Review van Mel Wallis de Vries' thriller 'Pijn'.
Dit boek leest als een trein. Hoofdpersoon is Mandy, een pubermeisje uit Amsterdam dat door een lastige periode in haar leven gaat. Haar moeder is ernstig ziek. Hierdoor is er veel verdriet en zijn er spanningen binnen het gezin van Mandy. Zij staat er in deze periode voor haar gevoel vrij alleen voor.
De stad wordt in deze periode opgeschrikt door een serie moordzaken. Meisjes in de leeftijd van Mandy en haar vriendinnen worden vermoord en al snel blijkt dat er een verband is tussen de moorden. De moordenaar plaatst filmpjes met gruwelijke beelden van de slachtoffers op social media. Een seriemoordenaar is actief. Maar wie is het? En heeft hij het, zoals je als lezer vermoedt, inderdaad ook op Mandy gemunt? Deze vragen lopen als een rode draad van het begin tot het einde door het boek (detectiespanning).
Verder over het verhaal. In Amsterdam slaat de angst toe. Medewerkers van de recherche komen op school om de leerlingen te waarschuwen voor de seriemoordenaar. Ouders zijn ongerust om hun tienerdochters. Ondertussen blijven er maar slachtoffers vallen. Het is misschien maar goed dat het boek geen inhoudsopgave bevat, omdat je anders direct zou kunnen weten hoeveel slachtoffers er gaan vallen en of Mandy erbij hoort.
Dat het niet om willekeurige slachtoffers gaat, wordt duidelijk wanneer aan het eind van het boek wordt onthuld wie de moorden heeft gepleegd en wat het motief was. Tijdens het lezen had ik een aantal mogelijke daders op het oog. Dit waren jongens met wie Mandy, haar vriendinnen en haar zus Nina in contact kwamen. Toch bleek de dader uit een totaal andere hoek te komen. Hij blijkt zelf het slachtoffer te zijn van pesterijen. Het boek eindigt met een terugblik op de gebeurtenissen, drie jaren nadat de moorden zijn gepleegd. Een mooie manier van de schrijfster om er een afgerond verhaal van te maken.
De theorie in Leesbeesten en boekenfeesten van Van Coillie bracht mij nog tot het volgende. Niet alleen detectiespanning wordt in dit boek toegepast, ook wordt vaak situatiespanning toegepast. Ik neem hieronder twee fragmenten op als voorbeelden hiervan. Beide staan op bladzijde 56, maar het boek staat vol van dit soort formuleringen.
'Ik blijf staan. Eerst denk ik dat ik me vergis. Maar dan herinner ik me weer dat ik de keukenkast heb dichtgedaan toen ik naar boven ging. Honderd procent zeker. Waarom staat hij dan nu wagenwijd open?'
'In de keuken kraakt heel hard iets. Opeens ben ik zo bang. In twee stappen sta ik bij de voordeur. Ik struikel bijna over de drempel, en de deur valt met een klap achter me dicht.'
Ook is er steeds dreiging aanwezig in het verhaal. Door het eerste fragment van het boek, dat een vooruitwijzing blijkt, weet je dat Mandy een van de slachtoffers zal zijn. Zelf weet ze dit vanzelfsprekend niet. Het is verder voor zowel de lezer als voor de hoofdpersoon een raadsel wie de moordenaar is. Door het toepassen van deze verteltechnieken brengt de schrijfster spanning en snelheid in het verhaal. Het maakte voor mij in ieder geval dat ik het boek letterlijk ineens heb uitgelezen nadat ik erin was begonnen. Ik wilde weten hoe het zat.
Het verhaal is niet een klassiek detectiveverhaal in die zin dat het draait om het zoeken van de moordenaar. Het draait naar mijn idee meer om het verband tussen de moorden en om de vraag of Mandy ook slachtoffer zal worden. De onthulling van de persoon van de dader komt aan het eind van het verhaal, wanneer de dader zelf beschrijft hoe hij tot zijn daden is gekomen. Van een echte speurtocht naar de dader en van een ontmaskering is in dit boek geen sprake. De dader maakt zichzelf bekend.
Pijn is een boek voor de leeftijd Young Adult. Het boek snijdt, naast het verhaal over de seriemoord, veel verschillende thema's aan waaronder ziekte, dood, verdriet, familiebanden, vriendschap, de impact van social media, eenzaamheid en pesten.
Dit boek heb ik gelezen in het kader van het genre 'Avontuur en Spanning' (Leesbeesten en boekenfeesten van J. van Coillie, blz. 141). Op blz. 204 en verder wordt het genre detectiveverhalen besproken.
Anke Eshuis