De vrijheid van meningsuiting is dé basisgarantie van het samen-leven. Sinds de Verlichting leeft dit grondrecht in verstandhouding met die andere grondwettelijke vrijheid, de godsdienstvrijheid. Maar in onze land lijken we die verstandhouding nu kwijt te raken.Een samenleving bestaat niet als bevolkingsgroepen naast elkaar leven. Ze bestaat alleen als deze bevolkingsgroepen dezelfde basiswaarden delen, ondanks soms heel verschillende geloofsovertuigingen en levensbeschouwingen. Het is ook vandaag overduidelijk dat velen van onze medeburgers al te zeer overtuigd zijn van hun grote gelijk en nog slechts een schaars besef hebben van de betekenis van concepten als vrijheid, vrije meningsuiting, godsdienstvrijheid en scheiding van kerk en staat. Dit zijn nochtans de fundamenten van onze samenleving. Maar ze zijn zo evident geworden doorheen de jaren dat we het belang ervan haast niet meer in ere houden en bijgevolg ook niet meer uitleggen en duiden, bijvoorbeeld aan jonge mensen. Allochtone jongeren lijken zich er vaak niet bewust van te zijn, maar ook autochtone jongeren hebben het moeilijk om zich op dat gebied goed te oriënteren. Zelfs sommige rechters lijken het niet helemaal te snappen. Maar hoe kun je iets met elkaar delen wat je niet kent? Of niet begrijpt? Dit boek wil een bijdrage te leveren tot deze verheldering. Johan Op de Beeck schetst het ontstaan en de geschiedenis van de vrije meningsuiting en stelt een aantal confronterende maar onontkoombare actuele vragen.
Johan Op de Beeck is a well-known TV face and has had a renowned career in media and journalism for 35 years. Previously, he was active as an anchor of the VRT news, documentary maker, director of Canvas, presenter and interviewer of various talk shows and editor-in-chief of various media at home and abroad. Today he is an independent communications consultant and author of a series of successful non-fiction books, which do very well in the bestseller lists and are always well received.
Een erudiet, hoogst urgent en brandend actueel pleidooi voor onze vrijheid van meningsuiting, een historisch basisrecht dat wordt bedreigd. Zeer vlot geschreven, in korte, zeer bevattelijke, hoofdstukken. Een must-read voor iedereen die begaan is met de vrije meningsuiting. Een citaat uit het boek (op pagina 230): "Er bestaat niet zoiets als het recht om niet 'beledigd' te worden. Het staat eenieder vrij om aanstoot te nemen aan de uitspraken van een ander. Maar aanstoot nemen aan iets geeft ons nog niet het recht om andermans vrijheid van meningsuiting af te nemen."
Onderhoudend en vlot geschreven boek, dat een beknopt overzicht biedt van de geschiedenis van de vrije meningsuiting in onze contreien, en een kader voor hoe we vandaag invulling kunnen of zouden moeten geven aan dat grondrecht. En hoe belangrijk het is om het te verdedigen tegen (religieus) extremisme, politiek correct denken en naïef multiculturalisme.
De auteur valt wel iets te vaak in herhaling. En één bijzonder actueel probleem wordt niet besproken (zelfs niet vermeld) nl. de strijd tegen fake news en de rol die sociale media zouden moeten spelen of net *niet* zouden mogen spelen in de bestrijding ervan. Het boek werd begin 2017 geschreven, dus misschien kwam het daarvoor net iets te vroeg.
Ik geef het een 7/10 en had dus eigenlijk graag 3,5 sterren toegekend.
Vlot geschreven en interessant boek dat in een eerste deel een beknopte, maar heldere schets maakt van waar meningsuiting om gaat. In het tweede deel lopen we er echter soms wat verloren in, worden cases geselecteerd op uitkomsten en wordt er iets teveel op dezelfde nagel geklopt. Het doet jammer genoeg wat af aan de interessante en noodzakelijke vragen die ook in dit deel worden gesteld. Desalniettemin een aanrader voor wie nood heef aan een opfrisser wat betreft de vrijheid van meningsuiting.
