Jump to ratings and reviews
Rate this book

Tuin

Rate this book
Op een nazomerdag komt een man bij toeval in een tuin terecht. Hij verbaast er zich over de bloembedden, de grasperken en de bakstenen muur die in een halve cirkel om de tuin loopt. De zon priemt door het witte wolkendek. Op het terras liggen blauwwitte veren die ooit van een duif moeten zijn geweest. Wat vreemd dat hij deze halfvergeten tuin nooit eerder heeft gezien! Hoe meer tijd hij in de tuin en de aanpalende serre doorbrengt, hoe meer hij eraan verknocht raakt. Als hij na een poosje ook in de tuin blijft overnachten, begint hij te begrijpen dat er iets niet helemaal klopt. De dagen worden ondertussen steeds korter en de winter komt dichterbij. Dorre bladeren hopen zich op en in de uitdijende regenplassen ziet hij de wolken voorbijdrijven. Hoe is hij hier terechtgekomen? En waarom heeft hij het vreemde gevoel dat de tuin elke dag groter wordt? Hij moet iets vinden om hem van dit verstikkende narratief te bevrijden en bedenkt een ingreep met niet te overziene gevolgen.
Tuin is een poëtische novelle waarin een man voortdurend en wanhopig pogingen onderneemt om te ontsnappen uit een tuin waarvan de poort openstaat. In een lichtvoetige toon ontvouwt zich een fabelachtige vertelling met kafkaiaanse trekjes.
Over Licht en geluid: ‘Een tedere en bijna mystieke debuutroman, waarin zowel de hoofdpersoon als de lezer soms verstrikt raakt in de raadsels van het leven.’ ***** – Gazet van Antwerpen ‘Grote ambitie en wilde verbeelding.’ – De Standaard

128 pages, Paperback

Published October 3, 2017

1 person is currently reading
25 people want to read

About the author

Vincent Van Meenen

10 books14 followers

Vincent Van Meenen is schrijver en doctor in het surrealisme. Hij woont en werkt in Oostende. Zijn laatste roman, 0xBlixa (2023) werd genomineerd voor de BNG Bank Literatuurprijs en ontving een grant van de Ethereum Foundation (2025). Sinds 2018 is hij meervoudig laureaat van de Maarten Inghelsprijs. In 2025 debuteerde hij als dichter met 'Alle fonteinen' (Das Mag)

In het verleden maakte hij theater met vluchtelingen in Athene en schreef hij over de creatiemethodes van beeldende kunstenaars voor het Belgische kunsttijdschrift HART (Glean). Hij is ook de maker van de allereerste Nederlandstalige roman die gepubliceerd werd als NFT (EU, 2021).

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
6 (12%)
4 stars
15 (31%)
3 stars
14 (29%)
2 stars
10 (20%)
1 star
3 (6%)
Displaying 1 - 10 of 10 reviews
Profile Image for Laurent De Maertelaer.
811 reviews168 followers
October 10, 2017
Mijn bespreking op MappaLibri: http://mappalibri.be/?navigatieid=61&...
De tuin leeft, ik ben tuin

Waar de jonge theatermaker en voormalige Write Now!-laureaat Vincent Van Meenen (1989) in zijn romandebuut Licht en geluid (2016) zijn hoofdpersonage begiftigde met een onstilbare wanderlust, kiest hij in opvolger Tuin resoluut voor het tegenovergestelde. Deze feeërieke novelle is een bevreemdend 'huis clos' over een jongeman die gevangen zit in een tuin waarvan de poort open staat.

Dichterlijk, dromerig en gevoelig is dit verhaal zeker en vast. Eenmaal in zijn lustoord valt de naamloze verteller van de ene lyrisch makende verbazing in de andere. Hij verwondert zich als een kind over de cipressen, de bloembedden, de grasperken en de bakstenen muur die in een halve cirkel omheen de idyllische tuin loopt, ‘als een Romeins theater’. Zelfs het aftandse houten tuinhuisje is een bron van vreugde en verstomming. De verteller eigent zich de tuin toe, verpandt er zijn hart aan en vestigt zich in de vervallen serre, palend aan het terras:

‘De poort aan het einde van het kasseienpad ontwaar ik ook in het duister, al is er geen vezel in mijn lijf die eraan denkt om die te gebruiken. Waarom zou ik ook? Hierbinnen voel ik me prima.’

