Vlaanderen, 1918. In een geïmproviseerd revalidatieoord achter het front delen de Britse officier Rupert Atkins en soldaat Harvey Cole noodgedwongen een kamer. Harvey herstelt moeizaam van zware verwondingen aan zijn gezicht, met Rupert is ogenschijnlijk niets mis maar hij verzet zich tegen zijn verblijf en weigert over zijn frontervaringen te praten. In eerste instantie wordt hun contact getekend door afkeer, maar gaandeweg ontstaat een wederzijdse fascinatie. In de confronterende nabijheid van de ander moeten ze zich leren verzoenen met de schade die de oorlog geestelijk en lichamelijk heeft aangericht.
De waanzin van de Eerste Wereldoorlog. De stank van de loopgraven. De scherpe smaak van slechte, goedkope alcohol. De liefdeloze seks in het bordeel achter de frontlinie. De bloederige chaos van het slagveld die eindigt in een klinische, ordentelijke, oorverdovende stilte. Het komt allemaal tot leven in deze beklemmende roman over Rupert Atkins en Harvey Cole. De ene een snobistische luitenant, vermaard kunstenaar voor de oorlog, die zich verheven voelt boven het klootjesvolk. De andere een gewone soldaat, kanonnenvoer. Ze delen noodgedwongen een kamer in het geïmproviseerde veldhospitaal Sonnehaert, waar dr. Williams probeert lijf én ziel van de aan flarden geschoten soldaten te redden. Langzaam maar zeker groeien de mannen naar elkaar toe, ondertussen komen we te weten welke gruwel ze hebben meegemaakt. Kleihuid leest als een ode aan de grote oorlogsromans, en is er zelf ook een.
Ik vind het knap hoe de auteur een historie schetst waarvan ik nog te weinig wist en waardoor ik nu wel weer wat kennis wijzer ben. Het perspectief wisselt in het verhaal steeds tussen Atkins en Cole. Maar echt in hun hoofd kroop ik niet. De stijl van Herien Wensink is niet alleen ingetogen, maar ook wat afstandelijk.
Verrassend. Een debutante die schrijft over gewonde en getraumatiseerde soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog, alsof zijzelf de verpleegster Cécile is. Ze heeft zich ingelezen d.m.v. andere oorlogsromans (Remarque, Jünger, Graves, Barbusse) en mede daardoor heeft ze de omgeving, sfeer en leefomstandigheden goed kunnen beschrijven. Wensink beheerst vervolgens de techniek om de lezer met veel (rauwe) details het verhaal in te trekken. Wat ik fijn vond, was dat de personages échte mensen met voor- en nageschiedenis werden.
Het einde wringt deels. Aan de ene kant is het verhaal af en staat er geen woord te veel. Anderzijds had ik zo graag gelezen hoe het Rupert en Harvey verder verging... Wie weet, ooit, een deel twee of ander boek?
1918 Britse soldaat Harvey Cole en officier Rupert Atkins in een Vlaams revalidatiehuis. De ene veel lichamelijk letsel met name aan gezicht, de ander een geestelijk trauma. Eén kamer, twee persoonlijkheden met verschillende achtergronden en frontplaatsen.
Harvey en Rupert leren elkaar gaandeweg kennen, niet zozeer dat ze begrip voor elkaar hebben maar meer belangstelling en een vorm van respecteren. Ze lijken aan het eind van hun verblijf en naar het schijnt eind van WOI een vriendschap te hebben ontwikkelt en klaar te zijn voor enige terugkeer in het gewone leven. Zover dat nog kan bestaan na al het gebeurde en het leed dat ze zowel aan het front, in de loopgraven en in het revalidatiehuis hebben gezien en ervaren.
Het eerste deel was een soort doorlezendworstelen naar mijn idee in alle kennis en feitjes die de auteur de lezer mee wil geven. Toch lees je door, ben je ineens op 3/4 van het boek en volgt het laatste deel wat regelmatig terugbladerend meer concentratie vergde. De kundigheid en kennis van de auteur wil ik zeker niet in twijfel trekken, gezien haar verantwoording en dankwoord, toch lijkt het of al de informatie in deze ene roman moet staan. Een tweede verhaal had zij moeiteloos kunnen vullen met zoveel wetenschappelijke kennis.
De dialogen met bijv. dr. Williams hadden uitgebreider mogen zijn. En persoonlijk ben ik meer benieuwd naar hoe de gewone man en niet naar hoe de omhooggevallen verwende aristocraat zich in die tijd, in de verdorvenheid en smerigheid van toen, overeind wist te houden of zich erdoorheen wist te slepen. Meer Harvey, minder Rupert.
Zondermeer een bijzonder en goed debuut, waarvan ik het verhaal zeker zal herinneren als ik de omslag weer zie. Dit debuut nodigt uit tot een leesclubdiscussie waardoor je door lezers met meer achtergrondkennis deze roman waarschijnlijk anders leert zien. Ik ben zeer benieuwd naar het juryrapport i.v.m. de nominatie voor de hebbandebuutprijs. Voor nu 3,5*.
