De hofsamenleving (1969) is een degelijk en grondig werk van de socioloog Norbert Elias. Het boek stelt de vraag naar het hoe en waarom van de hofsamenleving in het 17e/18e eeuwse Frankrijk. Eigenlijk neemt Elias het hof van koning Lodewijk XIV als case study om zijn sociologische model te toetsen aan de empirie. Via bronnenonderzoek weet Elias overtuigend zijn model te illustreren en te laten zien hoe het model een veel breder verklaringsveld heeft dan enkel het genoemde hof.
Elias' model is de zogenoemde figuratie: mensen zijn via wederzijdse afhankelijkheidsrelaties met elkaar verbonden en vormen een netwerk dat zijn eigen rationaliteit kent. Mensen die binnen dit netwerk opereren doen dat volgens de geldende regels die zij zelf niet opgesteld hebben en waarvan ze zich maar ten dele en vaak oppervlakkig van bewust zijn. Deze figuraties bestaan in een bredere sociologische context en de interactie tussen beiden is wat we geschiedenis noemen.
Toegepast op Elias' voorbeeld: de hofsamenleving van Lodewijk XIV bestond uit ambtsadel (burgers) en zwaardadel (aristocratie) - die een polariteit vormden - en was strict hiërarchisch geordend. Iemands plaats in de rangorde werd bepaald door zaken als afkomst, functie, etc. en de kerntaak van leden van deze figuratie bestond uit het uitdragen van hun rang: etiquette, ceremonieel, architectuur, kleding, leefstijl, etc. - alles symboliseerde de sociale rang van de betreffende persoon. Dit netwerk van hogeren en lageren wordt gekenmerkt door een eeuwig spanningsveld: men staat elkaar naar het leven en is constant bezig om hogerop te komen ten koste van anderen en tegelijkertijd heeft men de ander nodig om de eigen identiteit te kunnen laten bestaan. Elias' heeft het over de sociale clinch: als twee boksers die elkaar krampachtig vasthouden, bang om hun grip los te laten en door de tegenstander te worden verslagen, houdt men elkaar in de hofsamenleving vast in de heersende figuratie.
De koning speelt in dit web een centrale rol: hij hoeft niemand boven hem te dulden en heeft totale zeggenschap over het lot van leden van het hof. Hij kan met gunsten, pensioenen en uitsluiting hele families maken of breken. Iedereen kijkt naar de koning om zijn eigen rang te bepalen. Tegelijkertijd is de koning niemand zonder deze adel. Ook in deze relatie houdt men elkaar in de sociale clinch: de sociale dwang die men op elkaar en zichzelf uitoefent is zodanig dat niemand er aan kan ontsnappen.
Dit alles is geen bewust ingericht proces. De meeste leden, inclusief de koning, geven zelf aan vermoeid te zijn van de eindeloze rituelen en etiquette. Toch houdt men er aan vast als doel op zich: zolang men zich aan de rationaliteit van het netwerk houdt, blijft het netwerk bestaan. Houdt men op zich aan de regels te houden dan houdt men op hoveling te zijn - sterker: dan houdt de hofsamenleving op te bestaan. Het gaat hier dus om het voortbestaan van de eigen existentie en daarmee de existentie van het systeem waar men onderdeel van is.
Voor een burger in een kapitalistische samenleving is al dit oeverloze geruzie en gewedijver tijd- en geldverspilling. Voor ons lijkt al dat ceremonieel en die etiquette nutteloos; voor degenen die deel waren van deze figuratie was het een zaak op leven en dood. Het verschil van opvatting en beleving toont aan hoe vruchtbaar Elias' model is: het laat ons zien dat ieder van ons in een eigen netwerk met een eigen kenmerkende en autonome rationaliteit opereert. Voor de burger die leeft in een kapitalistisch systeem ziet de hofsamenleving eruit als zinloze verspilling van tijd, geld en energie; voor de aristocraat die leeft aan het hof van de koning ziet de burgermaatschappij eruit als minderwaardig en doelloos.
Elias gebruikt grote delen van het boek om de ontwikkeling van deze hofsamenleving te schetsen. Volgens hem liggen de wortels ervan in de 15e/16e eeuw. Met de introductie van de geldeconomie (door grote influx van goud en zilver uit Zuid-Amerika) verliest de adel haar bezit, terwijl er tegelijkertijd een nieuwe klasse ontstaat die macht opbouwt uit geld (de gilden, handelaars, etc.). De koning krijgt langzaamaan steeds meer grip op de adel, die hij volledig van hemzelf afhankelijk weet te maken. Vervolgens introduceert hij burgers (die zich als adel inkochten) in het hof, die stapsgewijs alle taken van de adel aan het hof overnemen. De animositeit tussen en binnen beide klassen is een beheersingstechniek dat de koning naar willekeur kan inzetten.
