Herman Brusselmans is een Vlaamse schrijver, dichter en columnist. Hij debuteerde in de jaren tachtig en groeide uit tot een van de meest productieve en herkenbare stemmen in de Nederlandstalige literatuur. Brusselmans schrijft romans, verhalen, poëzie en columns, waarin autobiografische elementen, satire en maatschappijkritiek regelmatig samenkomen. Hij schuwt controverse niet en was meermaals onderwerp van publieke discussies en rechtszaken, wat zijn imago als polemisch auteur versterkte. Tegelijkertijd wordt hij geprezen om zijn taalgevoel, timing en vermogen om banaliteit en existentiële vervreemding te combineren. Hij geldt als een eigenzinnige, invloedrijke figuur binnen de Vlaamse literatuur, die bewust buiten het literaire establishment opereert.
4,5 ster. "De taal is een uitstekend middel om de tijd te doden."
Kijken naar borsten en al dan niet geschoren benen ook. Laat vooral alles waar je voor betaald wordt en doe alles wat er niét van je gevraagd wordt, om je niet te pletter te vervelen. Mits binnen de kaders van het normale. Of nee, liever nog buiten de kaders, zodat ik hardop kan glimlachen.
Helaas is het onmogelijk om een boek 0 sterren te geven. Dit boek is zo slap en goor als een natte doek en ik hoop vurig dat Herman Brusselmans geen dochters heeft die met de kennis moeten leven dat hun vader dit vrouwonvriendelijke stuk stront heeft geschreven. Hoe haalt iemand het werkelijk in hun hoofd om dit te schrijven? Er is geen enkele sprake van een interessante verhaallijn, creatief taalgebruik, vernieuwende ideeën of als er dan toch niets gebeurt, tenminste een diepgang in de persoonlijke geschiedenis van het hoofdpersonage. Maar nee, Brusselmans dacht dat alle kwaliteiten van een tamelijk acceptabel literair werk compleet overbodig waren toen hij dit maakte. In plaats van wat te schrijven dat misschien waardig zou zijn voor een graantje respect, heeft Brusselmans de pagina’s vertroebeld met zulke uitspraken over vrouwen waarvan een hedendaags FvD-lid zou zeggen “ Ho eens effe, dat gaat wel erg ver”. De hel zal u van harte verwelkomen meneer Brusselmans, u zult boeten voor uw daden.
Een bizar werk vol met absurdistische humor van een wat zonderlinge figuur. Een leuk psychologisch onderzoeksobject tijdens het lezen en een fantastisch inkijkje in een brein wat zeer ver van de mijne vandaan voelt. Ik moest meerdere keren hardop lachen. Het is geen meesterwerk wat me jaren gaat bijblijven vrees ik, maar ik heb ervan genoten.
De hoofdpersoon heet Louis Tinner. Hij is bibliothecaris. Hij verveelt zich enorm. Maar het contradictieve is dat hij allerlei methoden hanteert om mensen die zich aandienen, vooral geen contact met hem/ de bibliotheek te laten maken. Ten aanzien van vrouwen heeft hij allerlei verlangens, maar die blijven almaar in zijn hoofd hangen. Er komt werkelijk niets uit zijn handen. Daarbij toont hij enerzijds grote verbeelding, maar die gaat ‘ten onder’ in somberheid in de ervaren werkelijkheid van het personage. Daarom zit er behalve het spotten met anderen ook een flinke dosis zelfspot in deze korte roman. De ontwikkeling die Tinner doormaakt, brengt hem steeds verder op afstand van zijn sociale omgeving, die toch al beperkt van omvang was. Dat alles is geschreven in een tamelijk eenvoudige taal met soms een aardige zinswending. De auteur legt Tinner vooral cynisme in de mond en zo uit Tinner zich jegens om het even wie. Dat kan natuurlijk niet goed gaan. Net zo min met de gebezigde humor, wat mij betreft. Uiteraard is dat ooral een kwestie van smaak. Voor mij heeft dit boek een heel laf smaakje, vergelijkbaar met aspartaam. JM
Herman Brusselmans, enfant terrible en eeuwig jonge god van de Vlaamse literatuur, publiceerde in 1985 zijn derde boek, De man die werk vond, waarmee hij doorbrak en dat een bestseller werd. Ondertussen is dit boek minstens aan zijn 16de druk toe, lees ik in mijn exemplaar uit 2017. Brusselmans blijft dus één van de best verkopende auteurs, en is De man… nog steeds een goed verkocht én in de bibliotheken uitgeleend boek.
