgens willen dat ik stage zou gaan lopen bij Rotterdam Vakmanstad: een project mede door Henk bedacht en geïnitieerd, bedoeld om leerlingen van het primair onderwijs tot aan het hoger onderwijs vaardigheden aan te leren (fysiek, sociaal, mentaal en ecologisch) die zouden moeten helpen bij de omgang met de spanningen die de 21e eeuw met zich mee brengen zal. Het is daar dat ik Henk zelf ontmoet, wat maakt dat ik later ook actief zou worden voor Rotterdam Vakmanstad. Deels door mijn verleden ingegeven zelftwijfel, sprak ik op enig moment uit wel filosofie te willen studeren, maar te betwijfelen of ik het niveau daarvoor wel heb, waarop Henk op zijn Rotterdams zou zeggen dat ik me 'gewoon moet inschrijven en het gewoon moet gaan doen.' Dit en andere van zijn woorden hielpen mij de moed te vergaren dit ook daadwerkelijk te doen, en gelukkig niet met slecht resultaat, achteraf bezien.
Ik zou nog een tal van andere anekdotes kunnen beschrijven, maar zal het restant gebruiken voor mijn leeservaring van dit boek.
Henk opent het boek met de initiatie van een zoektocht naar kruisbestuivingen tussen Oosters en Westers denken, om de resulterende inzichten daarvan vervolgens in te zetten voor een vorm van maatschappijkritiek (hoewel hij dit zelf niet zo zou noemen, waarschijnlijk) - met daarin verdisconteerd een aantal pogingen om een andere manier van denken en doen te ontwikkelen (dewelke nauw met elkaar zijn verbonden) - die als doel heeft het moderne cynisme en de onverschilligheid ten aanzien van het lijden van anderen te transformeren naar compassie, interesse en verantwoordelijkheid. Een missie die ik ten zeerste onderschrijf en ook probeer te leven. Goed voorbeeld doet goed volgen.
De kruisbestuivingen geven mij door de overeenkomsten die blijken tussen Westers en Oosters denken hoop dat een vorm van convergentie betreft ons waardenstelsel mogelijk is en daarmee verbonden tevens andere manieren van denken en doen mogelijk zijn, maar vrees soms dat het daarvoor al te laat is.
Het is dit cynisme die ik in mijzelf maar ook om mij heen ontwaar die ik in mijn eigen studie het hoofd trachtte te bieden door hier in mijn essays en scripties over te schrijven, waarin ik (soms onbewust) uit soms dezelfde bronnen heb geput als Henk. Ik ben al lang op zoek naar welke subversieve waarde en potentieel een kritiek, of andere manieren van denken en doen nog kunnen hebben in een wereld die steeds meer catastrofale dreigingen lijkt te hebben.
In ieder geval is het zo dat al het bovenstaande mij overtuigt van Henk zijn stelling dat wij niet zozeer individuen zijn, maar interviduen (tussenwezens) en wij in die hoedanigheid onze identiteit niet zozeer vanuit de binnenste krochten van onze geest putten, maar dat het veeleer de relaties zijn die bepalend en constitutief zijn voor ons leven. Immers, had ik niet per toeval les gekregen van een oud-student van Henk, dan zou ik nu hoogstwaarschijnlijk een heel ander leven hebben geleid. Het is uiteindelijk het netwerk dat zich ontsproot uit het bovenstaande dat mijn leven tot op vandaag de dag grotendeels is gaan bepalen.
Mijn hoop is dat datgene dat Henk beoogt met zijn werk en projecten nog de effecten zal sorteren die mijns inziens nodig zijn om catastrofes het hoofd te bieden, en in het beste geval te vermijden, hetgeen ik naar Adorno als dé rol van kritiek zie.
Het super interessante onderwerp gecombineerd met de super droge en saaie representatie ervan brengt me in een tweestrijd als het op het geven van een aantal sterretjes aan komt. Henk is hoofdlector filosofie en met dit boek heb ik de indruk dat hij zijn universitaire manier van doen gewoon (misschien onbewust) heeft doorgetrokken. Als je dan in de conclusie leest dat het een samenraapsel is van artikels die al eerder geschreven zijn, verklaart dit ook waarom enkele hoofdstukken als herhaling aanvoelen. Desalniettemin is de insteek van het onderwerp origineel en blijft het boeien. Het is dus een kwestie van worstelen met overcomplex woordgebruik en te lange zinnen om de essentie te kunnen extraheren. Dat proces is best vermoeiend, en zo zou een boek - ook al gaat het over filosofie - niet mogen zijn naar mijn mening. Ik heb er toch redelijk wat uit weten te halen maar ben geneigd de naam Oosterling links te laten liggen de volgende keer als ik in de boekenwinkel of bibliotheek ben.
Zeer interessant pleidooi voor een activistisch maatschappelijk zelfbewustzijn (beknopt verwoord). Ik raad het iedereen aan dit te lezen. Ik heb de hoofdstukken niet in volgorde gelezen. Ik heb 1 en 2 gelezen, vervolgens 5 en toen weer 3, 4, 5, etc... In hoofdstuk 5 worden de verschillende filosofische inzichten verklaard en in de historie geplaatst, daarom is het aan te raden die naar voren te halen in de leesvolgorde.