“Wie geen grenzen markeert, hetzij aan empathie en naastenliefde, hetzij aan solidariteit en rechtvaardigheid, creëert een eigen grenzeloosheid. Dan willen goede bedoelingen wel eens op hun tegendeel uitlopen.” p.153
“Maar als we maatschappelijke problemen reduceren tot een kwestie van empathie, of het gebrek daaraan, dan gaat het uitsluitend om het ontwikkelen van een goed gevoel als je anderen helpt.” p.59
“(…) tegelijkertijd is het te gemakkelijk om deze mensen te veroordelen. Elke altruïstische daad veronderstelt immers een vorm van zelfverloochening en ook daaraan zijn grenzen. Als we niet langer onze eigen vermeende morele zuiverheid als illusoir uitgangspunt nemen, slagen we er misschien beter in te beseffen dat ook onze medemensen niet aan de hoogste morele eisen kunnen voldoen.” p.138-139
“Voortdurend en tegenover iedereen empathisch zijn is niet alleen te hoog gegrepen, het is onwerkbaar en empathie heeft ook een keerzijde. Daarom is het niet wenselijk om empathie tot uitgangspunt van het maatschappelijk handelen te maken. Als we te dicht op elkaar betrokken moeten zijn om de samenleving in stand te houden, wordt empathie een overbelaste empathie die op het tegendeel dreigt uit te lopen.” p.142
“Werkbare onverschilligheid betekent niet dat we hardvochtig voor elkaar mogen zijn. Werkbare onverschilligheid is een noodgedwongen ontlasting van het morele systeem, opdat we niet aanhoudend empathisch hoeven te zijn met betrekking tot het leed dat zich in de wereld voordoet of heeft voorgedaan. Empathie werkt, omdat het selectief is.” p.150