Tot zoens bevat een twaalftal niet eerde gepubliceerde korte verhalen van Remco Campert, plus een selectie uit Waar is Remco Campert? en Het paard van Ome Loeks.
In een Rataplan duikelde ik dit boekje op en kocht het op basis van de titel, het omslagontwerp en het feit dat ik nog niet eerder iets van Campert had gelezen.
Ik weet dat het woord ‘leuk’ in een recensie gebruiken geen doen is, maar dit boek was het écht: leuk. Verrassend leuk, zelfs. Ik heb me kostelijk vermaakt. Het zijn eigenlijk meer columns dan verhalen, maar des te beter. Herkenbaar en komisch - meer heb je ook helemaal niet nodig.
Er heerste precies de goede balans tussen ‘alledaagse’ anekdotes en verhalen met betrekking tot het schrijverschap (namelijk: zoveel mogelijk van het eerste soort en dan af en toe, als een soort beloning, iets van het tweede soort). Zoals hier:
Geheide onderwerpen voor stukjesschrijvers die even niet weten waar ze het over moeten hebben terwijl de deadline dreigend bliksemend aan de hemel staat zijn ‘de poes’ en ‘stoppen met roken’. Een ander thema, altijd wel goed voor een bespiegeling is ‘de taal’ - het signaleren van nieuwe clichés of het lanceren van betweterigheden over het gebruik van grammatica’s voorschriften.
Een dus ook als het over ‘simpelere’ thema’s dan schrijven gaat, blijft het grappig zonder al te voorspelbaar te worden:
Een poosje later wandelde hij weer terug naar huis (…), maar bij de huisdeur aangekomen merkte hij na lang gegraai en getast dat hij voor een probleem stond; naast verliefdheid en in je broek plassen misschien wel een van de kinderachtigste, meest onvolwassen problemen die er waren: hij had zijn huissleutels niet bij zich.
Kortom: mocht je dit bundeltje in jouw eigen kringloop tegenkomen, doe jezelf een plezier en koop het!
Niets levensveranderd maar zeer geestige (grappig dekt de lading net niet) columns, heel leuk om er tussendoor een stuk of drie van de lezen! Ik kreeg onmiddellijk zin om Camperts hele oeuvre te lezen
De dikke bundel ‘ Tot zoens’ bevat ruim vierhonderd columns die Remco Campert schreef, daterend van de jaren vijftig tot aan het begin van deze eeuw. Het boek bevat een aantal eerder verschenen kleine bundels. De eerste bundel ‘ Het paard van ome Loeks’ verscheen eerder in 1961 en bevat columns uit de tijd dat Willem Drees nog premier van Nederland was en Elvis Presley nog een opkomende artiest was. De columns zijn nog goed leesbaar, mede ook door de kwaliteit van de schrijfstijl van Campert. Je kunt hem niet betrappen op grammaticale onzorgvuldigheden of stereotiep taalgebruik. Soms doen een column wat oubollig aan, maar meestal zijn ze humorvol geschreven.
Eetlezen is onderdeel van de bundel en telt 54 columns, soms korte verhaaltjes, soms kleine observaties en beschouwingen. Een van de thema’s is jezelf onder controle krijgen, niet afglijden in de chaos van goede voornemens waar niks van terecht komt. Omdat Campert geen vaste negen tot vijf baan had, moest hij zichzelf disciplineren. Dat deed hij in feite meer dan dat hij het in sommige stukjes doet voorkomen, want hij schreef met grote regelmaat columns die bijvoorbeeld in de Volkskrant werden gepubliceerd. Na de oorlog herkende hij zich in de poëzie en in jazzmuziek. Toen de popmuziek opkwam voelde hij zich daarvoor al een beetje te oud. Een ander thema is besluiteloosheid en innerlijk verzet. Zullen we nou wel of niet naar dat feest gaan, een nieuw pak kopen etc. Het leven voltrekt zich soms buiten jezelf om. Maar de taal en het lezen en schrijven helpt je er toch wel doorheen!
Een onderdeel is ook de bundel 'tot zoens' met dezelfde titel als de grote bundel 'Tot zoens' In deze bundel staan veel persoonlijke herinneringen van Remco Campert. Hoe hij als jongen in de oorlog verbleef op de Veluwe, zijn middelbare schooltijd, zijn verlegenheid en onhandigheid waar hij jaren mee worstelde. Ook leuke columns over zijn beginnend schrijverschap en dichterschap. Over een concert van Chet Baker dat hij in Haarlem bezoekt. In 1975 vond er een bezetting plaats van het Indonesische consulaat vlakbij zijn woning in Amsterdam. De boel is afgezet en hij kan alleen van en naar huis via politiecontroles. Het herinnert hem weer aan de oorlog. Ineens komt de buitenwereld dicht bij zijn eigen wereld. Hier wijdt hij twee columns aan. De columns uit deze bundel zijn zeker de moeite van het lezen waard.
