Wie had twintig jaar geleden gedacht dat tv-series zo belangrijk zouden worden? De acteurs zijn opeens sterren van Hollywoodniveau. Tv-studio's en streamingdiensten vechten om de beste regisseurs. Spoilers zijn een zaak van staatsbelang.
Veel series zijn van hoge kwaliteit. Het zijn artistieke werken met diepgang. De twijfel die Westworld zaait over de grenzen tussen realiteit en fictie, gaat helemaal terug op de avonturen van Don Quichot. Breaking Bad maakt Goethes Faust weer actueel. Game of Thrones borduurt voort op theorieën over macht die Leo Tolstoj ontwikkelde in Oorlog en vrede. Spoiler verbindt Amerikaanse series met klassieke literatuur. Zo nam In Treatment het stokje over van Italo Svevo's literaire mijlpaal Bekentenissen van Zeno, varieert The West Wing op Thomas More's Utopia en herkennen we in Chandler Bing (Friends) een moderne Hamlet. Daarnaast bekijken we hoe de Amerikaanse tv reageerde op 9/11 en wat Nabokov ons kan leren over spoilers (die in dit boek overigens tot een minimum beperkt blijven). Bij wijze van special features bevat Spoiler ten slotte een hoofdstuk over de oermoeder van alle goede series (Twin Peaks dus) en een over de precieze verhouding tussen literatuur en tv-fictie.
We herinneren ons een column van Joost Vandenbroucke waarin hij verslag bracht van een nacht binge-watching. Driftig schreef hij over het nuttigen van talloze blikjes energiedrank en de strijd met de slaap. Geen woord spendeerde hij aan de kijkervaring. Net zoals bepaalde lui graag opsnijden over het aantal loopkilometers die ze afhaspelen, staat het chique om heldhaftig uit te weiden over kijkmarathons. Niet de ervaring is voor sommige mensen van tel, wel de inspanning.
In 'Spoiler' kadert Cloostermans de overkoepelende verhalen van vijftien televisiereeksen in een bredere context. Hoe sprongen reeksen als 'The West Wing' of 'Battlestar Galactica' om met de terreur van 9/11? Wat is de verhouding tussen 'In Treatment' en romans als 'Portnoy's complaint' en 'Lolita'? Waarom transformeert Spartacus-de-reeks Stanley Kubricks 'Spartacus' tot 'een ruzie in het bejaardenhuis'?
Deze verzameling essays overstijgt iedere vorm van tendentieuze interpretatie (over Twin Peaks: 'Zodra de analyse te zwaarwichtig wordt zakt de beschouwer door het bladerdek en landt op een scheetkussen'), probeert narratieve snijpunten te traceren tussen roman en televisiereeks en is prikkelend qua invalshoeken en keuzes.
Cloostermans is niet bang om dwarsverbanden te leggen tussen realiteit en fictie. Over een reeks als 'Dexter' - die balanceert tussen cynisme en de ultieme zelfverwezenlijking - noteert hij:
'Waarom is deze samenleving, in naam zo geobsedeerd met zelfontplooiing, niettemin zo agressief in het uitwissen van andermans individuele identiteit?'
In 'De gamba zonder handen' breekt hij een lans voor de kracht van de televisiereeks als verhalenverteller. De roman als ontmoeting met de persoonlijke denkwereld van één kunstenaar, de tv-serie als vitaal resultaat van honderden uren discussies tussen de scenaristen.
'Spoiler' nodigt de lezer uit tot een actieve interne dialoog met de eigen kijkervaring. Soms ben je geneigd met Cloostermans in discussie te treden. Wanneer hij bijvoorbeeld bij aanvang boudweg beweert dat er van de jaren tachtig en negentig niets noemenswaardig overblijft qua televisiereeksen, vinden we dat een te makkelijke veralgemening. Wat te doen met pakweg het televisiewerk van Dennis Potter ('The singin' detective', 'Pennies from heaven') of Alan Bleasdale ('G.B.H.', 'The monocled mutineer')? Of het oorspronkelijke 'House of Cards' uit 1990? Bij het huisafval plaatsen? Neen toch?
Desalniettemin zet Cloostermans een nieuwe standaard in ons taalgebied. Hij benadert de televisiereeks als een volwassen cultuurvorm en gaat daarmee ruim voorbij aan de makke, lakse manier waarop series vaak benaderd worden in onze geschreven media. Reeksen als 'Mad men', 'Breaking bad' of 'Westworld' verdienen immers meer dan luie recensenten die de aangeboorde complexiteit steevast wensen samen te vatten in een kreet.
Ik heb dit boek gretig gelezen. De auteur beschouwt 15 Amerikaanse televisieseries in evenveel hoofdstukken. Zo heeft hij het over hun uitgangsideeën, thematiek en filosofische implicaties. Evengoed leer je bij over het televisiebedrijf.
Cloostermans bouwt zijn redeneringen op met de inbreng van anderen, vlot leesbaar en met vlees aan. De literaire werken waarmee hij verbanden legt, krijgen op zich veel aandacht: er worden (prachtige) citaten gegeven en besproken.
Op de achterflap staat dat het boek je een reden geeft om nog meer tv te kijken. Dat kan dan wel zo zijn, ikzelf wil vooral meer gaan lezen dankzij de passage van gekende auteurs en nieuwe namen die ik in het boek heb ontdekt.