Ik smul van de schrijfstijl van Dorlon. In een kort boek, kort en krachtig maakt ze haar statement. Haar boeken lezen als een trein. Zo las ik dit boek, door een onverwachte onderbreking (was die er niet las ik het in één keer uit), in twee dagen uit.
Ik lees net op de achterflap van het boek dat ik ze chronologisch aan het lezen ben. Eerst ‘Liefhebben’ nu ‘wij’.
Dit boek exploreert was ‘wij’ is en trekt hier conclusies uit die ik voor altijd met me mee zal nemen. Je hebt toch altijd weer het ene uiterste én het andere nodig om een balans te krijgen. Zoals Yin en Yang. Altijd.
Aanrader.
“Wij zijn heel veel mensen die heel veel van elkaar verschillen, en in het feit dat we alleen maar letten op die verschillen, lijken we ook heel veel op elkaar.”
“‘Fijn’ is als een slapend been. Je weet dat je het been moet bewegen om het wakker te maken, maar dat doet pijn, en dat wil je niet, dus blijf je doodstil zitten uit angst voor pijn. En zo leven sommige mensen hun hele leven. Of ‘sommige mensen’… ik. Of.. wij. Doodstil uit angst voor pijn. Stilstand.”
“Mijn dochter van een jaar en negen maand begrijpt dat, die wil verder, die wil door. Ze wil leren - en wij gaan het haar afleren als ze naar school gaat - maar nu spreekt het nog vanzelf. Als ze een tram ziet, wil ze erop. Als ze een deur ziet, moet die open. Als ik haar in de box zou leggen, terwijl ze al lang kan lopen, en zou zeggen: ‘Ga maar even lekker niet nadenken, hier heb je een rammelaar’. Dan zou ze gaan huilen, heel hard gaan huilen.”