Zeventien zijn Doris en Nola als ze op zoek gaan naar een vriendin die met haar geliefde druiven plukt in de Franse Drôme. Ze hebben afgesproken in het café op het plein van een klein dorp. Daar aangekomen is het stel spoorloos. Wél zijn daar Abdoel en Akil. ‘Ze zijn in de heuvels,' zegt Abdoel, ‘aan het eind van de middag zullen ze wel terug zijn.' De mannen stellen voor om in de tussentijd gezamenlijk een bezoek te brengen aan het plaatselijk kasteel. Goedwillend als ze zijn, durven de meisjes niet hun gevoel te volgen. Ze zeggen ‘ja' en gaan, op 't heetst van de dag als geen mens zich buiten waagt, met de mannen mee.
Nauwgezet en verraderlijk lichtvoetig beschrijft Entius hoe dit ‘ja' hun leven en hun vriendschap beïnvloedt in een subtiele roman over (on)schuld, angst en schaamte, en de verwoestende werking van vooroordelen.
Het eerste deel van dit boek kon mij nog wel bekoren, maar daarna werd het steeds minder prettig om te lezen. De vele veranderingen van tijd en ruimte, het aantal personages dat opgevoerd wordt, de zijpaden die de vertelling neemt, en de ongezegde dingen die blijkbaar toch heel belangrijk zijn, zorgden ervoor dat ik een paar keer de draad kwijt was. Het gevoel blijft dat ik het verhaal niet helemaal begrepen heb. 2,5 ⭐️
Citaat : Ze had hem haar verhaal verteld, maar de woorden hadden hol geklonken, de zinnen waren leeg en van iedere emotie ontdaan Daniël leek niet onder de indruk. En al kwam dat door de luchtige manier waarop zij erover had gesproken, toch stak het haar. Als of hij haar niet geloofde. Maar ze was het zelf die er nauwelijks in kon geloven. Het was zo lang geleden nu, zo onwerkelijk dat ze het idee had dat ze het allemaal ter plekke had verzonnen. Review : Yolanda Entius (1961) werkte jarenlang als actrice en regisseuse in de toneelwereld, voordat ze in 2005 debuteerde met haar roman Rakelings. Een sterk debuut, zo bleek toen de roman werd bekroond met de Selexyz Debuutprijs. Ook Het kabinet van de familie Staal, waarin Entius laat zien hoe een familie uit elkaar valt als er over de zere plekken niet gepraat mag worden, werd goed ontvangen. Het boek haalde de longlist van de AKO Literatuurprijs en werd tevens genomineerd voor de Opzij Literatuurprijs. En nu is er haar nieuwe werk Abdoel en Akil. Dat ons meeneemt naar de zomer van 1978, waarin de drie vriendinnen Doris, Nola en Gaby op vakantie naar Zuid-Frankrijk gaan. Een echt budget of een plan hebben ze niet, maar ze zijn vrij en weg van hun verstikkende thuis. vertrouwen erop dat het goed komt. En 'le bonheur' komt er aan in gestalte van André, een jongen met een woeste stoppelbaard, die hen op een stoffig weggetje een glas aanbied. Ze zoeken geen camping meer maar blijven bij hem, slapen onder de sterren. Nola ziet bij André hoe simpel geluk kan zijn daar op een kiezelstrandje, ver van de bewoonde wereld, naakt en bruin en zonder schaamte.
Hoewel Nola wel wil, kiest André toch voor Gaby. Ze gaan druiven plukken bij St. Paul. Nola en Doris reizen verder met het idee zich uiteindelijk weer bij hen te voegen in St. Paul. Ze hebben afgesproken in het café op het plein van een klein dorp. Daar aangekomen is het stel spoorloos. Wél zijn daar Abdoel en Akil. `Ze zijn in de heuvels,` zeggen ze, `aan het eind van de middag zullen ze wel terug zijn.` Of Nola en Doris, in afwachting van hun vrienden, zin hebben het kasteel om de hoek te bezichtigen, het mooiste kasteel van de streek. Nola is trots dat ze niet bang voor hen is, ‘niet heel erg tenminste’, ze zijn vrije vrouwen, ze gaan met hen mee. Als ze samen oplopen ziet Nola ineens dat Akil en Doris uit het zicht zijn verdwenen. Ze is alleen met Abdoel, ze is erin getrapt. Een nee wordt niet aanvaard. Allebei de meisjes worden verkracht. Ze doen aangifte, consulteren een dokter op dringend verzoek van Gaby, maar verder zijn ze hulpeloos en vervuld van schuldegevoel. Na hun zomer samen raken de twee vriendinnen elkaar uit het oog, zoals dat gaat op die leeftijd.
In korte hoofdstukken volgt Entius het leven van Nola, om uiteindelijk toch nog via een omweg bij Doris uit te komen. Nola komt in een isolement terecht , ze heeft een onvermogen zich te binden, constant op de verkeerde, onbereikbare man óf vrouw vallen. Maar ze lijkt zichzelf het geluk te gunnen. Haar Abdoel is tot een zes jaar cel veroordeeld, en daar voelt ze zich schuldig omdat ze hem na de verkrachting beloofd had niets te vertellen, en die belofte heeft ze geschonden. De verkrachter van Doris Akil kon geen erectie krijgen, maar de verkrachtingsintentie was er wel toch kreeg hij twee jaar minder celstraf. Ook Doris mocht niets zeggen omdat de man zich beschaamd en vernederd voelde.Hij dwong het meisje haar ogen te sluiten en ze hoorde hem bezig zichzelf in de beweging te trekken. Dat moment, dat ze met haar ogen dichtzat, en alleen de geluiden hoorde, was het ergst, omdat ze zelf moest bedenken wat er precies gebeurde. Haar verdere leven daarna is er dan ook een van eenzaamheid en angst.