Terwijl zijn goede vriend en collega Tom Lanoye meer van mediafiguur naar literator evalueerde tijdens de jaren, is Brusselmans de laatste jaren net méér in de mediabelangstelling gekomen, en van achter zijn schrijfbureau weggehaald. Onlangs debiteerde hij nog in een VRT-verkiezingsprogramma super grappige stukjes op televisie over het grote aantal boeken dat verschillende Belgische politici hebben geschreven, en die hij bijna allemaal 4/10 gaf .
In De man die werk vond gaat het over Louis Tinner die als bibliothecaris ‘werkt’ in een bibliotheek van een ministerie ergens in Brussel. Enfin, dat werken mag dus tussen haakjes. Hij zet zich eerder af tegen de regeltjes en de organisatie van zijn werkgever door vooral niets te doen en de verveling te verdrijven. Een werkgever die je ook niet al te serieus kan nemen, want die blijft vooral afwezig en geeft hem zo goed als de vrije hand. Als die laatste toch vraagt om eens een notaatje te schrijven, doet Tinner dat uiteraard ook niet. Als de telefoon rinkelt, neemt hij niet op en hij liegt tegen de klanten die hij zou moeten bedienen. Zo vindt Tinner ondanks die zo goed als afwezige controle nog mogelijkheden om anarchistisch te zijn en zich af te zetten tegen het werkstramien en het feit dat hij ‘moet’ werken om in een systeem te passen.
Lezers die van boeken houden, zullen zich een hoedje schrikken wat deze ‘bibliothecaris’ allemaal uithaalt met de boeken die hij in zijn verzameling heeft, en zich wie weet wel in hun gevoelens gekrenkt voelen. Natuurlijk is dit een manier waarop Brusselmans zich afzet tegen alles wat hij heeft geleerd tijdens zijn studies Germaanse filologie (nu Taal- en Letterkunde) in Gent en er misschien wel een indigestie aan een ellenlange leeslijst heeft opgelopen. Ook de namen van auteurs die hij in dit boek bespot, zullen in vele gevallen namen zijn die hij als auteur toch wel de moeite vindt. Gerard Reve was zijn grote voorbeeld, en ook het slepende en de verveling van dit boek doet zeker aan de klassieker van Reve, De avonden, denken. Dit verhaal heeft heel wat autobiografische kenmerken waaraan je Brusselmans kan herkennen: hij werkte namelijk zelf in de ‘ontspanningsbibliotheek’ van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening in Brussel! Hij leed zelf aan hypochondrie, had allerlei kwaaltjes, schrikt weg van mensenmassa’s en heeft last van agorafobie (pleinvrees).
Dus ook Louis Tinner is een ziekelijk personage. Hij denkt nog grovere dingen dan hij zegt tegen het kleine aantal mensen dat hij tegen komt. Hij doodt de tijd en de verveling door eigenaardige acties op te zetten, terwijl hij een eigen invulling aan zijn ‘echte’ werk zou kunnen geven. Hij 'pointeert' niét, droomt weg over het koffiemeisje, een van de weinigen die hij dagelijks op zijn bureau ziet en drinkt te veel blikjes bier op het werk.
Hou je wel van een dikke laag ironie en sarcasme, kan ik je dit boek zeker aanbevelen. Het verhaal blijft natuurlijk heel absurd. De titel is al sarcastisch gekozen, omdat alles opbouwt naar hoe de hoofdpersoon in dit boek zijn werk verliest op het einde, en hoe Tinner zich afzet tegen de nutteloosheid van zijn werk. Zo voelden heel wat twintigers die in die jaren werkloos waren en ook door de RVA aan de gang werden gezet, zich zeker ook en daardoor kan je zeker het succes verklaren van dit boek.
Brusselmans schrijft zonder metaforen, en heel zintuiglijk. De toiletbezoeken van Tinner worden bijvoorbeeld heel plastisch beschreven. Hij hoest veel, en hoest ook fluimen en bloed op waardoor je echt wel gelooft in zijn ziekte, die wat aan longkanker of zelfs aan TBC doet denken. Al bij al is dit een geloofwaardig verhaal waar je heel wat kan uithalen.
