Voor Toen was geweld heel gewoon ging Friso Schotanus op zoek naar de roots van het hooliganisme. Ondanks, of misschien wel dankzij de dreiging van dat geweld, heeft het voetbalstadion altijd een magische aantrekkingskracht gehad op veel jongens. Zo waren er wekelijks massale vechtpartijen op de tribunes, spijkerbommen die tussen het publiek ontploften, vluchtende politie; in de jaren zeventig, tachtig en negentig was voetbalgeweld heel gewoon. Schotanus vroeg zich af: Waar komt het geweld vandaan, waarom trekt het zoveel mannen aan en hoe kon het zo escaleren dat er doden vielen? Schotanus reconstrueert gebeurtenissen aan de hand van persoonlijke verhalen, zoals de invasie van Tottenham-hooligans in Rotterdam in 1974, het Heizeldrama in 1985, het politiek beladen voetbalgeweld in het Oostblok (1990) en de slag bij Beverwijk, waarbij Carlo Picornie om het leven kwam (1997).
Heel hard, net genoeg diepte, verrassend genoeg ook spannend, alleen jammer voor het ontbreken van Spanje en Italië in de bespreking, maar daar heb ik misschien een ander boek voor nodig.
Wat een schrijver is Friso Schotanus! Heel mooi hoe hij niets verzacht, hoe gruwelijk ook. Het is vlot, persoonlijk en met voldoende emotie zonder dramatisch te zijn. Ik had even geen zin in een roman en dit was een welkome afwisseling.
Nostalgisch en licht dweperig overzicht van het geweld rond de stadions, dat in de jaren '70 en '80 op zijn hoogtepunt was. De schrijver heeft zich goed ingelezen en heeft via delpher.nl vooroorlogs supportersgeweld uit de vergetelheid gehaald. Maar ook Engeland (ruimschoots), Servo-Kroatisch (vroege jaren '90) en wat verdwaalde plukjes Turks, Russisch en Duits hooliganisme passeren de revue. Twintig jaar geleden een absoluut vijfsterrenboek voor mij. Nu merk ik dat ik t oud word voor de giftige romantiek van vrijgevochten vechtersbazen.