Johan Op de Beeck (JO) heeft qua vertellend historicus nog weinig te bewijzen. Bevlogen kan hij lezers meesleuren in lang vervlogen tijden, en geboeid houden door personages die niemand ooit in levende lijve heeft ontmoet. Diezelfde winnende combinatie van verhalende geschiedenis gebruikt hij summier in het eerste deel van dit boek om een vlammend betoog te houden omtrent het belang van die vrijheid die vandaag zo onder druk (of ter discussie) staat: meningsuiting. De clou: het met hand en tand verdedigen van deze kernwaarde van de Verlichting is een opdracht die we meer aandacht en passie moeten geven.
Lezenswaardig is dit essay dan ook zeker, maar in de grond van het argument zijn er een aantal verwarrende elementen, of zaken die niet aangeraakt worden, die het geheel sterk tekort doen. Dat zijn er vier.
Ten eerste, de uiteindelijke positie van JO over het al dan niet mogen opleggen van beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting is op zijn best warrig, op zijn slechtst contradictorisch te noemen. Het boek eindigt nochtans met een pleidooi voor het absolutistische principe: beperkingen op de vrijheid van meningsuiting mogen er zo min mogelijk zijn. In se sluit JO zich hier aan bij bestaande (grond)wetgeving: enkel wanneer het wordt gebruikt om haat en geweld aan te wakkeren jegens specifieke personen kan er opgetreden worden. In alle andere gevallen wordt de ruimte voor interpretatie zo groot (wat is 'aanval', 'kwetsen', 'ondermijnen' etc.) dat we (zeker via juridische weg) moeilijk uit de impasse kunnen komen omtrent wat wel/niet te verbieden.
Het verwarrende (of contradictorische) is echter dat er verschillende passages voorkomen waarin JO de lezer laat twijfelen of er toch niet méér beperkingen van wetgevender hand kunnen ingevoerd worden. Hij sluit zich bijvoorbeeld expliciet aan bij de argumentatie van de 'paradox van Popper', die stelt dat tolerantie jegens intoleranten uiteindelijk de tolerantie zelf ondermijnt. Verder wijdt hij een hoofdstuk aan hoe deze paradox te ontrafelen, verwijzend naar het betoog van Van den Bergh in 1936, die in essentie pleit voor het weren van anti-democratische partijen in het parlement. Hij sluit zich aan bij de slotzin: "Verbieden is een kwestie van opportuniteit, maar bestrijden moet hij ze." Een hele poos lang vermoed je dus als lezer dat de auteur je tracht te overtuigen om beperkingen in te stellen, om dan toch ("ja, moeilijke situatie...") terug te keren naar het basisprincipe.
Dit leidt tot een tweede kritiek: waar de uiteenzettingen die richting deze verboden of inperkingen voorgesteld worden als bijna filosofische traktaten, die gelezen kunnen worden als overtuigingspogingen, doet de auteur veel minder moeite de sociale randvoorwaarden te schetsen waarbinnen dit absolutistische principe levensvatbaar is. In se stelt hij (in een uitermate kort betoog van minder dan één bladzijde): onderwijs kan dit oplossen. Laat iedereen op school (alsook in het inburgeringsproces) een vak 'burgerschap' volgen, waar de concepten van tolerantie, rede, debat, vrijheid van meningsuiting ingestampt worden, en we zijn al een heel stuk op weg. Hiermee maak je volwassen, mondige, tolerante burgers, die tegen een stootje kunnen.
Los van de vraag of veel leerkrachten enthousiast zouden worden over nog maar een vak dat een maatschappelijk probleem moet oplossen, worden hier veel assumpties gemaakt over mens en maatschappij. De verwachting dat een vakje 'burgerschap' elke mens de gezonde dosis rationaliteit bijbrengt, of de passie om via rede en deliberatie problemen op te lossen, is vrij utopisch. Verder is die 'deliberatie' waar zoveel van verwacht wordt ook niet meer het ideaalbeeld van de Oostenrijkse of Franse koffiehuizen, waar 'verkeerde' meningen geopperd werden, maar via debat en logisch redeneren toch weer afgevoerd. De hedendaagse publieke sfeer is veelzijdig, en vooral gefragmenteerd. Via verschillende (sociale) media delen we hoe langer hoe minder dezelfde communicatieruimtes om meningen met elkaar te laten botsen, laat staan dat een publiek daaruit de juiste conclusies kan trekken. Dit alles wordt ook steeds moeilijker wanneer het 'debat' geïnfuseerd wordt door nepaccounts die de impressie opwerpen dat er een consensus bestaat over een goeie of slechte mening, maar in wezen gefabriceerd is.
