Deel vier van Casanova's memoires omvat de periode 1753-1756. In juli 1753 is Casanova achtentwintig. Hij woont bij de bejaarde, aan occultisme verslaafde patriciër Bragadin, die in de waan verkeert dat Casanova over bovennatuurlijke krachten beschikt. Dankzij een toelage van Bragadin en enkele vrienden kan Casanova onbekommerd leven. We lezen over zijn verhouding met de non M.M. en haar vriendin C.C., een veertienjarig meisje met wie hij wil trouwen. Dan volgen de beroemdste en spectaculairste bladzijden uit Casanova's memoires, waarin hij verhaalt over zijn arrestatie door de Staatsinquisitie van Venetië, en over zijn opzienbarende ontsnapping uit de Piombi-gevangenis.
A seminary expelled Giovanni Jacopo Casanova de Seingalt, Italian adventurer, who afterward wandered Europe, met luminaries, worked in a variety of occupations, established a legendary reputation for lust, and chronicled his memoirs.
Giacomo Girolamo Casanova de Seingalt, a Venetian, authored book. People regard Histoire de ma vie (Story of My Life), his main book, part autobiography, as one most authentic source of the customs and norms of social life during the 18th century.
He, sometimes called the greatest lust of the world, so famously womanized with his synonymous name with the art of seduction.
Casanova doet zijn naam in dit vierde boek opnieuw alle eer aan. Het imago dat rondom deze figuur is ontstaan, doet dit echter helemaal niet. Politieke intriges, filosofische overdenkingen en ontmoetingen met ambassadeurs kenmerken het vierde boek. Hij verhaalt over zijn prachtige driekhoeksrelatie tussen twee nonnen en hoe hij ze van achter de tralies van hun bezoekkamer ontmoet. Toch zijn vooral de tralies van zijn cel uit het tweede deel het échte hoogtepunt. Ondanks zijn opsluiting wegens o.a. atheïsme, ontmoet hij opnieuw verschillende figuren en schetst hiermee opnieuw het failliet van de morele wereld vlak voor de Franse Revolutie. Zijn spectaculaire ontsnappingspogingen zorgden ervoor dat ik het boek niet meer kon wegleggen en ja, uiteraard heb ik meteen de volgende twee delen ook al uitgeleend!
Volume IV van Casanova's memoires, in het Nederlands ook bekend onder de titel "De ontsnapping", behandelt ruwweg twee episodes uit zijn leven die zich tussen 1753 en 1756 afspeelden: de liefdesintriges met C.C. en M.M., gevolgd door zijn arrestatie, gevangenschap en ontsnapping uit het Dogepaleis, naar verluidt het interessantste deel van zijn aangedikte autobiografie. Het amoureuze stuk is niet heel bijzonder maar toch aangenaam om te lezen en bevat op de juiste momenten plotwendingen of bizarre onthullingen om naar meer te doen smaken. Waar Casanova echt uitblinkt, is het tweede deel: de omschrijving van de erbarmelijke omstandigheden van zijn gloeiendhete zoldercel, het beramen van plannen om te ontsnappen, zijn bezigheden om de tijd te verdrijven en de kleurrijke figuren die als medegevangene plots een tijdje deel uitmaken van zijn bestaan. Een aanrader voor lezers met een voorliefde voor egodocumenten.
"Ik moest op een verstandige wijze roekeloos zijn. Ik geloof niet dat er een moeilijker wijsgerig compromis bestaat."
"Hetzelfde overkwam mij in Constantinopel toen ik een neusverkoudheid had en erover klaagde in aanwezigheid van een Turk. Hij zei niets, maar hij dacht bij zichzelf dat een hond als ik die ziekte niet waardig was."
"Ik geloof dat de meeste mensen sterven zonder ooit te hebben nagedacht."
Hoogtepunt van het boek, en misschien wel van Casanova's leven, is de spectaculaire ontsnapping uit de Piombi-gevangenis in het Dogepaleis in Venetië. Zeer de moeite waard. Helaas is de eerste helft aanmerkelijk saaier, waarin Casanova steeds weer en opnieuw zijn liefjes M.M. en C.C. ontmoet.
Een boeiend boek. Niet enkel over leven en fratsen van Casanova maar ook over het leven in Venetië in de tweede helft van de 18de eeuw. Speels, erotisch, filosofisch, historisch. Soms ongeloofwaardig maar daar komt Casanova vlot mee weg. Oorspronkelijk geschreven in en vlot maar slordig Frans met modieuze Italianismen. Keurig vertaald en van nawoord voorzien door Theo Kars in 1970.