In het hedendaagse New York zijn de FBI-agenten Fitzgerald Mallow (ouwe mopperkont) en Jonathan Fischer (overmoedige jongeling) gestuit op een moordzaak die door de CIA in de doofpot is gestopt. Er worden moorden gepleegd door een groep misvormde mensen die op spinnen en slangen lijken. Na de moord op CIA-agent Kent is zijn beeldschone dochter Roxanne (ook CIA) aan de beurt. Zij zoekt hulp bij Mallow en Fischer. Het recherchewerk gaat echter gewoon door en Jonathan moet naar San Diego om een seriemoordenaar te ontmaskeren. Dit zorgt voor een vreemde tweedeling in het verhaal, die de auteurs met veel kunst- en vliegwerk toch aan elkaar weten te breien. Het onderhoudende avontuur zit boordevol vecht- en schietpartijen. Jonathan ziet tussen de bedrijven door ook nog kans om met een wulpse agente in bed te duiken. De vaart blijft er lekker in, mede dankzij het aantrekkelijke semi-realistische tekenwerk, dat het avontuur op filmische wijze in beeld brengt.