Hij overleeft op koffie en aardappelen (‘In Hongarije eten ze ook alleen aardappels, dat heb ik in een film gezien’), hoewel het winter wordt en de dagen aan het korten zijn. Gelukkig is er in de serre een aftands kacheltje en slingeren er enkele muffe dekens rond. Het is niet duidelijk of de tuin ‘privé-eigendom of openbaar bezit betreft’: de verteller doet hem af als een soort schuiloord: ‘Op enkele buurtbewoners en toevallige bezoekers na is er vast niemand van de tuin op de hoogte.’

Er lopen inderdaad nog andere mensen rond in de tuin: ‘Ex-bewoners, ex-dieven, ex-verzetshelden’. Bovendien komen tuinmannen in ‘appelblauwzeegroene werkpakken’ op geregelde basis onderhoudswerken uitvoeren. Met deze andere tuinlopers heeft de verteller echter geen contact, zijn enige vriend is een koolmees. Het bestaan van een buitenwereld is zeker (halverwege spreekt de verteller over ‘naar huis’ gaan), maar het gedruis van de stad is nauwelijks hoorbaar.

De verteller weet niet hoe lang hij al in de tuin is of waar die zich precies bevindt: ‘zij ligt vlak bij een Europese grootstad, laat ons in dit geval Brussel nemen, al zou het net zo goed Lissabon, Rotterdam, Stockholm of Athene kunnen zijn.’ In de Brusselse randgemeente Etterbeek ligt de ‘tuin Jean-Felix Hap’, een geklasseerde stadstuin van bijna anderhalve hectare met een oranjerie, een kiosk, een vijver en enkele beeldhouwwerken. Het hele domein is door een hoge tuinmuur omwald. Het is een oase van rust, met een unieke collectie bomen. Zou dit Van Meenens tuin kunnen zijn?

Na een tijd begint de verteller — net als de lezer, trouwens — zich af te vragen hoe hij in de tuin is terechtgekomen. Tot hij op een dag visioenen begint te krijgen en de tuin niet langer een tuin blijkt te zijn. Die opstootjes van pure zinsbegoocheling omschrijft hij als ‘vreemde mislukte ontsnappingspogingen’. Drastische maatregelen dringen zich op.

De verteller benadrukt meermaals dat de tuin een op zichzelf besloten biotoop is, met zijn eigen regels, wetten en geheimen:

‘De geheimen van de tuin liggen ondoordringbaar in het gras. Ik ben geen deelgenoot van die geheimen en zal waarschijnlijk ook nooit deelgenoot worden, al zou ik jaren kunnen doorbrengen met afwegen, speuren en het uiten van vermoedens. Volgens mij is dat precies wat de tuin wil. Daarin schuilt het gevaar.’

Die geheimen inspireren de verteller tot soms halfzachte, maar jammer genoeg ook meer dan eens ronduit onbegrijpelijke ontboezemingen:

‘De tijd die ik hier verspeel is niet meer dan een manier van doen. En toch, elk uur dat ik in de tuin doorbreng betaal ik met mijn leven.
[…]
Als de zin van het leven eruit bestaat ons genetisch materiaal door te geven, heb ik vandaag opnieuw een stap achteruit gezet. Hoe kan ik de liefde begrijpen? Ik vraag het de tuin, maar noch zij, noch de liefde ontsluit me hun donkere oorsprong.
[…]
Het Colosseum in Rome en het Pantheon in Athene zullen vast veel langer leven dan de haastig opgetrokken kantoorgebouwen die zich om me heen bevinden. De tuin ligt ergens tussen die twee uitersten en wacht op overvarende [sic] vliegtuigen.’

