Ingevlochten, doordachte poëzie die zo nu en dan sterk tot de verbeelding spreekt. Vooral enthousiast over de laatste afdeling ‘Leeftocht’: ‘Zo’n dag / waarop je een eenling ontmoet, als hij praat / wordt zijn mond een dansend orakel, zijn handen / baltsende vogels boven de branding. Zo’n dag / waarop je kijkt naar de man met de hond / aan de riem, de uniformkinderen, de duiven die vrij / het leven tussen de tegels wegpikken en de lege / hand van de bedelaar.’