‘Nog niet zo lang geleden was ik een klein meisje dat door een wereld vol kleuren liep. Alles was een raadsel. Nu woon ik op een planeet van pijn, transparant als ijs, waar niets verbloemd wordt.’
Wie het verhaal van Frida Kahlo kent, weet wat een imponerende vrouw ze was. Een biseksuele feministe die zich niet aan de regels hield, ze stond op voor waar ze (politiek) in geloofde en zette haar unibrow nog eens extra aan met eyeliner, want **** beauty-standards. Frida Kahlo groeide op tijdens de Mexicaanse revolutie en haar leven was vanaf haar kindertijd getekend door verlamming na een verschrikkelijk ongeluk. In haar zelfportretten exploreerde ze haar identiteit en haar ervaringen. Een surreële werkelijkheid, waar echt en niet-echt in elkaar overlopen. Toch schilderde ze nooit dromen, in haar eigen woorden, schilderde ze altijd haar eigen werkelijkheid.
Er zijn genoeg boeken over Frida’s leven geschreven en gemaakt, maar ik heb dit pareltje (en weet dat ik dit woord maar heel zeldzaam gebruik!) al jaren op het oog. Tijdens mijn werk op de boekafdeling van de Bijenkorf in 2018/2019 zag ik dit boek voor het eerst. De kleuren, de illustraties, de details, de uitsneden in de bladzijde waardoor dit boek al een bijzondere puzzel in elkaar valt… Het klopte, dit boek is voor mij Frida Kahlo.
“Ik heb mijn barsten tot mijn kracht gemaakt. Want ‘waarom zou ik voeten willen, als ik vleugels heb om te vliegen.’”
Met tekst van Sébastian Perez (vertaald door Lies Lavrijsen) en met illustraties van Benjamin Lacombe verteld dit een boek het levensverhaal van deze bijzondere kunstenares, persoon, voorbeeld. Het boek krijgt een speciaal plekje in mijn collectie.