Tijdens haar studie cultuurwetenschappen volgde Herien Wensink het college cultuurbeschouwing en de moderne tijd en moest ze het boek Lenteriten van Modris Ekstein lezen. Dit boek was er de aanleiding van dat ze zich voor de Eerste Wereldoorlog ging interesseren en zich specialiseerde in literatuur uit die oorlog. Het idee om zelf een roman over deze oorlog te schrijven dateert van bijna twintig jaar geleden. Na diverse pogingen verscheen begin 2018 Kleihuid, haar debuut als romanschrijver. Daarnaast werkt ze ook nog als theaterredacteur bij de Volkskrant.
Het is 1918 en de Eerste Wereldoorlog is nog in volle gang. De Britse officier Rupert Atkins komt in een provisorische revalidatiekliniek in Vlaanderen terecht. Hij krijgt een kamer die hij met soldaat Harvey Cole moet delen. Harvey heeft zware verwondingen, maar Rupert lijkt niets te mankeren. Hoewel ze uit verschillende milieus afkomstig zijn, groeien ze steeds meer naar elkaar toe en beginnen ze elkaar te waarderen, te respecteren en elkaar na verloop van tijd ook te helpen. Daarbij moeten ze ook nog leren leven met de gevolgen die de oorlog voor hen persoonlijk heeft gehad.
Kleihuid wordt verteld vanuit het perspectief van twee personages: Rupert en Harvey. De eerste aanvankelijk vanuit zijn aristocratische inslag, de tweede vanuit zijn eenvoudigere afkomst. Dit klassenverschil wordt vanaf het begin duidelijk naar voren gebracht, maar omdat ze elkaar hun eigen verhaal vertellen, naderen ze elkaar steeds meer en lijkt er een soort onafscheidelijkheid te ontstaan. Door deze opzet komt ook de lezer steeds meer over beide personages te weten en worden hun karakters prima uitgewerkt. Uit de beschrijving van beide karakters en wat ze te vertellen hebben, is goed te merken dat deze oorlog nogal wat impact op hen heeft gehad. Daarom is het boek niet zozeer een uiteenzetting van de Eerste Wereldoorlog, maar meer wat de psychologische, en in mindere mate de fysieke, gevolgen hiervan zijn geweest. Hierdoor heeft Kleihuid niet het echte karakter van een historische roman, terwijl het zonder meer een geschiedkundige inslag heeft.
Ondanks het wat zwaarbeladen thema is het verhaal in een eigentijdse, toegankelijke en beeldende stijl geschreven. De dialogen zijn realistisch, vooral die aan het front. Verder maakt Wensink regelmatig gebruik van mooi geformuleerde zinnen en uitdrukkingen. Dat neemt echter niet weg dat het verhaal zich over het algemeen vrij traag voortsleept en zo goed als nergens nieuwsgierig maakt. Ook wordt de lezer te weinig verrast met plotwendingen. De eerste echte doet zich ongeveer halverwege voor, terwijl de auteur de ontknoping ook verrassend wil laten zijn. Maar helaas, al ruim voor het eind kan de lezer al vermoeden hoe het werkelijk in elkaar steekt. De paar plotwendingen die erin voorkomen, zijn te summier om het verhaal van begin tot eind te laten boeien. Het moet echter wel gezegd worden dat de tweede helft boeiender is dan de eerste, maar overtuigen doet het nog steeds niet.
Herien Wensink heeft zeker geen onaardige poging gedaan om van Kleihuid een intrigerende en boeiende roman te maken. Er zijn echter te veel kanttekeningen om de lezer aan het boek te laten kluisteren. Dit debuut had boeiender, spannender en vooral afwisselender mogen zijn.
Rauw is het woord dat wat mij betreft dit boek het beste omschrijft. Wensink omschrijft op beeldende wijze de waanzin van de oorlog en de nasleep ervan. Dit boek gaat onder je huid zitten.
Je leest over Rupert en Harvey en hun leven in het nu, als oorlogsveteraan. Dit is echter onlosmakelijk verbonden met hun verleden, zowel voor als tijdens de oorlog. Ondanks dat ze grote verschillen kenden in hun leven voor de oorlog, vinden ze elkaar in Sonnehaert.
Ik realiseer me dankzij dit boek dat ik nagenoeg niets weet van dit stukje geschiedenis. Ik heb mijn to read lijst dus al volgezet met de titels uit het nawoord, maar aanraders zijn welkom!
De schrijfster geeft het ruiterlijk toe dat ze zeer geïnspireerd is door de “grote” Eerste Wereldoorlog romans, Graves, Sassoon . Ze kiest duidelijk voor de Engelse invalshoek, begrijpelijk maar enigszins ook voorspelbaar. Zeer mooi boek.
Het boek speelt zich af tijdens de 1e Wereldoorlog en de verschrikkingen en trauma's zijn invoelbaar beschreven. Toch heeft de Weg der geesten- trilogie van Pat Barker meer indruk op mij gemaakt, die kan ik iedereen aanbevelen.
Poging tot literatuur, met quasi literaire personages en uitwerking. Te literair, te veel een poging tot onder het huid kruipend drama. Maar het werkt niet.