Eén van de eerste boeken van Herman Brusselmans, verschenen toen ikzelf slechts één jaar oud was. Dit doet natuurlijk stilstaan: ben ik oud? Of is Brusselmans jong? Of oud? Enfin, het maakt niet uit, we gaan toch allemaal dood. (Dit nihilisme is wellicht ingegeven doordat ik vlak nadat ik dit boek las, ben begonnen in Zeik en het lijk op de dijk.)
Zijn oeuvre, waarvan ik slechts een bescheiden percentage heb gelezen (wie leest er dan ook 70 boeken van dezelfde schrijver, tenzij die Jef Nys heet?), bestaat wat mij betreft uit twee categorieën: enerzijds boeken als deze: grappig en neurotisch geneuzel dat prettig weg leest, maar tegelijk een angstige en beangstigende ondertoon heeft en anderzijds zijn (semi-)autobiografische werk, dat ik persoonlijk nooit heb kunnen smaken en derhalve mijd als de pest.
In 'De man die werk vond' schemeren duidelijk de werkervaringen van Brusselmans zelf door. Hij werkte namelijk voor de RVA voordat hij zich fulltime aan het schrijven waagde. Dat een bibliothecaris als Louis Tinner effectief (een tijdlang) kan werken voor de overheid is absoluut niet vergezocht. Dat hij ontslagen wordt na zijn absurd gedrag evenmin.
We kunnen dus terecht stellen dat Brusselmans en Tinner voor een groot stuk overlappen, en dat beide mentaal niet helemaal in orde zijn. Ik zou nog andere bespiegelingen willen toevoegen, maar aangezien Brusselmans (in tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden) in Gent woont, en ikzelf daar ook woonachtig ben, ga ik het daarbij houden.
Mijn derde Brusselmans geeft de bevestiging: in zijn hoofd wil je niet langer dan een dag vertoeven. Heerlijk absurd over niets en toch alles tegelijk.
Soms beoordeel ik een boek wel adhv de kaft. En de titel. Dat is soms echt genoeg om een boek te willen lezen! Haha. Kutboek. Herman Brusselmans is een ziek mens. Grtjz
Fantastisch. Louis Tinner is bibliothecaris op het ministerie en verveelt zich daar steendood, een zeldzame klant of het bezoek van het koffiemeisje niet meegerekend. Toch verveelt dit boek geen seconde, vooral door de hilarische dialogen en de overpeinzingen van het hoofdpersonage, die alle twee vaak erg absurd zijn, maar daarom zeker niet minder grappig. 5 sterren voor dit geniale werk. Ik ben fan.
Een lamente poging om de lezers op een even nutteloze manier zijn leven te laten verdoen als de halfslachtige poging van de eufemistisch te noemen schrijver hier een volwaardig karakter neer te zetten. De pagina's van dit boek zou nog beter gebruikt kunnen worden om mijn reet aan af te vegen na de defecatie. Maar er staat al zover stront op de pagina's gedrukt dat ik vermoed dat het papier al zijn verzadigingspunt op dat gebied bereikt heeft. Kortom, ook daar zal het in falen.
Mijn allereerste Brusselmans en ik moet toegeven: dit is heerlijk! Maar ik heb vernomen dat zijn recente werk niet van dit niveau is. Dus bij deze waarschijnlijk de eerste en laatste Brusselmans voor mij.
English: I enjoyed this book more than i thought i would. It's a story about a man that works in a small library within a company. It's just this little room where workers can rent books to relax. It centers around him being bored by his job and his surroundings and he falls deeper and deeper into his crude and dry humoured mind. The main character called Louis Tinner is an interesting character with a huge pile of flaws. Daily drinking and smoking on the job, spitting in the books, talking and screaming to himself, yelling at visitors, constant lying and the list goes on. He's mental, and i loved it. Normally i don't really enjoy books in my own language, but i'm getting slightly more into it. A definite good and enjoyable read with a fitting end.
