Born in the small town of Harlingen, Vestdijk studied medicine in Amsterdam, but turned to literature after a few years as a doctor. He became one of the most important 20th-century writers in the Netherlands. His prolificity as a novelist was legendary, but he was at least as important as an essayist on e.g., literature, art, music and religion. He also wrote poetry and short stories. His work has been translated into most Western European languages.
In deze bundel staan het verhaal ‘het veer’ en de iets uitgebreidere novelle ‘de bruine vriend’. Het veer speelt in de veertiende eeuw, die geteisterd werd door de pest, de zwarte dood. Mensen gaan daarvoor op de vlucht, ook de anonieme ikfiguur die zich aandient als de personificatie van de duivel. Het veer en de veerman staan voor de overgang van het leven naar de dood. De ikfiguur lijkt de dans vrolijk te ontspringen. Vestdijk schrijft in lange zinnen, hij roept de chaotische sfeer met middeleeuwse figuren op.
In de novelle ‘de bruine vriend’ kijkt de ikfiguur, Henk, terug op zijn middelbare schoolvriendschap met Hugo Verweij, zo’n twintig jaar geleden. Er is een verwijdering tussen hen ontstaan, er was een ongeluk met een roeiboot, waarin Henk mogelijk een fatale rol heeft gespeeld; Hugo verdween, onduidelijk is of hij nog leeft. Het wordt door Vestdijk niet helder beschreven. Je begrijpt als lezer dat Henk met een geheim leeft, met iets dat hem achtervolgt. Dat is wel een intrigerend gegeven, maar als lezer blijf je wel met een raadsel zitten.
Dit boek is een uitgave van de Bezige Bij in de goedkope Darreeks.
Selectie van vier van zijn bekendste verhalen, voorgelezen door Job Cohen. Het zijn topverhalen, alhoewel enigszins gedateerd. Vooral De Bruine Vriend, uit 1938, vond ik erg mooi.