Pest was voor mij een ware strijd. Ik moest mij door het boek worstelen om het toch uit te krijgen. Naast mij lag er steevast een blad vol aantekeningen en opmerkelijke quotes dat al snel vol raakte. Ik zal je al waarschuwen, ik vond dit echt geen goed boek.
Wisselende personages
Pest, geschreven door Joost Devriesere, gaat over het Vlaamse stadje Pest. In deze stad (en over de hele wereld) zijn 90 procent van de mensen in slaap gevallen.
Het boek gaat over verschillende personages die op verschillende manieren proberen te overleven. Zo heb je Stijn die in een sekte belandt, Johanna die mishandeld werd, Ruth de journaliste, Harry de filmrecensent die ontvoerd is, Ward die mensen geld aftroggeld op Facebook, Marthe en Sven die de wereld willen verbeteren, Marion en Olaf die in een psychische instelling zitten, Sharon en haar stervende vader en Kloot, die de Klem heeft.
Seksistische personages
Devriesere grijpt steeds terug naar dezelfde personagetypetjes. Er zijn drie verschillende mannelijke ik-personen die het over hun moeilijke financiele situaties hebben en twee (weer mannelijke) personages die verliefd worden op een veel jongere vrouw. In elk hoofdstuk wordt er ook ergens wel eens iets seksistisch gezegd. Dit is misschien de satire die ik nergens vond? Er worden ook twee vrouwen vernoemd die “zo’n frêle gezicht hebben dat ze geen make-up verdragen”. De vrouwelijke hoofdpersonages zijn ook niet om over naar huis te schrijven. De ene beschrijft in detail hoe ze jarenlang mishandeld is en nooit durft weg te gaan, de journaliste stelt ‘domme’ vragen en laat zich bespelen door de mannen, Marthe wordt afgeschilderd als een onwetend jong meisje dat zomaar de politie gelooft (de politie die ze al jaren haat) en Marion wisselt van psychiater-haten naar psychiater-adoreren.
Ik weet niet als het de bedoeling was, maar ik heb mij serieus gestoord aan het personage Stijn. Stijn is een 40jarige man die een nieuw geloof binnenstapt, een soort sekte (dit allemaal voor The Big Sleep). Tijdens zijn doop, die in Thalassa doorgaat, krijg je meer informatie over wie Stijn nu juist is. Zo merkt hij op dat Thalassa een plek is waar “koppels vieren dat ze elkaar al tien jaar of meer de lust om te leven ontnemen”. Ook vertelt hij de lezer over Rachel, een jonge twintiger die al een zoon heeft (Stijn’s gevoel over die zoon is heel duidelijk leesbaar). Meteen na hij Rachel bijna de hel in gewenst heeft voor die zoon, vertelt hij dat ze heel mooi is en “het voorwerp van zijn liefde”. Dan komt er een innerlijke monoloog over hoe lelijk hij wel niet is. De typische heteroman in zijn midlifecrisis, als je het mij vraagt.
Het boek zit vol met zo’n personages. De ene seksistische opmerking na de andere komt je tegemoet. Zinnen zoals “en haar stelten zijn nog altijd even rank als toen hij ze nog zonder verweer uit elkaar mocht duwen” volgen op “sexy is sexy, een gat een gat en de avond nog jong en onbezoedeld”. De flap belooft satire, maar tenzij dit grappig moet zijn heb ik doorheen het hele boek niet veel satire gelezen. Of is het dan eerder “Ik moet eerlijk zeggen dat ik daarnet dacht dat je wilde neuken. En misschien heb je er nu wel zin in. Wat denk je, zullen we ons partnership vieren door het beest met de twee ruggen te maken?”, de woorden van Ward die blijkbaar geen professionele of vriendschappelijke relatie met vrouwen kan hebben.
Ja, er bestaan zo’n mensen in het echt, dat weet ik. Maar moet je daarom élk mannelijk personage in je boek zo maken? Er waren ook veel mannelijke personages die racistische en (extreem) rechtse politieke opmerkingen maakten, waar was dat voor nodig? De enige normale man die er in kwam was de man met de Klem en die zegt niets.
En nu even terug naar Stijn. Die merkt, de eerste keer dat hij zijn spirituele leider Arvik ontmoet, op dat hij een tshirt met een regenboog aan heeft (of, in de woorden van Devriesere, “de kleurige kromming op zijn stuk textiel”). Stijn, altijd de vriendelijkheid zelve denkt dan “alweer zo’n hippe trotse flikker”. Leuke man, die Stijn. Perfecte gesprekspartner ook. Zolang het over vrouwen met frêle gezichtjes en hun zonen gaat.
Taalkundige personages
Dan wil ik het ook even hebben over het taalgebruik. Het boek is vlot geschreven, dat wel, maar ik struikelde zo vaak over de onnodige synoniemen. Als je in de ene zin TV of televisie gebruikt mag je dat in die andere ook, hoor. Dan moet je niet het domme synoniem ‘kijkkast’ schrijven. Ook de zin “terwijl haar traanklieren vocht aanmaken” kan je echt veel simpeler verwoorden. Het geeft het boek alleen maar een fake intelligente gloed. De 16-jarige Marion en Olaf klonken trouwens echt niet als 16-jarigen, zelfs als je rekening houdt met borderline.
Ook die weetjes over oorlogen, muziekfestivals of films zijn soms echt onnodig. Zo lijkt het alsof de schrijver vooral te koop wil lopen met zijn intelligentie…
En dan nog het plot zelf. Het plot dat er eigenlijk niet is. De personages hebben amper een reactie op ‘The Big Sleep’ en doen min of meer hetzelfde als ervoor. Haal het verhaal ‘90% van de wereld die slaapt’ uit het boek en je hebt nog steeds hetzelfde saaie verhaal.
Moest het nog niet duidelijk zijn; ik vond dit echt een slecht boek. Toch geef ik nog 2 punten, omdat het concept '90% van de wereld valt plots in slaap' wél interessant is. Maar hoe Devriesere het vorm gegeven heeft dus niet.