Voor Toen was geweld heel gewoon ging Friso Schotanus op zoek naar de roots van het hooliganisme. Ondanks, of misschien wel dankzij de dreiging van dat geweld, heeft het voetbalstadion altijd een magische aantrekkingskracht gehad op veel jongens. Zo waren er wekelijks massale vechtpartijen op de tribunes, spijkerbommen die tussen het publiek ontploften, vluchtende politie; in de jaren zeventig, tachtig en negentig was voetbalgeweld heel gewoon. Schotanus vroeg zich af: Waar komt het geweld vandaan, waarom trekt het zoveel mannen aan en hoe kon het zo escaleren dat er doden vielen? Schotanus reconstrueert gebeurtenissen aan de hand van persoonlijke verhalen, zoals de invasie van Tottenham-hooligans in Rotterdam in 1974, het Heizeldrama in 1985, het politiek beladen voetbalgeweld in het Oostblok (1990) en de slag bij Beverwijk, waarbij Carlo Picornie om het leven kwam (1997).
Dit is ook wel goed hoor. Was er aan begonnen omdat ik me zat te verdiepen in de zaak Carlo Picornie, een Amsterdamse voetbalhooligan van in de dertig die bij de 'Slag bij Beverwijk' gedood werd door een stel Feyenoord hooligans. Man was met hamers en fietskettingen kapotgeslagen tot iemand hem uiteindelijk doodstak. Grimmig gebeuren, vooral ook het idee dat mensen hier voor de lol aan mee deden puur uit interesse, hobbyisme en een gevoel van stadschauvinisme.
Schotanus beschrijft het hooliganisme vanaf de opkomst van het voetbal tot ongeveer 2016, het jaar voor verschijnen, waarbij het zwaartepunt ligt op de golf tussen de jaren zeventig en de jaren negentig, waarin de hooligans hun hoogtijdagen vierden. Hij focust vooral op Nederlands activisme, maar maakt ook een wat langer uitstapje naar Engeland (dat hij als de bakermat van het hooliganisme neerzet, waarschijnlijk deels door zijn vrijwel expliciet Engelstalige bronnen) en een kortere beschrijving van Kroatië/Joegoslavië, waar het voelt alsof hij gehoopt had dat er meer uit te halen was dan hij kreeg en hij het er toch maar in heeft gelaten omdat hij nou eenmaal de hele reis had gemaakt.
Het hooliganisme verklaart zich hier aan de ene kant vanuit het idee dat het vaak vrij saai was om rond te hangen in een voetbalstadion voor en na de wedstrijd, en aan de andere kant dat de pakkans/bestraffing dusdanig laag was dat er amper een afschrikkende werking vanuit ging. Op een gegeven moment merkt een van de geïnterviewden op dat het tijden waren waarin je 'drie keer op een dag gearresteerd kon worden en uiteindelijk toch nog 's avonds thuis Studio Sport kon kijken'.
De 'oplossing' van het hooliganisme lag dan ook deels bij veranderingen in de stadions en het voetbal zelf: stadions werden verbouwd of vervangen en de nieuwe gebouwen brachten sterke scheidingen aan tussen vakken en het veld. Ik vind dat zelf altijd vrij sfeerloos eruit zien bij ons in de Goffert maar dan weet je ook weer waar dat vandaan komt. Tegelijkertijd is er die commercialisering van de sport, waarbij de grote belangen het overnemen van het puur sportieve en de supporters veel van hun invloed moeten inleveren. Dit zie je ook vrij expliciet wanneer stadions vernoemd worden naar hoofdsponsors. Het leidt er ook toe dat de stadions een nieuw publiek trekken en de sport populairder wordt bij de middenklasse.
Door videotechniek en verhoogde straffen kleven er dan (we spreken eind jaren negentig) ook opeens een stuk meer gevolgen aan vandalisme en publiek geweld. Waar je er in de jaren zeventig en tachtig nog van afkomt met een boete of hoogstens een taakstraf, moet je nu opeens de cel in.