Tot Zoens by Remco Campert feels like a look into the past.
It’s a collection of Campert’s columns and short stories he has written both independently and for the Dutch Volkskrant (People’s Paper) which was published in 1986. It’s a collection filled with comedy and commentary, which go hand-in-hand quite well, especially with some very comedic takes on Dutch culture and day-to-day life.
However, some of the commentaries made, make it very clear it was written by a Dutch white-man in the 1970’s. With insensitive comments about weight and weight-loss, views on our colonial past and descriptions of people of other races than white, it does leave you with a sour-taste in your mouth.
Yet, this doesn’t ruin the entire experience for me, as some of the columns written are very clever and silly sometimes, which makes the collection quite charming. Especially De Telefoon and De Wandeling are quite funny, silly and surprisingly still relatable after all these years.
In conclusion, this is definitely not an amazing read, however some parts are quite enjoyable.
In deze bundel staan veel persoonlijke herinneringen van Remco Campert. Hoe hij als jongen in de oorlog verbleef op de Veluwe, zijn middelbare schooltijd, zijn verlegenheid en onhandigheid waar hij jaren mee worstelde. Ook leuke columns over zijn beginnend schrijverschap en dichterschap. Over een concert van Chet Baker dat hij in Haarlem bezoekt. In 1975 vond er een bezetting plaats van het Indonesische consulaat vlakbij zijn woning in Amsterdam. De boel is afgezet en hij kan alleen van en naar huis via politiecontroles. Het herinnert hem weer aan de oorlog. Ineens komt de buitenwereld dicht bij zijn eigen wereld. Hier wijdt hij twee columns aan. De columns uit deze bundel zijn zeker de moeite van het lezen waard.
Toch maar even herlezen, zo bij het heengaan van deze taaie dichter: een bundel Volkskrant-columns uit de tijd dat hij op zijn best was. Als proefanbonnee van de VK kan ik u melden dat de huidige columnnisten niet alleen niet net zo goed zijn, maar zelfs lang niet zo goed.
Geestige en weemoedige overpeinzingen van Campert , met tussen de regels door een blik op de bange jongen die hij ooit geweest was en die toch niet van plan was zich het leven te laten verpesten, en die er onbevangen, haast per ongeluk, iets eigens en iets moois van had gemaakt. Moge de dichter ondertussen rusten in vrede, daar keek hij, heb ik het vermoeden, naar uit.
Ook in deze bundel verhalen laat Remco Campert zich kennen, in een stijl die zich kenmerkt door een laconieke, vaak ironische verteltrant, ook of juist als het gaat om treurige situaties. Er is veelal een goed gedoseerde terloopsheid; en zo bijna paradoxaal als dit klinkt, bedoel ik dat ook. Er is daarbij nooit sprake van naargeestigheid, dat komt door de lichtvoetigheid. Het boekje heeft mij vele herkenningsglimlachjes ontlokt. JM
Ons voorleesboek van de afgelopen tijd om bij in slaap te vallen. Heerlijk gedateerde columns. Vooral de ritmische proza van Remco blijft goed overeind, veel actuele toespelingen gaan verloren. Veldwachter Bonkjes en de familie Kneupma was een onverwacht hilarische klucht, maar drs. Mallebrootje ging gauw vervelen. Hier en daar briljant, over het geheel gemiddeld.
Bundel van campert, niet te verwarren met de gelijknamige 'bundel van bundels' die later is uitgekomen. Zeker de moeite voor de liefhebbers[return][return]Ze zijn kort, soms somber, hier en daar wat naargeestig en klagerig, maar vooral ironisch. De opgeroepen figuren zijn vaak potentiele mislukkelingen die met hangen en wurgen hun leven tegen de wind in van de omstandigheden toch nog vorm weten te geven. Campert lijkt wat sfeer betreft in deze stukjes de middenweg te bewandelen tussen Nescio en Carmiggelt, zonder de stilistische hoogte van de eerste en de existentiele wanhoop van de laatste. (biblion)
Conjunto de narraciones breves con temas variados, pero una tonalidad humorística común. Cada una de las narraciones utiliza el título para situar la acción, donde la propia experiencia del autor es la base. En uno de los relatos bromea sobre los españoles intentando hablar holandés!