Brood, opdat je in dit huis gezondheid en voorspoed zult kennen. Zout, opdat je leven hier niet eentonig zal zijn. En de wijn heb ik er zelf bij bedacht: dat je hier maar gelukkig mag worden. Geen verandering haalt zoveel overhoop als een verhuizing. Wennen aan een nieuw huis en het afscheid van het oude leven zijn de rode draad in de verhalen in Brood, zout, wijn. Een vrouw heeft zoveel moeite met het vertrek uit haar geliefde huis dat ze er op een nacht terugkeert en inbreekt. Een weduwe begraaft een Jozefbeeld in de tuin - baat het niet dan schaadt het niet - om de verkoop van haar huis te bespoedigen. Een makelaar vindt de jonge vrouw van het stel aan wie hij een appartement probeert te verkopen veel te aardig voor de praatjesmaker naast haar. Moet hij ingrijpen of niet? De personages in Brood, zout, wijn zijn met veel gevoel voor detail getekend, en in al hun tekortkomingen pijnlijk herkenbaar.
Vonne van der Meer werd in 1952 in Eindhoven geboren. Ze was het jongste kind in een gezin van drie. Haar moeder was een fanatieke lezer die haar kinderen veel en graag voorlas. De familie verhuisde naar Laren, waar Van der Meer na de lagere school de MMS bezocht. Na haar eindexamen ging ze een jaar naar een high school in de Verenigde Staten, waar haar liefde voor het toneel werd aangewakkerd door de acteerlessen die ze volgde.
Twee jaar later werd ze toegelaten tot de regieafdeling van de Amsterdamse Theaterschool. Tijdens deze opleiding bleef ze eigen werk schrijven: verhalen, toneel, schetsen. Al snel werd ze de belangrijkste tekstleverancier van haar klas: "Als er voor Koninginnedag een straattheaterstuk gemaakt moest worden, bewerkte ik in één nacht een sprookje. Als twee medeleerlingen een stuk zochten om samen aan te werken, maar niks konden vinden dat bij hun leeftijd en mogelijkheden paste, schreef ik het. Daar ontdekte ik ook dat het niet verstandig is je eigen werk te regisseren. De afstand ontbreekt dan. Als een scène niet meteen lukt, ben je geneigd meteen te gaan herschrijven, in plaats van de acteurs een andere opdracht te geven."
In 1976 werd Van der Meers monoloog De behandeling door toneelgroep Centrum op het repertoire genomen. In 1978 sloot ze haar toneelopleiding af en werd regieassistent van Franz Marijnen bij het RO-theater. Al snel regisseerde ze zelf stukken van Goethe, Osborne, Frisch en een bewerking van Plato's Symposium. Daarna regisseerde ze een kleine tien jaar bij uiteenlopende gezelschappen als Baal, Centrum, De Haagse Comedie en het RO-theater. Bij het laatste gezelschap ging in 1996 ook haar toneelstuk Weiger nooit een dans in première.
Van der Meers verzamelde verhalen uit Hollands Maandblad werden in 1987 gebundeld in haar debuut Het limonadegevoel, dat prompt bekroond werd met de Geertjan Lubberhuizenprijs. Daarna publiceerde ze gedurende meer dan dertig jaar en met grote regelmaat romans, verhalenbundels en novellen. De doorbraak naar het grote publiek kwam in 1999 met Eilandgasten, een roman-in-verhalen waarin we de tijdelijke bewoners van huize Duinroos leren kennen en de verhalen achter de berichten in het gastenboek.
Met haar werk heeft Van der Meer zowel in binnen- als buitenland een groot lezerspubliek bereikt. In september 2013 is Het smalle pad van de liefde verschenen, een roman over een onmogelijke liefde die de weg vrijmaakt naar een ander verlangen.
In het najaar van 2014 was zij twee maanden gastschrijver in Brussel, met een lesopdracht (proza schrijven) aan het Rits. In 2015 keerde ze terug naar het Rits om les geven aan de Masterstudenten, en ook in 2016 zal zij daar weer met studenten werken.
