Een paar jaar geleden kocht ik dit boek tijdens het koopjesweekend van De Groene Waterman in Antwerpen - naar aanleiding van de cursus ‘Cultuurgeschiedenis van de Lage Landen’ aan UA die ik dit semester volgde, heb ik het boek nu gelezen. Heel interessant - speelt zich af in de Gouden Eeuw na de Val van Antwerpen en de Beeldenstorm waarvan de gevolgen ook duidelijk in het boek verteld worden, door … Vondel himself!
In het begin van het boek is Vondel 88, op het einde (we maken hem mee op zijn sterfbed) is hij 91. Zeker voor die tijd een hele leeftijd! De auteur van de fictieve autobiografie is Hans Croiset , momenteel ook 88 (leuke toevalligheid). Hij is acteur en regisseur (allebei op rust als ik het goed begrepen heb) en heeft zelfs in 1993 de Joost van de Vondelprijs gewonnen!
In het boek kom je heel wat historische verwijzingen over de Gouden Eeuw tegen, en ontmoet je ook een heleboel historische personages met wie Vondel contact had: Constantijn Huygens, Christiaan Huygens, de biograaf (van Vondel) Geeraardt Brandt, … Vondel heeft het ook over zijn geloof, zijn eigen werk (vooral ‘Lucifer’) en bv. ook ‘Paradise lost’ van John Milton. Hij beschijft ook die enkele keren dat hij nog buiten komt (voor de verjaardag van Constantijn Huygens in de Oude Kerk, of om bij zijn nicht te gaan eten), allemaal realistisch, zeker ook door de spelling en bv. dat hij A’dam consequent ‘Aemstelredam’ noemt.
Hij vertelt over zijn familie (zijn vrouw en kinderen zijn allemaal al overleden) en je voelt ook tijdens het boek dat Vondel ieder hoofdstuk een stukje ouder wordt. Het einde wordt dan ook beschreven door zijn nicht Agnes, die het letterlijk overneemt van hem. Een gevoelig boek, mede door de heel persoonlijke reflecties (soms wat verward) en ook mijn indruk dat je dit werk heel goed als monoloog van Vondel op het toneel zou kunnen brengen, met een paar intermezzo’s waarin Vondel een paar gesprekken met Agnes of andere personages voert! Een boek met mogelijkheden buiten het geschreven woord!