Dit boek gaat over Nordip Doenia, een Marokkaanse jongen, ookwel Sopkop genoemd, vertelt het verhaal. Nordip heeft twee jaar lang niets met zijn leven gedaan, hij heeft alleen maar ‘geslapen’. Dankzij zijn neef Krimo gaat hij werken bij een hotel/restaurant De Blauwe Gier zonder ervoor betaald te krijgen. hij werkt daar als pannenschoonmaker, vandaar zijn bijnaam ‘Sopkop’. Toen hij voor het eerst kwam werken hoorde hij dat hij ‘het spel’ niet mee hoefde te spelen, Nordip had geen idee waar ze het over hadden. In het hoekje waar Nordip schoonmaakt komt iedereen met hem praten en hoort hij van het mysterieuze spel, ondertussen denkt zijn vader dat hij administratie doet en vertelt hij dat trots aan iedereen die het horen wilt. Er komen veel personen voor in het boek omdat er veel mensen in de keuken werken, zoals Meerman, de baas of Bartels, die in de gaten houdt hoe het in de keuken gaat en inspringt als het fout gaat en Bokma die altijd ruzie heeft. Er zijn twee serveersters, Agnes en Sophie, op Agnes heeft Nordip een oogje. Ook krijgt Nordip te maken met Amimoem, Wilhelm en Ali, die ook in het restaurant werken. Zijn vader is erachter gekomen dat Nordip sopjongen is en is daar behoorlijk boos over en begint te preken. Nordip vind zelf dat hij het verdient om geslagen te worden, maar in plaats van dat preekt zijn vader altijd, daarom vraag hij aan zijn vader of hij hem niet gewoon een keer kan slaan. Op een dag komt de FIOD, de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst, binnenvallen om te controleren of er niet illegaal gewerkt wordt, dit is wel het geval en er worden mensen opgepakt. Nordip is de enige die voor niets werkt maar de mensen van de FIOD willen hem niet geloven. Ze begrijpen niet waarom hij het werk voor niets doen en lachen hem uit, hij wordt uiteindelijk niet meegenomen.
Er zijn veel mensen weg en de sfeer gaat achteruit het restaurant, de kwaliteit verslechterd omdat er te weinig koks zijn en veel klanten klagen. Het is niet leuk meer om er te werken en mensen doen ook hun best niet meer. Meerman, de eigenaar van De Blauwe Gier, was ook door de FIOD meegenomen. Wanneer hij weer terugkomt stelt hij voor dat Nordip het spel gaat spelen, dit doet hij omdat er meer koks moeten komen. Het spel blijkt dammen te zijn, een spel dat Nordip helemaal niet kent en helemaal nog nooit gespeeld heeft. Hij moest spelen tegen Wilhelm, die er behoorlijk goed in was geworden. Niemand verwacht dat Nordip gaat winnen maar hij wint toch. Hij neemt de plaats in van Krimo, zijn neef, en wordt chef-kok. Krimo zong vroeger goed maar dat heeft hij laten vallen toen ze naar Nederland gingen, toen de FIOD binnen kwam vallen heeft hij De Blauwe Gier verlaten en heeft hij het zingen weer opgepakt.
Nordip is nu chef-kok en Wilhelm komt naar hem toe om hem te feliciteren. Ook zegt hij dat Meerman liever heeft dat Nordip nu Sjoerd gaat heten omdat hij veel buitenlandse namen niet kan onthouden. Nordip weigert dit omdat zijn vader vroeger veel geld heeft betaald voor twee schapen die werden geslacht toen Nordip zijn naam kreeg. Dat is goed en Nordip is ook best trots op zichzelf, hij heeft zijn eigen spel gespeeld, en nog goed ook.De andere koks, Amimoen en Bokma vonden dat niet leuk. Toen Nordip die dag naar huis ging stond het restaurant in brand, Amimoen en Bokma stonden naast twee flacons spiritus. Nordip liep rustig weg, en dacht aan zijn neef Krimo.
Ik vond het boek heel leuk en grappig, maar soms was het een beetje moeilijk om te begrijpen door de flashbacks die erin komen en door het taalgebruik.
Ik raad dit boek aan want het is heel interessant en heeft een inkijk op een andere cultuur.