Joost van den Heuvel Rijnders verbleef drie jaar in boeddhistische meditatiekloosters in Nepal en Birma. Na het kloosterleven keerde hij weer 'terug naar de markt'. Terug naar de markt is een metafoor uit de Japanse zentraditie en staat voor het oefenen en toepassen van meditatie in het dagelijks leven. Voor de auteur betekende dit na zijn langdurig verblijf in Azië een terugkeer naar een leven als geschiedenisleraar in het voortgezet onderwijs, een liefdesrelatie en vol gezinsleven, en tweewekelijks een plek op de voetbaltribune. Dit boek is het resultaat van een persoonlijke zoektocht naar het integreren van de oeroude leer van de Boeddha in het Westen. Aan de hand van vaak humoristische persoonlijke voorbeelden uit het dagelijks leven, van de voetbaltribune tot leerlingen met kauwgom in de klas, laat de auteur de lezer zien dat de eeuwenoude levenslessen van de Boeddha even tijdloos als universeel zijn. Kenmerkend is een nuchtere en praktische benadering van meditatie waarbij de auteur put uit de verschillende boeddhistische tradities, twintig jaar persoonlijke oefening en de vele retraites en andere cursussen die hij heeft begeleid in Nederland en België. Dit boek is een aanrader voor een ieder die met meditatie en mindfulness in aanraking is gekomen. Joost van den Heuvel Rijnders (1975) begon in 1995 met het beoefenen van vipassana-meditatie. In Nederland deed hij vele retraites en na zijn studie vertrok hij naar Azië en mediteerde drie jaar intensief in Birma en Nepal. Sinds 2005 hij begeleidt hij meditatiecursussen, retraites en studiedagen in Nederland en België. Joost leeft met zijn gezin in Enschede en werkt daarnaast in het voortgezet onderwijs als docent geschiedenis.
Joost van den Heuvel Rijnders ging ‘terug naar de markt’ en werd geschiedenisleraar op een middelbare school. Het is niet verbazingwekkend dat hij daar door zijn leerlingen tot ‘leraar van het jaar’ werd uitgeroepen, want hij is een geboren verteller (in het dankwoord prijst hij degene die zijn gesproken lezingen heeft omgezet in een prettig leesbare tekst, want hij is zelf niet zo'n schrijver).
De auteur vertelt op invoelende wijze wat er met ons gebeurt als we mediteren, dat het het belangrijkste is om alles met aandacht te doen, en dat je dat principe altijd en overal in de praktijk kunt brengen. Hij erkent dat het leven niet altijd gemakkelijk is, maar dat de dukkha, anatta, en anicca (resp. het ongemak, ook wel ‘lijden’ genoemd, het gebrek aan zeggenschap over de lichamelijke en mentale processen, en het gegeven dat alles onderhevig is aan verandering en vergankelijkheid) nu eenmaal bij de realiteit horen. Daarnaast behandelt hij de vier bramavihara's ofwel ‘verheven staten van de geest’: vriendelijkheid, compassie (Matthieu Ricard heeft daar nog een lijvig boek over geschreven), medevreugde en gelijkmoedigheid (stiekem hoop ik dat de oude Grieken hetzelfde bedoelden met ataraxia, ook wel vertaald als ‘gemoedsrust’).
Dit alles is niet gespeend van zelfkennis en humor, met anekdotes uit zijn lerarenbestaan en uit de periode van zijn teruggetrokken leven als monnik in Birma. Een aanrader voor wie meer wil weten over de boeddhistische psychologie en de moderne variant, mindfulness.
Ik had het genoegen om een lesdag te krijgen van Joost tijdens de opleiding to mindfulnesstrainer, waarna mijn interesse voor het boek werd gewekt. Het boek leest lekker weg, en verwoordt op een leuke en grappige manier hoe het is om een alledaags leven te leiden in Nederland terwijl je de dhamma beoefent. Een aanrader!