In enkele decennia is autisme geëvolueerd van een weinig gekende en nog minder gewenste diagnose tot een alom bekend fenomeen dat geassocieerd wordt met iconen van genialiteit zoals Bill Gates, Albert Einstein en Wolfgang Amadeus Mozart. Autisme heeft veel van zijn negatieve connotaties van zich afgeworpen en is ondertussen wellicht het meest opgeblazen en uitgeholde diagnostische etiket uit de hele DSM. Iedereen kent autisme en meent ook te weten wat het is. Maar nog nooit waren er zoveel misverstanden en vooral stereotiepe ideeën over autisme.
Peter Vermeulen hekelt de populaire tendensen in autisme, en gaat tegen de stroom in door kritische vraagtekens te plaatsen bij gangbare ideeën over autisme. Zo ergert hij zich blauw aan het blauw van wereldautismedag, bekritiseert hij de inflatie van het begrip en vindt hij het welletjes geweest met het inzetten van autisme als verklaring en alibi voor elke scheet die een autist laat. Vermeulen doet evenwel meer dan het vertellen van een aantal politiek incorrecte verhalen. Hij biedt ook een oplossing: back to basics! Dat is: autisme reduceren tot wat het was en wat het ook "maar" is: een etiket voor een brein dat niet werkt zoals de meeste. Van hieruit houdt hij een pleidooi voor neuroharmonie waarbij de term autisme niet meer maar ook niet minder aandacht krijgt dan nodig is.
Interessant, verhelderend, makkelijk leesbaar. Toch miste ik wat ik zou noemen "handvaten", praktische voorbeelden, maar misschien is dat niet waar dit boek voor bedoeld was. Toch een aanrader.
Ik vond het herkenbaar en tegelijk verfrissend. Dat laatste vooral, omdat hij meningen heeft, die je niet vaak hoort. Vermeulen schrijft duidelijk en zet aan tot nadenken.
Kritiek geven is gemakkelijk, schrijft Peter Vermeulen in dit boek. Zijn kritiek is eerder het tegendeel daarvan. Ook al is die, voor wie de voorbije jaren zijn publicaties goed las, niet zo verrassend.
Niettemin, het boek geeft een mooi overzicht, maakt de rode draad zichtbaarder, en is bovendien heel mooi vorm gegeven, met als extraatje een dosis humor en treffende cartoons. Met 144 pagina’s is het een vrij dun boekje dat vlot te lezen is, wat bij andere boeken rond autisme wel eens anders is.
In zijn boek vraagt Peter Vermeulen zich om te beginnen af waarom de wereldautismedag blauw is, terwijl autisme niet blauw is. Voorts heeft hij het over politiek correct taalgebruik over autisme, de romantisering van een diagnose en typisch autisme dat atypisch wordt.
Autisme lijdt volgens Vermeulen aan inflatie. Terwijl het in gesprekken over autisme vaak begint en eindigt met de vraag ‘hoe ernstig is je autisme’, kijkt hij in dit boek verder. Het heeft volgens Vermeulen trouwens weinig nut om over de ernst van autisme te spreken, of onderscheid te maken tussen verschillende soorten autisme, laat staan over ‘echte’ autisten te praten. Het is ook niet omdat je bepaalde kenmerken van autisme herkent dat je mag concluderen tot de aanwezigheid van ‘bijna’ autisme.
Neen, gaat Vermeulen vlot verder, we zijn niet allemaal een beetje autistisch en nee, autisme is geen sociale stoornis. En of de aanpak van autisme er niet in de eerste plaats op gericht is om de last die anderen (zonder autisme) te verminderen? Hij schuwt daarbij ook niet de kwestie of je autisme alleen kan begrijpen als je het zelf hebt. Meer zelfs, hij vraagt zich, terecht, af of je autisme überhaupt wel kan ervaren en zo ja, of dat wel noodzakelijk is om deskundig genoemd worden.
Aansluitend, maar niet in het minst, pleit Vermeulen voor een ‘klein autisme’ binnen een streven naar ‘neuroharmonie’. Focus op wat mensen met en zonder autisme verbindt in plaats van wat hen onderscheidt, en vergeet niet autisme lang niet de enige verklaring is voor het gedrag van iemand met autisme, geeft hij onder andere mee.
Dat betekent onder andere het brein van mensen met autisme niet te herleiden tot het autistisch denken, maar autistisch denken een plaats geven in alle processen die zich afspelen in dat menselijk brein. De uitdaging ziet Vermeulen in streven naar neuroharmonie: niet enkel verschillen en diversiteit accepteren, maar al die verschillende breinen met elkaar in harmonie brengen in functie van wat we allemaal willen: levenskwaliteit en geluk.
Het boek gaat over de boom en het bos ..... ( er staan meestal verschillende bomen in een bos ) en over correlaties ( wat een belangrijk thema is naar een zoektocht van waarachtigheid van complete en complottheorieën) Het boek beschrijft op grappige en onbedwongen wijze de veranderende blik op autisme , mensen hebben graag wat overzicht en labelen graag om alles wat overzichtelijk te houden , en ( vele ) mensen maken graag deel uit van een ( grote , sterke) club , enzo lijkt de club van autisten te zijn gegroeid , .... Wie of wat een autist is weet ik nog niet precies waarschijnlijk is het een niet zelf gekozen vorm van werkelijkheidsbeleving , er zouden verschillende onderzoeken zijn die al dan niet bevestigen of iemand al dan niet autist is , wat waarschijnlijk maar kan gemeten worden als bij een oog test wat mij ook niet zelf gekozen lijkt en moeilijk een grens te leggen wat goed (genoeg) zien precies is , ik zou mezelf niet omschrijven als perfectionistisch maar mss ben ik wel geen perfecte autist , Ik begrijp de noodzaak van sorteren en groeperen het lijkt een soort rustgevende illusie te creëren in de chaos van rondspringende deeltjes
Een kort leesverslag van het boek ‘Autisme is niet blauw. Smurfen wel: politiek incorrecte verhalen over autisme’ van Peter Vermeulen (Autisme Centraal). Waarin Peter Vermeulen onder andere de diagnostische inflatie hekelt en onder andere pleit voor een streven naar neuroharmonie: al de verschillende breinen met elkaar in harmonie brengen in functie van levenskwaliteit en geluk. Een vlot leesbaar, mooi gelayout, inspirerend en vaak humoristisch geschreven boekje.