“u
die hier aan mij begint,
die ons van links naar rechts beluistert
met uw blik van mij,
mijn blik van u,
en ik die hier uw aandacht hoor
verschijnen op dit blad,
die uw afwezigheid gebruik
om ons te zien,
wij zijn, voorgoed begonnen
aan elkaar, van aangezicht
tot aangezicht ons eigen
kwijtgeraakt.”