‘Wil ik de tuin verlaten, dan zal ik haar van me af moeten schrijven, haar een stem geven’, staat in de tweede paragraaf van Tuin. Het geslacht van het zelfstandig naamwoord ‘tuin’ is volgens het Groene Boekje mannelijk. Correcte verwijswoorden zijn dus ‘hij’, ‘hem’ en ‘zijn’. Toch hanteert Van Meenen consequent vrouwelijke verwijswoorden. Hier zit duidelijk iets achter. Deze kromme grammatica is niet de schuld van een lakse redacteur, maar heeft alles te maken met antropomorfisme, het toekennen van menselijke eigenschappen en waardeoordelen aan niet-menselijke wezens. De tuin is een ‘zij’ om de affectieve en seksuele band tussen het lapje grond en de verteller uit te drukken:

‘Het verticale verlangen dat zich gewoonlijk ophoopt ter hoogte van de geslachtsdelen vindt in bomen een uitstekende metafoor. Niet voor niets gaan de boeddhisten ervan uit dat bomen reïncarnaties zijn van mensen die verteerd werden door lust. Vanuit die logica is bijvoorbeeld het Zwarte Woud een soort ex-pornoparadijs. En dit hier, een kleine lusthof?’

Antropomorfisme komt veel voor in fabels. Is het daarom — tot vervelens toe — schering en inslag in Tuin?

‘De bladeren zowel van de fruitbomen in de tuin als van de andere bomen hierbuiten verkleuren. Kleuren en kleren, verklaren. Wat hebben de bomen te verklaren? De verklaring zit allicht in de verkleuring. Wat te zeggen valt, zit in het spreken zelf, vorm is inhoud geworden. Een blad dat verkleurt is een woord, valt het af, dan krijgt men een zin. Zo leggen de zinnen zich een voor een in het gras en blijft de boom naakt achter. Is de boom oprecht?’

Tuin wordt talloze keren ontsierd door gezwollen pathos en een gekunstelde metaforiek die zichzelf voortdurend op de staart trapt. De lezer struikelt te veel over holle frasen die ernstig en diepzinnig bedoeld zijn, maar herhaaldelijk een tegengesteld effect sorteren en op de lachspieren werken. Tuin neigt te vaak naar een holle mystiek van het zevende knoopsgat:

‘Het gras kaatst alle vragen terug en ik vang ze op. Ik druk ze tussen gisteren en morgen, leg ze op volgorde, gebruik er tekens voor. Zo blijf ik voor eeuwig liggen in dit gras, met hooi op mijn kleren en insectenbeten in [sic] mijn huid. Een reis ondernemen? Ik dacht het niet. Daarvoor ben ik in mijn binnenste veel te conservatief.’

Het is niet meteen duidelijk bij welke literaire traditie dit boek wil aanleunen. Evidente referenties zijn Jean-Paul Sartre’s eenakter Huis clos (1943) en Henry David Thoreaus bijbel van het buitenleven Walden (1854). Van niet-literaire aard komt vooral Luis Buñuels beroemde film El ángel exterminador (1962) voor de geest, waarin een groepje gedistingeerde gasten er niet in slaagt om de kamer waarin ze net hebben gedineerd te verlaten. Tuin zweeft een beetje alle kanten op. Is het een psychotische trip? Is de verteller een ontsnapte krankzinnige? Een bipolaire patiënt zonder medicatie? De lezer heeft er het raden naar. De verteller lijkt zich bewust van zijn gebreken en probeert evenals de lezer ergens een touw aan vast te knopen:

‘Vroeger zeiden mensen vaak dat ik te veel van de hak op de tak sprong als ik een verhaal vertelde. Daar kan ik nog altijd kwaad van worden. Ik doe mijn uiterste best om een zo duidelijk mogelijk beeld te geven van mijn gevoelswereld en zij beginnen over onvolkomenheden in verhaalstructuur. Maar ik vertel helemaal geen verhaal. Ik probeer de boel hier te begrijpen.’