Dit brengt mij bij een derde punt: de paradox van Popper draait rond het kernbegrip tolerantie, als bijna synoniem voor vrijheid van meningsuiting. Deze waarde en kernprincipe zijn natuurlijk intrinsiek gelinkt aan democratie, en aan de rede/ratio als Verlichtingsideaal en pleitbeslechter. Helaas zien we de dag van vandaag ook subtiele aanvallen om zowel die democratie als rede onderuit te halen. Neem nu de traditionele dragers van waarheidszoeking zoals universiteiten of journalisten. Los van hun gebreken worden deze steeds sterker en systematisch weggezet als niet integer, waarbij ook het hele idee van logisch redeneren en waarheidszoeking afgedaan wordt als 'ook maar meningen'. De truken van het 'twijfel zaaien' rondom wetenschappelijke conclusies is een ondertussen gekend fenomeen in de gezondheids- en klimaatwetenschap, die er in essentie toe leidt dat de 'rede' zelf onder druk staat. Een gebrek aan kennis over hoe wetenschappelijk onderzoek tot stand komt, in combinatie met een opgejut wantrouwen tegenover iedere 'expert' die meer autoriteit dan hij/zijzelf heeft omwille van die kennis, zorgt ervoor dat de basis voor een debat steeds minder bestaat, en actief wordt afgekalfd. Los van de uiting ervan, wordt zo elke mening evenwaardig geacht, quod non.
Hetzelfde verhaal geldt voor de democratie op zich. In een uiterst lezenswaardig betoog zetten Steven Levitsky & Daniel Ziblat in hun boek How Democracies Die: What History Reveals About Our Future uiteen dat democratieën niet overgaan op iets anders/slechters met een knal (bv. legertanks die de hoofdstad komen binnenrijden), maar op subtiele, incrementele manier. Aanvallen tegen de juridische macht, de media, of universiteiten (zowel institutioneel als discursief) hollen de vangrails van een liberale democratie langzaamaan uit. Individueel zijn die acties soms onder de radar, niet nieuwswaardig, en al zeker niet het onderwerp van vrijheid van meningsuiting, maar opgeteld hebben ze wel een groot effect.
Hoe reageren we op dat soort acties, als ze de poten van onder de liberale democratie of de rede zelf zagen, terwijl ze zichzelf verdedigen onder het mom van de vrijheid van meningsuiting? Hoe onderscheiden we legitieme kritiek op hoe democratie of kennisverwerving werkt, van bewuste pogingen om het hele idee te ondermijnen? De bedenkingen hierrond leiden natuurlijk niet automatisch tot beperkingen op het recht van vrije meningsuiting, maar lijken wel sterk genoeg om twijfels te hebben bij het absolutistische principe. Maar ze komen hier niet aan bod, en dat is een grote beperking van dit essay.
Ten slotte: de auteur verliest zich tegen het eind van het boek jammer genoeg in uitgesproken emotionele betogen over Zwarte Piet, multiculturaliteit, en politieke correctheid. De associaties die hier worden gemaakt met vrijheid van meningsuiting en de veralgemenende censuur die 'links' (een vaag begrip in zijn essay) probeert op te leggen getuigen vooral van een persoonlijke queeste, die met weinig analytische rigour ondersteund wordt. Het doet een lezer twijfelen of dit boek ooit als opzet had de betekenis van vrijheid van meningsuiting te bevragen, of als achtergrond dient om een politiek statement te maken.