In oktober 2015 is Winter in Gloster Huis verschenen.
Het was toegankelijk/vlot leesbaar geschreven, en op zich allemaal prima, maar op dat niveau blijft het dan ook voor mij. Op het Jozef-beeldje na en in het laatste verhaal de vondst van de kerk waar ze heen gaat om iemand te vinden die haar jurk open kan maken, was er niets voor mij dat er echt uitsprong of dat meer indruk maakte waardoor het bleef hangen.
2.5* Met het voordeel van de twijfel, omdat het ook vooral voelde alsof ik gewoon in de verkeerde leeftijdscategorie val voor dit boek (en dat is ook prima).
Nu toch eindelijk ook de laatste verhalen uit de bundel gelezen. De verhalen lezen goed weg. Van der Meer weet zonder te veel omhaal, schoonheid in het alledaagse te vinden.
Na het lezen van Brood, zout, wijn, de nieuwste verhalenbundel van Vonne van der Meer vraag ik me af of dit soort verhalen lang genoeg bij de lezer beklijven. Ik denk het niet. Niet echt. Maar waarom dan niet? Vonne van der Meer schrijft prettig en toegankelijk over herkenbare, hedendaagse gebeurtenissen in het leven van vrouw rond de middelbare leeftijd. Vrouwen met verlangens, melancholische buien, de sleets geworden huwelijken en de smachtende erotische fantasieën die te braaf voor woorden zijn. Ik denk dat het hem daar in zit. De verhalen stijgen niet boven het gewone uit. Toch is dat ook een kracht van een schrijfster als Vonne van der Meer, dat ze de alledaagse situaties zo treffend weet neer te zetten.
Bij deze verhalen is de twist op het einde vaak nauwelijks een twist. De verhalen doven als een nachtkaars. Al wordt daarmee ruimte aan de lezer gelaten om het een en ander zelf in te vullen. De verhalen gaan niet diep, daarom zou ik een verrassende twist soms wel bevredigender vinden.
Mooi, een verhalenbundel maar toch ook niet. En dat was intrigerend: hé, dit lijkt wel een vervolg op een eerder stuk... De schrijfstijl is prettig, het leest vlot en het titelverhaal is echt prachtig. Soms tussendoor even een tijdje stoppen om een verhaal even te laten doordringen en niet verdringen door een volgend.
Zeven korte verhalen met meestal een vrouw in de hoofdrol, een aantal keer dezelfde vrouw. Van der Meer publiceert al wel 40 jaar, maar dit was mijn eerste en het smaakt naar meer. Soms herkenbare kleine situaties die spannend worden opgediend. Een favoriet heb ik eigenlijk niet, ik vond ze allemaal bijzonder. Verrassend dat één verhaal door een man wordt verteld.
Zeven onderhoudende korte verhalen die toch wat te veel aan de oppervlakte blijven van de (vrouwelijke) hoofdpersonen en de moeizame of gênante omstandigheden waarin zij verzeild raken - hierdoor heeft het boek iets anekdotisch.
Het boek leest makkelijk weg. In alle verhalen is de hoofdpersoon een vrouw. Alle vrouwen (behalve die in het laatste verhaal) hebben seksuele fantasieën of er overkomt ze een onverwacht seksueel avontuurtje. Ik vond het wel leuk om te lezen, maar meer ook niet.
Mooie bundel verhalen, die niet alleen variëren op dezelfde thema's (verhuizen, veranderen van rollen), maar ook vervolgen bieden. Zuivere toon, schitterende zinnen, superieur achteloze vermenging van tijden.
7 verhalen die eerst charmeren en dan verrassen. Vonne van der Meer schrijft op het eerste zicht wat men veeleer traditioneel realisme noemt. Ze vertrekt van een doordeweeks fait-divers, maar gaandeweg raakt het hoofdpersonage uit balans en gaat over een grens, blijken de beste verhalen scherper en eerlijker dan je had gedacht, met een emotionele pijnlijke weerhaak die blijft hangen. Een helaas te vaak onderschatte auteur.