Ik vind de (door Schotanus niet getrokken) gelijkenis met links-/krakersgeweld ook interessant. Ik heb me lang afgevraagd hoe het kwam dat mensen op links in de jaren tachtig (en ook nog wel later) zo veel geweldsbereider waren dan nu, en het lijkt er misschien wel op dat dat voor een groot deel gewoon ligt aan het feit dat de hele samenleving geweldsbereider was. Zoals de titel hier zegt, Toen was geweld heel gewoon. Ook een opvallende gelijkenis: het geweld daalder op beide fronten voor een deel door een dood in eigen gelederen. Binnen de (Amsterdamse) kraakbeweging luidde de dood in politiehechtenis van Hans Kok in 1985 voor een groot deel het einde van de radicale beweging in, en bij de Amsterdamse en Rotterdamse hooligans was dat tien jaar later de dood van Picornie. Geweld is leuk, maar het moet je niet je leven kosten.
Schotanus zit ook een beetje op een snijpunt waar hij aan de ene kant deze 'gevaarlijke' kant van het voetbal mist, en de hedendaagse intolerantie voor geweld in woord en daad hekelt. Hij baseert zich hier onder andere op denkers als Žižek, die ik hier niet per se tussen had verwacht, en die ingaat op de controlesamenleving en een bepaalde inleveren van vrijheid ten koste van veiligheid (zie ook 'terrorismebestrijding' en haar uitwassen). Ook werkt deze verzachting bij hem een bepaalde verindividualisering in de hand, en we weten allemaal dat we daar al meer dan genoeg van hebben. Maar Schotanus ziet ook de pluspunten van een respectvollere voetbalscène, waar de café-uitbater van een supporterscafé tijdens een wedstrijd in stilte kan worden herdacht zonder dat er een fluitconcert overheen gaat.
Zit daar zelf ook wel mee, aan de ene kant is er die 'romantiek van het geweld', en is de vertrutting, veryupping en gentrificatie van alles niet per se positief; aan de andere kant zijn schone opgeruimde steden ook goed en ben ik als brave middenklassejongen ook wel gesteld op veiligheid en geweldloosheid. En ik vind het ook wel fijn dat onze treinen niet gemold worden. Dus hè. Dat blijft de afweging.
Puur op structuur en stijl: leest goed weg, zit goed in elkaar, maar wel allemaal journalistiek, dus niet bijster diepgravend, en er had nog wel wat extra redactiewerk overheen kunnen gaan. Verder verstaat Schotanus zijn vak. Zijjn eigen anecdotes waren soms wat saai en overbodig (grote delen gaan op aan interviews met hooligans die er een stuk dichter op zaten dan Schotanus zelf) maar goed, het is hem vergeven. Hij lijkt zelf ook nog wel een beetje in de afweging te blijven hangen en maakt weinig hele stellige uitspraken. Ach ja.
Heel hard, net genoeg diepte, verrassend genoeg ook spannend, alleen jammer voor het ontbreken van Spanje en Italië in de bespreking, maar daar heb ik misschien een ander boek voor nodig.
Wat een schrijver is Friso Schotanus! Heel mooi hoe hij niets verzacht, hoe gruwelijk ook. Het is vlot, persoonlijk en met voldoende emotie zonder dramatisch te zijn. Ik had even geen zin in een roman en dit was een welkome afwisseling.
Nostalgisch en licht dweperig overzicht van het geweld rond de stadions, dat in de jaren '70 en '80 op zijn hoogtepunt was. De schrijver heeft zich goed ingelezen en heeft via delpher.nl vooroorlogs supportersgeweld uit de vergetelheid gehaald. Maar ook Engeland (ruimschoots), Servo-Kroatisch (vroege jaren '90) en wat verdwaalde plukjes Turks, Russisch en Duits hooliganisme passeren de revue. Twintig jaar geleden een absoluut vijfsterrenboek voor mij. Nu merk ik dat ik t oud word voor de giftige romantiek van vrijgevochten vechtersbazen.