Dit was een van de boeken die ik rond het eind van mijn middelbare schooltijd heb gelezen. Dik 15 jaar later ontroert het me nog steeds, maar kijk ik er wel anders naar.
Olga is ergens achterin de 30, getrouwd met een diplomaat, woonachtig in Wenen en blikt terug op een relatie die ze in haar studententijd had met een veel oudere partner. Die relatie wordt omschreven als rustig, liefdevol, kalm. Vakantie in Frankrijk met de auto, praten over boeken en kunst. Rond en na het beeindigen van die relatie voor haar nieuwe, zeer ambitieuze partner lijkt ze een deel van zichzelf verloren te hebben - alle linkse studentenvrienden, haar interesse in Nederlandse en Europese literatuur. Met haar familie was ze nooit erg hecht.
Een heel melancholiek boek, met een hoofdpersoon die in de stukken over haar huidige leven vooral de leegheid ervan beschrijft. Een hoofdpersoon die ondanks relatieve financiele zelfstandigheid en een universitaire studie haar eigen leven met een soort passiviteit voorbij lijkt te laten gaan (mijn grootste irritatiepunt). Een boek waarin ik ook het gevoel had dat er heel veel niet gezegd is (op een goeie manier), maar ook heel veel wel over melancholie, verdriet, depressie, een gevoel van afstand tot de wereld om je heen.