Louis Marie-Anne Couperus (June 10, 1863 – July 16, 1923) was a Dutch novelist and poet of the late 19th and early 20th century. He is usually considered one of the foremost figures in Dutch literature.
Een reisverslag in 41 brieven over een in 1922 ondernomen reis door Nederlands-Indië. Om het met ogen van nu te kunnen lezen geeft uiteraard een hele nieuwe dimensie aan dit reisboek die het voor Couperus' lezers in zijn eigen tijd niet had. Het is namelijk fascinerend om Couperus te horen mijmeren over de "moderne" en "democratische ideeën" waardoor de inlandse bevolking op een iets minder onderdanige voet tegenover de Nederlanders zijn komen te staan dan in zijn jeugd op Java het geval was. Couperus' houding kan men het best omschrijven als: de tijden zijn veranderd en we moeten ons er maar bij neerleggen. Maar toch vindt hij dat er iets moois, iets nobels was aan het kruiperige van dienaren die hun meesters letterlijk op hun hurken bedienden, en tussen de regels door lees je dat hij het toch een beetje jammer vindt dat dit verloren is gegaan. Het stuit de hedendaagse lezer ongetwijfeld tegen de borst, maar het is ook wel Couperus ten voeten uit. Boeiend is ook om Couperus en zijn beschrijvingen vol verwondering gade te slaan over in 1922 betrekkelijk nieuwe ontwikkelingen zoals de auto, de petroleumontginning, en de geautomatiseerde massaproductie in een fabriek van olievaten. De eerste 2 delen van Oostwaarts, over de lange bootreis en over het verblijf op Sumatra, heb ik met veel plezier gelezen. In het laatste deel, over het verblijf op Java en Bali, heeft Couperus mijn aandacht echter geregeld verloren. Hij heeft de gewoonte om telkens wanneer hij bijvoorbeeld een plaatselijke pantomime-voorstelling of poppenspel heeft bijgewoond, of een of ander bas-reliëf op een tempelmuur heeft gezien, heel die erin verhaalde legende aan de lezer te gaan navertellen en dat is meestal niet bijster interessant. Ook zijn er soms iets te veel opeenstapelingen van beschrijvingen van paleizen en tempels. Oorspronkelijk verschenen de 41 brieven om de week in de Haagsche Post en dan zal dit waarschijnlijk minder een probleem geweest zijn, maar wanneer je dit doorlopend leest wordt het wat overdadig.
A series of eloquent postcards from a skilled writer traveling through Sumatra, Java and Bali from 1921-23. The author's family had held positions in the Dutch East Indies, which allowed Couperus to reflect on changes from his childhood and the waning years of colonization.
Its interest lies in the quality of writing, its depictions of places and people encountered and what it shows us of changing attitudes towards servitude and western paternalism.