Computerpioniers is een heel leesbaar boek over de allereerste periode van het computergebruik in NL. Het boek eindigt in 1960 met hier en daar een kleine uitloper. Vanaf dat moment is het computergebruik en programmeren geen pionierswerk meer. Het maken en ontwerpen van software wordt een soort nieuw pioniersgebied. Er wordt aan drie punten aandacht besteed: computerbouw en (computer)programmeren, administratieve automatisering en wetenschappelijk rekenen, met name een speciaal project voor de deltawerken.
De nadruk ligt op een meer sociologisch, cultuurhistorisch gezichtspunt. De vraagstukken van techniek en architectuur zijn een beetje ondergesneeuwd. Voor dit soort zaken wordt naar internet verwezen; dat is een beetje flauw. Een schets van deze zaken had zeker verhelderend gewerkt en is ook interessant voor een breder publiek. Daar gaat het boek eigenlijk over.
Voor de culturele kant wordt soms met bewondering maar meestal verwondering en soms zelfs vermaak gekeken naar naar de ijverige en zelfopofferingsgezinde houding van de hoofdfiguren die we tegenkomen. Alle overleggen en studieclubs die 's avonds werden gehouden om wetenschappelijke vraagstukken te bespreken wekken vooral verwondering. Daarentegen worden de creativiteit, de drang naar experiment en het gevoel van vrijheid vergeleken met die in de kunsten.
Het meest verwonderlijke aan het boek is, dat er zo weinig over WOII wordt gezegd. In de jaren die dit boek beschrijft was in veel opzichten de oorlog niet ver weg. Misschien werd er in die tijd minder over gesproken dan twintig jaar later, maar veel van de initiatieven die besproken worden en de houding van de betrokkenen kan niet makkelijk los worden gezien van WOII.