Door een misverstand belandt Maria in een psychiatrische kliniek. Ze moet in de rij staan voor haar pillen, meedoen met kleien en in de huiskamer eten met onbekenden; haar pasgeboren baby mag ze niet zien. Als het beloofde psychiatrisch onderzoek uitblijft en ze niet naar huis mag, wil Maria het liefst dood. Overdag telt ze auto’s en denkbeeldige vogeltjes. ’s Nachts, als tellen niet meer helpt, hoort ze helikopters en geweervuur.
Een hemel zonder schroeven is een roman over het verlangen naar thuiskomen. Te mogen zijn op de plek waar je hoort, waar niemand je meer gevangen kan houden, en waar je jezelf ook niet meer gevangen neemt. Een roman over ruimte en vrijheid, over ontsnappen aan het leven en over dromen van een plek waar je nooit meer bang hoeft te zijn.
In dit gehele boek hangt een gespannen sfeer. Elk moment verwacht ik iets engs. Dat Maria iets engs doet met zichzelf, of met haar katten. Een paar keer blaas ik opgelucht mijn adem uit als er dan toch niks engs blijkt te gebeuren. Marieke van Meijeren beschrijft de wanhoop en onmacht bij Maria in een zangerige schrijfstijl, soms lijkt het alsof je poëzie leest.
Op de achterkant van het boek ligt de nadruk op Maria’s opname, maar het verhaal gaat vooral over de oudere Maria. Wat me opvalt is dat je aan niets merkt dat het 2065 is. Alles in de omgeving is hetzelfde als nu, wat mij onwaarschijnlijk lijkt.
De schrijfstijl past goed bij een demente oudere: soms is Maria heel helder, dan weer verward. Het maakt niet zo veel indruk op me als andere boeken over dit thema.
Na de dood van haar grote liefde Aron kijkt de 83 jarige Maria terug op haar leven en haar depressies keren in volle hevigheid terug.
Vooral de beschrijving van de relaties in dit boek is erg mooi - heel fysiek en toch emotioneel overtuigend dat is een combinatie die niet zo vaak voorkomt, Marieke weet daarin de goede toon te treffen. De flashback over Maria's eerste avondmaal als een mystieke ontmaagding is fenomenaal.
Marieke van Meijeren heeft een prachtig en indringend boek geschreven, een universeel verhaal over verlies, vergankelijkheid, angst voor decorumverlies en dood. Haar stijl is compact, precies en gelaagd. Ze weet alle zintuigen aan te spreken en trapt nergens in de valkuil om dingen uit te leggen of te verdedigen. Vooral voor dat laatste heb ik grote bewondering. Want het is een schaamteloos boek geworden. Schaamteloos in de goede zin van het woord: vertellen wat je te vertellen hebt, schrijven wat je schrijven moet.