Wat resulteert is een in zichzelf gekeerde samenleving waar iedereen met elkaar bezig is en waar de buitenwereld er nauwelijks toe doet. Toch doet de buitenwereld er wel degelijk toe: in dezelfde periode (16e tot en met 18e eeuw) vinden er grote sociale ontwikkelingen plaats zoals industrialisering, financialisering en professionalisering. In de maatschappij ontstaan allerlei nieuwe beroepen en subklassen die macht opbouwen. Het is hierbij belangrijk om Elias' onderscheid tussen rang en macht te hanteren: een hoge rang staat niet gelijk aan veel macht (en andersom ook niet).
De figuratie van de hofsamenleving wordt star en exclusief door de rationaliteit die erin gebakken zit. De figuratie bestaat echter in een bredere samenleving waar - we schrijven 18e eeuw - inmiddels een grote verandering in machtsopbouw en -verdeling heeft plaatsgevonden. De groepen met sociale macht worden uitgesloten van de het staatsbestel: de monopolies op geweld en belastingheffing blijven in handen van de oude elite. Op het moment dat de elite die nieuwe werkelijkheid niet erkent en weigert nieuwe machtshebbers toe te laten of af te kopen, is geweld de enige mogelijkheid.
Elias verklaart de Franse Revolutie dus uit de starheid van het staatssysteem dat niet in staat (meer) was om zich aan te passen aan een nieuwe maatschappelijke werkelijkheid. Hiermee wijst hij dus de klassieke 'burgers werpen kerk en adel omver'-verklaring af. Elias benadrukt dat de Revolutie afrekende met de oude elite -inclusief de burgerelite - aan het hof en er een nieuwe elite - gerekruteerd uit de nieuwe machthebbers - ervoor in de plaats stelt.
Eigenlijk zit de omverwerping van de oude elite al ingebakken in Elias' model. Dit is fascinerend, omdat hij zich op sommige plekken in het boek lijkt te verzetten tegen de marxistische theorie dat de geschiedenis al vastligt. Volgens Elias doen individuen er nauwelijks toe en is de sociale rationaliteit binnen figuraties (en de samenleving als geheel) bepalend voor het verloop van de geschiedenis. De hofsamenleving was niet in staat zich aan te passen aan de nieuwe sociale machtsbalans die was ontstaan in drie eeuwen van geldeconomie, industrialisering en kapitalisme, en was dus van het begin gedoemd om ten onder te gaan in de geweldsuitbarsting van 1789. Waarom? Omdat de systeemrationaliteit de individuen dwingt om zich te gedragen zoals ze deden: ook al richtten edelen hun hele huis te gronde, men moest en zou geld blijven spenderen - want het systeem bood geen alternatief.
Tijdens het lezen van met name de laatste delen bekroop me het gevoel dat wij in 2025 in eenzelfde situatie verkeren als het Frankrijk van net vóór de Revolutie. Een historisch gegroeide elite - in ons geval de post-WO2 progressief-liberale orde - heeft zich niet kunnen aanpassen aan de veranderende samenleving, waar nieuwe machtsnetwerken zijn ontstaan op basis van nieuwe technologie (denk aan sociale media) en waar geweld de enige uitweg lijkt te zijn. De elites zijn niet van plan om de nieuwe machtigen op te nemen in de eigen figuratie en het afkopen van strijd lijkt nauwelijks te zijn gelukt. Het is tekenend hoe vanuit de elite gepraat wordt over de uitdagers van de macht: radicaal, extreem, populistisch, nationalistisch, etc. Allemaal termen die duiden op een vijandsbeeld: men voelt dat de eigen orde wordt bedreigd door nieuwe macht van buitenaf.
Inmiddels zien we in Amerika hoe de nieuwe elite zich al meester heeft gemaakt van het staatsbestel - vooralsnog vreedzaam, dat dan weer wel - en daarmee de monopolies op geweld en belastingheffing (en tegenwoordig ook informatie). In Europa lijkt men vooralsnog de weg van Lodewijk XIV te kiezen: blijven uitsluiten en waar het kan afkopen. Nederland is een interessant experiment, waarbij de nieuwe macht (PVV/BBB) in de bestaande elite lijkt te worden opgenomen, maar tegelijkertijd te worden buitengesloten van invloed. Ik vrees dat Elias, mocht hij nog geleefd hebben, de toekomst niet bijster rooskleurig zou zien. En ik ben dat met hem eens.