Doris is bang voor mannen, vooral voor de Noord-Afrikaanse jongens die rond het bankje bij haar huis hangen. Ze doen haar huiverend denken aan het begin van Hitchcocks The Birds: ‘In een van de eerste scènes landt een kraai op de elektriciteitsleiding van het stadje. In het volgende shot zijn het er vier of vijf. Zo zou het met die jongens ook kunnen vergaan denkt ze panikerend. Abdoel en Akil confronteert ons op een uiterst sobere manier met een verkrachtingsgeschiedenis en de gevolgen hiervan op de slachtoffers, want de daad heeft hun een zekere onschuld ontnomen, en heeft hen in een levenslange eenzaamheid opgesloten. Zelfs het eenvoudigste geluk dat binnen handbereik lag was hen niet vergund. Zonder sentimenteel te worden schrijft Entius over de ongewenst ontspoorde levens. Tevens schetst zij een knap tijdsbeeld van Amsterdam in de jaren zeventig en tachtig. Yolanda Entius weet andermaal op een heel bijzondere manier het onzegbare met spaarzame woorden te verbeelden.
Begrijp ik dit boek? Dat is erg de vraag. Er zijn drie hoofdstukken, getiteld Schuld, Angst, en Schaamte. Ik zie niet hoe deze titels de inhoud dekken. Het verhaal springt over vijf decennia zonder dat (mij) duidelijk wordt waarop en hoe het tijdsbeeld invloed heeft op de vertelling (behalve met de strippenkaart (?!)). Er komen allerlei mensen voorbij die het verhaal nauwelijks richting of inhoud geven maar er alleen maar zijn. Zelfs de locatie (Frankrijk, Amsterdam, den Haag, en zo) geeft het verhaal geen richting. De verkrachting, geserreerd opgeschreven, leidt tot geen enkele diepe gedachte, en wordt in een week tijd justitieel afgehandeld: de dader krijgt vier jaar - bizar. Verder is een van de meiden zwanger, maar niet van de verkrachting, en dan begint allees door lekaar te lopen. Modieus geneuzel, bedenk ik nu. Soepel opgeschreven. 2,5 ster.
Tijdens hun zomervakantie in Frankrijk worden de twee 17-jarige vriendinnen Nola en Doris aangerand door Abdoel en Akil. Een gebeurtenis die levenslang hun vriendschap en hun levens diep zullen tekenen. Ik kan me herinneren dat de Volkskrant destijds (2017) 5 sterren gaf voor dit boek. Vandaar dat mijn aandacht gewekt was. Ik vond het boek zeker de moeite waard, maar het deed hier en daar wel een beetje kunstmatig aan. Zelfs met de geringe dikte van het boek (152 blz.) kon ik met moeite mijn aandacht erbij houden. Ondanks een redelijk oeuvre had ik nog nooit van Yolanda Entius (1961) gehoord.
Een paar jaar geleden las ik van deze schrijfster met enorm veel plezier 'De gelukkigen', dus toen ik dit nieuwe boek in de krant zag staan met een 5-sterren recensie erbij, heb ik het meteen gekocht. jammer genoeg vond ik het wat teleurstellend. Het is goed geschreven, maar heeft niet dat natuurlijke, vanzelfsprekende dat ik zo mooi vond in 'De gelukkigen'. 'Abdoel en Akil' vond ik een beetje gecontrueerd.
Bijzondere titel want uiteindelijk gaat het nauwelijks om deze twee jongens. Wel om de gevolgen van een verkrachting of aanranding gedurende de rest van het leven en de impact van zo'n gebeurtenis op een vriendschap.
Het boek pakt mij niet, de personages blijven te eenzijdig. De opbouw vond ik niet prettig, veel te veel met precieze jaartallen. Meest boeiend is wel de impact van de verkrachting, hoe die alle jaren erna een stempel druk op diverse facetten van het bestaan van de meisjes.
De ietwat verraderlijke titel 'Abdoel en Akil' (2017) suggereert dat deze twee personages een centrale rol spelen in de roman, maar juist deze twee migrantenmannen blijven ongrijpbare schimmen in dat andere verhaal. Namelijk dat van Doris en Nola, voor het eerst zonder ouders op vakantie in Frankrijk, voor wie een onschuldige boswandeling leidt tot een verkrachting en een poging daartoe. Hadden ze toch naar de wantrouwige Fransen moeten luisteren die hen hiervoor waarschuwden? Of is het de schuld van hun goedgelovigheid?
In deze roman laat Yolanda Entius de daders en hun motieven blanco, maar schetst hoe er op die beslissende dag voor Doris/Nola zowel een blauwdruk voor hun eigen seksualiteit als een wereldbeeld is ontstaan. Op dat punt waar hun persoonlijke trauma en het ontstaan van racistische ideeën en vooroordelen bij elkaar komen. Al weet Entius stilistisch vernuftig te vermijden dat ook weer niet álles voor deze vrouwen gedefinieerd werd op die beslissende dag, want ze laat het verhaal van Nola uitwaaieren door de tijd zodat ze ook weer nieuwe ervaringen opdoet.
'Abdoel en Akil' (2017) is een prettig genuanceerd boek waarin hete hangijzers van deze tijd (seksueel misbruik, immigratie) een plek krijgen voorbij hijgerige krantenkoppen. Waar persoonlijke groei soms het accepteren is van het onveranderbare en er niet altijd sprake is van een eenduidig oorzaak en gevolg.