In 'Het romantisch misverstand' trekt Jan Drost ten strijde tegen de romantische idealen die zo wijdverspreid door onze cultuur, maar zeker ook door onze gedachten, geweven zijn. Precies met die instelling - het loshalen van dat draad in ons denken, omdat zij ons vermogen tot liefhebben belemmert. Vol overtuiging dat een verandering in ons denken over liefde in staat moet zijn onze verhouding tot, verwachtingen over, en daden binnen die liefde te veranderen.
Het romantisch ideaal vereist dat een mens in liefde slechts gevoelens gewaar is, geen gedachten en zeker geen, God verhoede, twijfel. Het vereist tevens volle overgave van de minnaar voor zijn geliefde - tot het niveau van volledige mentale en lichamelijke versmelting, ofwel eenwording daarmee. Het verpersoonlijkte 'geluk', als laatst, wordt dan slechts nog bedreigd door het verstrijken van de tijd. Dit laatste wordt gevangen in de wil van romantici om 'buiten de tijd' te leven, voor eeuwig te willen leven zonder veranderingen, ouder wordende vrouwen in te ruilen voor jongere, of voor altijd in liefdesverdriet te blijven steken.
Drost illustreert het voorkomen van deze idealen - 'misverstanden' - met voorbeelden uit pop-cultuur en probeert een lijn te trekken hoe deze misverstanden ons leven in kunnen sluipen. Want misverstanden - dat zijn het! Aan de hand van ideeën van filosofen als Nietzsche en Schopenhauer worden de bovengenoemde idealen met een hamer stevig bewerkt. Of, beter gezegd, worden de idealen ontmaskerd, als wordt gesteld dat ze egoïstisch, liefdeloos en onrealistisch zijn. Maar niet slechts dat. Het zou dan slechts cynisch eindigen en daar betaal ik zomaar niet voor. Het zou in zekere zin de suggestie doen wekken dat het alsnog een romantisch ideaal nastreeft - door de vaststelling dat de realiteit niet zo mooi is als ze zou moeten zijn. Drost is niet tegen liefde of geluk, en is zelfs meermalen optimistisch als hij stelt dat 'ons echte leven zoveel mooier [kan] zijn'.
Bijvoorbeeld, het ideaal van de eenwording wordt tegen het licht gehouden. Dat behelst iets als 'het onderscheid tussen jezelf en de ander opheffen'. Het vereist opoffering van één van de twee geliefden om op te gaan in de ander en werkelijk één te worden. Het vereist, in feite, het afdragen van het mensdom, van groei, grillen, dromen, het oneindig unieke van één van de twee minnaars. Want slechts dan, als je de ander volledig kent, is pas sprake mogelijk van eenwording. Tot dan bestaat er altijd die ander, die vreemde Ander. Ongrijpbaar en volledig vrij. Van wie je altijd een beeld probeert te vormen, maar die daar keer op keer toch niet volledig op lijkt, en de tweeheid soms zo voelbaar maakt, en ons ongemakkelijk maakt. Op punten als deze maakt Drost (hier aan de hand van Levinas) duidelijk dat het een denkfout betreft die ertoe kan leiden dat we een relatie om niet de beste redenen beëindigen, of 'doorhoppen' naar de volgende 'ware', omdat het gevoel van tweeheid niet betekent dat er iets mis is! Het romantisch ideaal zadelt ons op met een volslagen onvervulbare en onwenselijke eis. Het is in zekere zin een egoïstisch ideaal dat de Ander het voortbestaan ontzegt. De romanticus is het liefst alleen met zijn beeld van de geliefde. Want daarin bestaat de macht, de eenheid, de eeuwigheid, amen.
Daar tegenover stelt Drost juist het geluk dat de onkenbaarheid van de Ander kan betekenen. Een oneindige zoektocht, waar 'hard to get' spelen niet meer nodig is. Je kunt de ander dan wel nooit volledig kennen, je kunt wel op ontdekkingstocht blijven. De eenmalige veroveringstocht, die z'n glans verliest zodra het van ons is en ons weer door laat zoeken naar een volgend persoon, wordt vervangen door een ontdekkingsreis die nooit af kan zijn, ons door kan laten hunkeren. De acceptatie dat we de ander nooit kennen, maar wel elke dag dieper kunnen doordringen... het stemt hem hoopvol.
"De rijkdom van het echte. Daar kan onze fantasie in de verste verte niet tegenop. De werkelijkheid, het leven met elkaar, is zo aanwezig, zo overal, zo oneindig in zijn nuances en verwikkelingen, dat zou toch met het grootste gemak in staat moeten zijn onze ideale wereld te verlichten - dat gedroomde leven van ons, dat altijd alles dreigt te overschaduwen en dat vaak zo oppervlakkig en armetierig en in elkaar geflanst oogt. Als een soort derderangs script onder de gesel van een derderangs regisseur."
Het ideaal schetst een liefde waarin alles vanzelf en met het grootste gemak gaat. Zo is het nou eenmaal niet, zegt Drost, en wees blij met de rijkdom je daarvoor terugkrijgt! Verrassing na verrassing na verrassing, en liefde die tot elk hoekje van het leven voert.
Zo worden meerdere onderwerpen beschreven. Het denken over liefde, sex, eenheid, tijd en toekomst, de beeldvorming tussen de minnaars, de verhouding tussen 'ik' en 'de ander' en de ruimte die daarin voor beiden is weggelegd. Drosts bespreking van de plaats die 'ik' en 'de ander' hebben ten opzichte van elkaar was mij te abstract en te vaag. Waar de andere delen van het boek werden gekenmerkt door een filosofisch licht dat werd geworpen op de realiteit dat mij tevens realistisch aandeed - werd de complexe verhouding tussen 'ik' en 'de ander' mij zo abstract dat ik het niet meer aan vond sluiten op de werkelijkheid. Het denken oversteeg daarbij volledig wat ik er ooit bij heb gevoeld, en laten we wel wezen, liefde zonder gedachten is verwerpelijk - dat geldt ook voor liefde zonder gevoel.
Al met al toch een mooi boek en het heeft me behoorlijk aan het denken gezet. De schrijfstijl is soms verwarrend, drijft nogal eens te lang door, maar wordt dan weer afgewisseld met glasheldere besprekeingen. Vooral de bespreking van Nietzsche, over de machtsrelatie, het eenheidsideaal, zelfontplooing en de vreugde van het leven zonder God, waren buitengewoon! Drost weet het existentialisme, waarmee dit boek doordrenkt is, los te praten van de bezwaren of zwaarmoedigheid die ik er vaak bij voel. Sterker nog, het is een euforisch 'ja!' voor alle openliggende wegen van ons leven, voor liefde, en voor een goed gesprek.