In het licht van dit alles draagt de eerste zin van deze novelle met de beste bedoelingen een dubbele betekenis uit: ‘Weinig blijkt erg veel te zijn, bij nader inzien meer dan genoeg om een leven mee te vullen.’ Enerzijds blijkt ‘weinig’ helaas niet altijd ‘veel’ te zijn en anderzijds al helemaal niet ‘genoeg’ om een boek mee te vullen.

Vincent Van Meenen: Tuin, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2017, 128 p. ISBN 9789038803906. Distributie: L&M Books
Profile Image for Liesbeth.
9 reviews
April 30, 2024
Gaf woorden aan mijn voorstelling van een psychose. Weet niet of dat de bedoeling was, desalniettemin erg goed gelukt. Leve de waanzin!
Profile Image for Tom.
106 reviews29 followers
November 19, 2023
Na het vele aanraden van vrienden was ik begonnen mijn eigen Tuin aan te leggen. De eerste pagina's lazen zeer vlot, aangenaam ontspannend. Ik nam het boekje weer op als ik zin had in iets geestigs, zoals ik soms met oortjes (zonder muziek) stiekem luister naar de mensen rondom me op de tram. Het is eens iets anders, dacht ik, iemand die enkel en alleen een Tuin beschrijft en wat hij in deze Tuin doet.

Tuin is een metaforische constructie over de innerlijke belevenis van Vincent die zichzelf regelmatig transformeert, hier en daar met grappige kwinkslagen die iets van de buitenwereld blootleggen en gissen naar de reden waarom hij zich daar bevindt. Onderweg verdort het gras zodat de bodem kan verharden en het regenwater niet meer weet te absorberen. Het ophopende water voert Vincent weg naar een strand waar Vincent een kuikentje ontmoet en met wie hij ongelooflijk domme dingen doet. Tot daar het leuke gedeelte van Tuin, want tijdens zijn ontmoeting met het kuikentje wordt het snel melig en daarna, wanneer we terug in de Tuin belanden, leek de inspiratie bij Vincent op en wordt het een enorme langdradige, eentonige, melancholische boel die ik eerst diagonaal en daarna vluchtig doorlezen heb omdat het mij gewoonweg niet meer interesseerde. Ik had deze omwenteling eerlijk gezegd niet verwacht, op het moment dat ik Tuin las kwam ze eerlijk gezegd ook ongewenst, maar ik moet ook eerlijk toegeven dat het gewoon ongelooflijk slordig en tactloos geschreven is.

De tuin is een 'ruimte tussen een landschap en een boeket', zei Magritte ooit.
Een Tuin is namelijk een luxe waar iemand maar al te blij mee mag zijn dat men ervan kan genieten. Met de nadruk op 'kan'. De gewaarwording daarvan wordt wel treffend gevat door het lezen van deze Tuin.
Profile Image for Ellen Lambrichts.
23 reviews4 followers
February 20, 2018
Een man komt als bij toeval in een ommuurde tuin terecht, die ergens in een grote stad verborgen ligt. Gebiologeerd door deze tuin blijft hij er, zonder dit echt te besluiten. De tuin lijkt voor hem te hebben besloten, en zijn verblijf in deze tuin lijkt een vlucht te zijn uit het hectische moderne leven met alle verwachtingen en druk om te presteren die hieraan verbonden zijn. Maar waar het hoofdpersonage initieel vooral wordt gefascineerd door de tuin, en hij deze vlucht uit de werkelijkheid met open armen aanvaardt, verandert zijn gevoel gaandeweg echter in een verlangen om de tuin te ontvluchten. Aarzelend wel, want hij betwijfelt of er iets is om naar terug te keren. In het hoofd van het personage ontstaat een heuse strijd met de tuin, die uiteindelijk leidt tot zelf opgewekte hallucinaties, die in mijn ogen niet meer echt geloofwaardig zijn.