Een erudiet en uitdagend boek over een van de cruciaalste aspecten van onze democratie. Het eerste deel is een uitstekend geschreven historisch kader, in de typische stijl van Johan Op de Beeck. Bij het tweede deel vreesde ik aanvankelijk dat het iets te veel belerend zou zijn. Onterecht zo bleek toen ik echt goed begonnen was aan het actuele deel. De auteur stelt de juiste, maar soms confronterende vragen. Ik betrapte mezelf erop dat ik al meermaals in de val gelopen was. Hoe we in naam van de vrije meningsuiting net het omgekeerde doen. Het enige probleem: je moet het boek echt lezen voordat je de discussie over heikele kwesties zoals het omgaan met islamextremisme kan bediscussiëren. Dus maar één boodschap: rep je naar de boekhandel! Ik plaats alvast een bestelling om het boek aan vijf gelukkigen te schenken. Aan wie, dat hou ik nog even voor mezelf ;-)
Wat een fantastisch boek Men zou dit verplichte literatuur moeten maken op de middelbare school Ik ben weer helemaal opgefrist in mijn denkpatroon en kan dit iedereen aanraden
Op de Beeck opent sterk met het aangrijpende verhaal van Jean Migault wiens leven, zoals hij in zijn dagboek schrijft, als Hugenoot zuur werd gemaakt door het bewind van Lodewijk XIV. Daarna volgt er een soort historisch overzicht van alle denkers die zich ooit over het onderwerp vrijheid van expressie hebben gebogen. Dit is vlot geschreven en sommige Franse Verlichtingsdenkers waren mij vrij onbekend (Condorcet, d'Alembert, Bayle, Jaucourt).
Halverwege het boek verschuift de aandacht naar het hedendaagse debat over de vrijheid van expressie en passeren heel wat voorbeelden en juridische geschillen de revue. Hoewel het standpunt van Op de Beeck duidelijk is—nl. vrijheid van expressie houdt alleen op bij smaad, laster en aanzetten tot haat en geweld ('opruiing')—is de lijn in zijn betoog ondoorzichtig en eerder ponerend dan argumentatief. Het helpt hierbij niet dat hij zich op de (grond)wet beroept, en dan weer op meer fundamentele gedachtegangen die losstaan van de wet, zoals de democratische en maatschappelijke lange-termijn dividenden van vrije expressie waarover J.S. Mill veel heeft geschreven.
Zeer interessant en goed geschreven boek dat aanzet tot nadenken over onze huidige maatschappij, de democratie en de vrije meningsuiting, en vooral hoe ermee om te gaan. We komen van ver. De Verlichting was een belangrijke stap. Het ontstaan van de democratie was een belangrijke stap. Het opnemen van de vrije meningsuiting in de grondwetten was een belangrijke stap. Maar we zijn er nog lang niet. De strijd is duidelijk nog niet gedaan. Dit boek geeft een mooi beeld van de geschiedenis en welke stappen er door wie gezet zijn. Het boek geeft met duidelijke voorbeelden wat de huidige problemen en uitdagingen zijn. Johan Op de Beeck probeert ook aanbevelingen te doen naar de politiek, de religies en de mens in het algemeen om op een goede en gezonde manier met de democratische waarden om te gaan en ze te beschermen. Aanrader! Misschien moet dit maar aanbevolen worden als lees- en studievoer in het onderwijs.
Erg goed geschreven samenvatting over het ontstaan van de vrije meningsuiting en waar ze voor staat. En vooral: wat de mogelijke gevolgen zijn van het inperken van dit grondrecht. Must-read voor iedereen. De urgentie van deze boodschap dringt nog meer door bij de vele voorbeelden die illustreren hoe de vrijheid van mening de laatste tijd erg onder druk staat. Hoewel dit een non-fictie boek is, leest dit als een roman. Erg onderhoudende schrijfstijl!
Opbouw bestaat uit een stuk historie vervolgens een probleem analyse en uiteindelijk een oplossing.
Kan iedereen dit boek aanbevelen. Ook 7 jaar na het schrijven is het boek ontzettend relevant. Termen als kwetsen, islamofobie en tolerantie domineren het publieke debat of eigenlijk het gebrek hieraan.
Tijd om minder snel op onze teentjes getrapt te zijn en als je dat toch bent een zinnige bijdrage te leveren aan de (openbare) discussies.
Essentieel boek voor deze tijden waarin de vrijheid van meningsuiting open of verdoken belaagd wordt. Op de Beeck schets de geschiedenis van de vrijemeningsuiting, verwijst naar de voorvechters ervan bij de 'Belgian founding fathers' en gaat dan dieper in op de belagers van dit fundamenteel mensenrecht.
Opmerkelijk vlot geschreven boek, waarin Op de Beeck zijn taalvaardige intelligentie desalniettemin ten toon spreidt. Het historisch deel is onderhoudend en bijzonder helder. Nadien lopen de hoofdstukken wat in elkaar over en valt Op de Beeck soms in herhaling. Het boek kan de indruk wekken sterk wetenschappelijk gebaseerd te zijn, hoewel het voornamelijk de mening van de schrijver weergeeft.