Dutch: Ik heb meer van dit boek genoten dan ik had gedacht. Het is een verhaal over een man die werkt in een kleine bibliotheek binnen een bedrijf. Het is gewoon een klein kamertje waar werknemers boeken kunnen huren om te ontspannen. Het boek draait om het feit dat hij zijn werk en zijn omgeving grotendeels kotsbeu is en hij valt steeds dieper en dieper in zijn ruwe en drooggehumeurde geest. Het hoofdpersonage genaamd Louis Tinner is een interessant personage met een enorme stapel gebreken. Dagelijks drinken en roken op het werk, in de boeken spugen en ermee smijten, tegen zichzelf praten en schreeuwen, tegen bezoekers schreeuwen, constant liegen en de lijst gaat maar door. Hij is best gestoord, en ik vond het geweldig. Normaal gesproken houd ik niet zo van boeken in mijn eigen taal, maar ik begin er steeds meer in te komen. Zeker een goed boek met een passend einde waar ik veel genot uit gehaald heb.
We volgen een bibliothecaris die voor een grote instelling werkt en zich de hele dag stierlijk verveelt. Hij komt zijn dag door met roken (dat kon nog op de werkplek in de jaren '80) en stiekem bier drinken. Komt er toch iemand langs om een boek te lenen dan doet hij er alles aan om ervoor te zorgen dat ze of de bieb niet binnenkomen, of zo snel mogelijk weer vertrekken. Bij voorkeur niet met het boek waar ze voor kwamen. Telefoontjes worden niet beantwoord en verzoeken van de directie, om maar wat te noemen, worden niet ingewilligd. Het is knap om een boek te schrijven over verveling wat niet saai is en dat lukt Brusselmans bijzonder goed. Hij schrijft met een flinke portie droge humor.
Het is minder dat hij alleen over schrijvers weet te schrijven en ik verdenk Brusselmans ervan vooral over zichzelf te schrijven. Vrouwen degradeert hij tot sletten - ergens vindt hij zelfs dat een dame erom vraagt verkracht te worden. Daar vraagt niemand om, beste Brusselmans, en hoewel je niet politiek correct hoeft te zijn vind ik het naar als een auteur dergelijke gedachten normaliseert. Dan ben je gewoon een lul. In mijn optiek.
Dit is de betere Brusselmans. Misschien de beste, maar dat kan je natuurlijk pas zeggen als je ‘s mans gigantische oeuvre doorploegd hebt. Het hoofdpersonage van deze roman is Louis Tinner en hij vond werk in de amusementsbibliotheek van de RVA. Een functie die Brusselmans zelf ook bekleedde voor hij zich voltijds aan het schrijven overgaf. Tinner is cynisch, levensmoe, heeft angstaanvallen, verzaakt aan zijn job en ziet zijn medemens allerminst als gezel die hem enige vrolijkheid kan verschaffen. Samen met een portie zinloos geweld en droge humor maakt dit van De man die werk vond een klassieker binnen het literair nihilisme.
Louis Tinner: ‘Een mens is niet gemaakt om te werken, een mens is gemaakt om te sterven.’
Ik ga echt sowieso nog meer Brusselmans lezen, wat een kerel! Na dit boek te hebben verslonden, ben ik daar echt wel zeker van. Echt super intrigerend personage die Louis Tinner, jezus. Je weet niet of je hem de grootste sukkel of de grootste held aller tijden moet noemen. Eender welk van de twee opties je kiest, je hebt doorgaans altijd sympathie voor die gast.
Een bibliothecaris probeert de verveling te verdrijven door te drinken onder werktijd, uitgebreid zijn toiletbezoeken te beschrijven, en alle vrouwen die langskomen te beoordelen op de grote van hun borsten en de gladheid van hun oksels – eigenlijk alles behalve het werk waar hij voor betaald wordt. Tegen beter weten in kan ik me best vermaken met Brusselmans.
Ik heb getwijfeld tussen twee of drie sterren. Er zaten leuke scenes in, waarbij ik dacht: hé dit wordt nog iets. Eigenlijk is het voor mij zo samen te vatten: de hoofdpersoon (een vieze, rochelende en kettingrokende man) zit op zijn werk, de schrijver voert steeds vrouwelijke personages op en dan kan de hoofdpersoon bedenken: oh die zou ik doen, oh die zou ik niet doen, met beschrijvingen die niet heel flatteus zijn. Af en toe loopt er ook een mannelijk sujet binnen, die wordt zo snel mogelijk weer weggestuurd. Dit wordt ook niet gecompenseerd door een briljant plot verder. Ik moest ergens denken aan Elsschot, maar dan zonder echte humor en spitsvondigheid.