Het verhaal deed me erg denken aan de film 'Exterminating Angel' van Bunuel, waar een groep welopgevoede burgers na een feest een huis niet blijken te kunnen verlaten, zonder dat er een zichtbare reden hiervoor is, en gaandeweg hun beschaafdheid volledig verliezen.
Het is zeker geen perfect boek; soms lopen zinnen en gedachten een beetje krom, en soms lijkt het alsof de tegenstrijdigheden die in het boek zitten eigenlijk hints zijn om het 'waarom' van het hoofdpersonage te kunnen ontwarren, maar vermits ze nooit worden ingelost zijn ze waarschijnlijk eerder over het hoofd geziene kleine foutjes. Toch voelde het voor dit stadsmensje dat smacht naar wat meer groen in haar leven, als een verademing om even tijd door te mogen brengen in deze mysterieuze tuin.
Profile Image for Jan.
114 reviews12 followers
April 26, 2021
Ik vond de eerste 80 pagina's fantastisch om te lezen. Ik zag mezelf dan ook al bezig, niets anders aan het hoofd dan dagenlang gewoon in een oude tuin aanwezig te zijn.
De 'holle frasen' zijn mijns inziens eigen aan het verwarde hoofdpersonage, zeker gezien het opvallend verschillende 'tweede deel'.
(4*)

De overige 40 pagina's, startende met een (overbodige?) zee-episode, ervoer ik als onaangenaam en werden zelfs eerder diagonaal gelezen. Hier werd het me precies effectief te koortsig / psychotisch? Maar uiteraard in opzet knap geslaagd als dat effectief de bedoeling was om het hoofdpersonage de sporen te laten verliezen na het eerder natuurromantische 'eerste deel'.
(3*)
Profile Image for Sil.
109 reviews6 followers
Read
July 22, 2023
"De alchemie van het nietsdoen: gedachten en lucht transformeren in goud."
Profile Image for Eline schrijft hier.
299 reviews13 followers
February 9, 2020
Tuin van Vincent Van Meenen (1989) komt met een persoonlijke noot van de schrijver: Het is “een boek dat geen ‘novelle’ of ‘roman’ genoemd wil worden.” De achterflap houdt het voorzichtig op een “poëtische novelle.” Tuin is geen doorsnee verhaal, wees gewaarschuwd, zoveel is direct duidelijk.

Op een dag komt een man in een bloeiende stadstuin terecht. Geraakt door de schoonheid ervan, besluit hij in de tuin te overnachten. Hij vindt een kachel, zet koffie, kookt aardappels en slaapt in het houten tuinhuisje. Dit bevalt hem zo goed, dat hij de eerstkomende tijd de tuin niet meer zal verlaten. Van Meenen wekt de suggestie dat zijn hoofdpersonage de tuin wel wíl verlaten, maar dit niet kan. Waarom zou hij ook? Er is niemand die daarbuiten op hem wacht.

Lees mijn hele recensie op elineschrijfthier.nl. 🙋🏻‍♀️🌿
Profile Image for Vincent Coomans.
150 reviews43 followers
February 15, 2018
In deze korte tweede novelle van schrijver Vincent Van Meenen verdwaalt een man bij toeval in een tuin. Wat volgt is een lofzang aan alles wat beweegt en leeft in de tuin. Hij verbaast zich over de schoonheid. De pracht. De gietijzeren poort staat open maar de man lijkt er niet meer in te slagen de tuin te verlaten. Hij blijft er overnachten en terwijl het langzaam kouder wordt, en de tuin steeds verstikkender transformeert het landschap zich tot een woelige zee waarin hij er een merkwaardige vriendschap opbouwt.
Deze moderne fabel is sterk gevonden en hoewel het een haast onmogelijke opdracht lijkt om een 124-pagina's tellende novelle/fabel interessant te houden met 1 personage, 1 plek en een poëtische plot slaagt Van Meenen er toch in om enige suspens op te bouwen. Het boek is bij vlagen erg intrigerend. Evenwel ontbrak het hier nog wat aan eindredactie. Het hoofdpersonage is soms te pathetisch en de verwondering verveelt vaak. Maar mij raakt dit boek wel meer dan zijn debuut.
Displaying 1 - 10 of 10 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.