De mens heeft een onweerstaanbare drang om verhalen te aanhoren, te bedenken, te consumeren en te verspreiden, het is een van onze meest karakteristieke eigenschappen. Wat mag daarvan de reden zijn?
Johan Braeckman (born 1965 in Wetteren) is a Flemish philosopher. He is professor in philosophy at the University of Ghent and University of Amsterdam, and an editor of Skepp. His research, conducted along with a dozen doctoral and postdoctoral researchers, focuses on the philosophical problems associated with the life sciences, in particular the evolutionary theory and neuroscience.
Het laatste boek dat ik van Johan Braeckman las ging over de ethische kwestie rond het klonen van dieren. Copyright. Ik was 18, studeerde net Germaanse talen en kreeg, net als honderden medestudenten, in auditorium E het vak Inleiding tot de Wijsbegeerte. In het kader van De Maand van de filosofie en op vraag van Confituur, het verbond van onafhankelijke boekhandels schreef Braeckman, 15 jaar later, zijn essay Er was eens.
Er was eens. En meteen wordt onze geest alerter. Wat op die woorden volgt is immers een sprookje, een verhaal, fictie. In dit boekje gaat Braeckman op queeste. Er was eens is de zoektocht naar het waarom. Waarom vertellen wij verhalen? Omwille van het plezier ervan? Omwille van het escapisme of de loutering? Ongetwijfeld. Maar dat is voor Braeckman niet voldoende.
Het essay bevat een heleboel schijnbaar voor de hand liggende, maar naar mijn weten niet eerder genoemde, feiten en weetjes over onze verhaal- en vertelcultuur. Die worden gretig gestaafd met cijfermateriaal. Zo blijkt dat oudere kinderverhaaltjes, als ze worden voorgelezen, meer dan 50 gewelddaden per uur bevatten. En wist je dat we ongeveer 1200 dromen per jaar dromen?
Maar Braeckmans essay is uiteraard veel meer dan een opsomming van wistjedatjes. Het is een wandeling doorheen de tuinen van de literatuur, de biologie, de psychologie en –uiteraard- de filosofie. Hij heeft het onder meer over sprookjes, over kinderspel, over religie, over (dag)dromen, over de taal van dieren, over het ontstaan van onze taal. De taal die hij daartoe hanteert is die van een docent die er glansrijk in slaagt alles bevattelijk en aanschouwelijk te maken, die vertelt met passie voor zijn vak, maar die –net als de taal van elk hoorcollege dat ik ooit in auditorium E bijwoonde- structuur mist en uit haar eigen voegen treedt. Omdat ze te veel te vertellen heeft om binnen een essay van een vijftigtal bladzijden te passen?
Maar hoe zit het dan met de zoektocht? Braeckman stelt zich de vraag of er een evolutionaire functie verbonden is aan het vertellen en het verspreiden van verhalen. Is ons vermogen om verhalen te vertellen met andere woorden nuttig voor overleving of voortplanting? Een eenduidig antwoord krijgen we niet, maar het essay reikt wel een aantal handvatten aan. Zo stelt de filosoof dat het lezen van fictie –of beter, het savoureren van verhalen in het algemeen (want ook games worden onmiskenbaar tot de wereld van verhalen gerekend)- ons een aantal survival skills verschaft. Die kruipen tijdens het lezen onbewust onder onze huid. Braeckman vergelijkt het treffend met leren autorijden. Na verloop van tijd denken we niet meer actief na over het proces van het schakelen, maar we passen het wel vlot toe.
Verzinnen, vertellen en verspreiden we verhalen dus om te overleven en om ons voort te planten? Had die John Keating het dan al bij het rechte eind toen hij in Dead Poets Society aan zijn klas jongens duidelijk maakte waarom wij als ons als mensen met taal en met verhalen bezighouden? Om vrouwen het hof te maken.
Een (te) kort boek over de kracht en het doel van verhalen, over hun functie door de jaren heen, hun vorm (van mondeling naar schriftelijk, van beeld naar woord, van theater/film tot game). Er worden heel wat elementen aangeraakt, verhalen door de tijd, vanuit filosofisch, evolutionair, biologisch, psychologisch, sociologisch en zelfs semantisch perspectief maar toch blijft het een vlot leesbaar boekje, dat je doet stilstaan bij al die verhalen om ons heen en de impact en het doel ervan. Mét daarbij een hoop referenties dus u kan alvast weer gaan graven of verderlezen.
“We kunnen ons de mensheid niet voorstellen zonder haar verhalend vermogen”, betoogt Braeckman. “Succesvolle verhalen, die over de eeuwen en taalbarrie`res heen een groot publiek bereiken, gaan niet over om het even wat. Er komen opvallend vaak ernstige en beangstigende problemen in voor. Wat mag daarvan de reden zijn? Waarom is moord, horror en ellende in fictie aantrekkelijker dan peis en vree? Wat leert ons dit gegeven over onszelf? Zoeken we troost en ontspanning in verhalen, of is er meer aan de hand?"
Kort boekje (47blz) helder geschreven zoals we van Johan Braeckman gewend zijn. Interessant inzicht in het belang van verhalen voor de mens als diersoort. Pleidooi om verschillende wetenschappelijke disciplines (inclusief de "zachte") meer te laten samenwerken.