In dit boek stelt TL in zijn gekende meandrische stijl en schuine wegen filosofie, onze omgang met dieren in vraag; hij wil namelijk een pad openen voor wat hij humanimalisme noemt. Dit doet hij door 8 dieren te beschrijven en uit hun gedrag te besluiten dat ze meer zijn dan machines van vlees en bloed; ze zijn in zekere mate begiftigd met emotie, empathie en ze zijn in staat tot het verrichten van 'nutteloze' handelingen. Dit zijn handelingen die vanuit evolutionair perspectief weinig of geen (aantoonbaar) nut hebben, bvb prieelvogels en hun bouwsels. Dieren hebben dus een zeker (zelf)bewustzijn en ervaren bijgevolg pijn en lijden op een wijze die gelijkt met die van de mens. Empathie is dus de brug tussen mens en dier. Voorts neemt hij het evolutionair denken en biologie onder de loep omdat ze beladen zijn van economisch denken en hekelt hij de massale slachting van dieren voor de consumptie van vlees en vooral de wijze waarop dit gebeurd; ver weg in abattoirs op een 'geciviliseerde' manier. Het Duits woord hiervoor is verharmlosen. Hij is dus voorstander van een vegetarisch/veganistische levenswijze.
Mijns inziens heeft hij in de grond van de zaak gelijk, maar is zijn standpunt bij momenten onvolledig. Hij gaat niet op ritueel slachten, houdt niet echt rekening met het feit dat vleesconsumptie ook te maken heeft met waar je woont; omdat nu in sommige delen van de wereld nu eenmaal niet altijd plantaardig voedsel aanwezig is en het voor sommige beroepen niet voldoende voedzaam is. Geen woord over kweekvlees als alternatief. Er is zeker een probleem met onze vleesconsumptie, dat staat buiten twijfel, maar een iets genuanceerder standpunt had beter geweest. Men kan immers het verschil maken door al een paar dagen per week geen vlees te eten. De verandering dient niet zo radicaal te gebeuren, dit werkt enkel harde standpunten in de hand en zorgt voor emotioneel beladen discussies.
Ik geef het boek drie sterren omdat het ook te lang is; 250 paginas hadden volstaan.