In een tijd waarin maatschappelijke tegenstellingen en sociale ongelijkheid op de voorgrond treden, klinkt een sterke roep om meer empathie. Van Barack Obama en Angela Merkel tot Jesse Klaver - velen beschouwen het menselijk vermogen zich in te leven in anderen als stuwende kracht voor moreel handelen en een probaat middel tegen onverschilligheid. Maar is empathie altijd goed? Op het niveau van de persoonlijke verhoudingen is zij wenselijk, maar empathie is geen wondermiddel waarmee we alle maatschappelijke problemen kunnen oplossen. Een zekere onverschilligheid is gewenst en soms zelfs bittere noodzaak.
In Het empathisch teveel neemt Ignaas Devisch de lezer, uitgaande van voorbeelden uit het actuele maatschappelijke debat, mee in de geschiedenis van het denken over empathie. Hij daagt ons uit na te denken over ons mensbeeld: schuilt in ieder mens behalve een vriend niet ook een schurk?
Dit boek is grote aanrader voor iedereen die de maatschappij beter wil begrijpen. Voor degene die een beleidsfunctie uitoefenen zou dit eerder verplichte literatuur mogen worden. Ignaas Devisch slaagt er in om in elke zin de nagel op de kop te slaan. Zijn argumenten zijn gesteund door diverse wetenschappelijke bronnen. Het is een boek dat een verrijking voor jezelf inhoudt eenmaal je de conclusie hebt bereikt. Hoewel ik met veel argwaan aan dit boek gestart ben, omwille van de titel, wil ik het iedereen aanraden.
3,5. Een interessant pleidooi voor een werkbare onverschilligheid. Devisch geeft met het belangrijke onderscheid tussen solidariteit en empathie een nieuwe wending aan een debat dat in de media vaak te oppervlakkig wordt gevoerd. Vooral de laatste twee hoofdstukken zijn verrijkend en diepgaand.
Goed betoog voor een goede zaak, al had het met vlagen wel een hoog 'gras-is-groen' gehalte. Daarnaast heeft het boek enerzijds een goede structuur, maar worden er soms naar mijn idee voorbeelden gebruikt die niet helemaal in de structuur passen. Al bij al een leuk filosofisch werk om tussendoor te lezen.
'Beter dan maatschappelijke ongelijkheden met een moreel sausje te overgieten en te doen alsof we precies weten wat een ander doormaakt, is het om maatschappelijke problemen als maatschappelijke problemen te definiëren en niet als kwesties die we kunnen oplossen door meer empathie te vertonen.'
ik heb heel wat nieuwe inzichten opgedaan. over mijn dichte kring van mensen waar empathie van toepassing is tot op macro schaal denken in de maatschappij waar onverschilligheid ok kan zijn.
“Wie geen grenzen markeert, hetzij aan empathie en naastenliefde, hetzij aan solidariteit en rechtvaardigheid, creëert een eigen grenzeloosheid. Dan willen goede bedoelingen wel eens op hun tegendeel uitlopen.” p.153
“Maar als we maatschappelijke problemen reduceren tot een kwestie van empathie, of het gebrek daaraan, dan gaat het uitsluitend om het ontwikkelen van een goed gevoel als je anderen helpt.” p.59
“(…) tegelijkertijd is het te gemakkelijk om deze mensen te veroordelen. Elke altruïstische daad veronderstelt immers een vorm van zelfverloochening en ook daaraan zijn grenzen. Als we niet langer onze eigen vermeende morele zuiverheid als illusoir uitgangspunt nemen, slagen we er misschien beter in te beseffen dat ook onze medemensen niet aan de hoogste morele eisen kunnen voldoen.” p.138-139
“Voortdurend en tegenover iedereen empathisch zijn is niet alleen te hoog gegrepen, het is onwerkbaar en empathie heeft ook een keerzijde. Daarom is het niet wenselijk om empathie tot uitgangspunt van het maatschappelijk handelen te maken. Als we te dicht op elkaar betrokken moeten zijn om de samenleving in stand te houden, wordt empathie een overbelaste empathie die op het tegendeel dreigt uit te lopen.” p.142
“Werkbare onverschilligheid betekent niet dat we hardvochtig voor elkaar mogen zijn. Werkbare onverschilligheid is een noodgedwongen ontlasting van het morele systeem, opdat we niet aanhoudend empathisch hoeven te zijn met betrekking tot het leed dat zich in de wereld voordoet of heeft voorgedaan. Empathie werkt, omdat het selectief is.” p.150
Het boek heeft de verdienste dat het je helpt om enkele stellingen te verwoorden en scherp te zetten waar ik zelf mee zat. Bv.: - "er is geen tekort aan empathie in de maatschappij, eerder een teveel" - "een rechtvaardige en maximaal ondersteunde samenleving creëer je best obv een zekere onpersoonlijke onverschilligheid ipv obv empathie" - "meer empathisch zijn maakt ons niet noodzakelijk tot betere mensen, en minder empathisch zijn niet noodzakelijk tot slechtere." - "empathie linkt sterk aan morele verontwaardiging. Dit kan bijzonder destructief zijn omdat het toelaat dat vijandiglijkheid of haat voor deugd kan doorgaan" - "de grens tussen naastenliefde en zelfliefde is vaag"
Het is een dun boekje, maar mss kon het nog iets dunner - naar het einde toe stak wat herhaling op en verloor ik mijn initiële interesse wat. En misschien was een stukje over hoe je in de praktijk tot criteria kan komen in een 'werkzame onverschilligheid' ook wel interessant geweest.
Dit is geen boek van begin tot einde weet te boeien, maar de sterkte van Ignaas Devisch is dat hij je telkens weer bij de les houdt door de grote lijnen van het boek aan te geven bij het begin van elk hoofdstuk. Ik was ook sceptisch bij aanvang, want hoe kan dat nu: té empathisch zijn. Maar de filosoof draagt zeer aannemelijke argumenten aan om te illustreren dat empathie niet in alle situaties de beste houding is. Hij benadrukt het belang van solidariteit als alternatief voor empathie en als basis voor een organisatie van ‘de zorg’ in de breedste zin van het woord. Solidariteit vraagt immers wel een engagement, maar niet een ‘meeleven’ met elk leed, wat onrealistisch is. Maar lees het vooral zelf, zou ik zeggen.
Dit boek geeft een compleet nieuw inzicht op een gebied waar ik nog weinig echt over had nagedacht. Is naastenliefde wel altijd goed? Moeten we altijd met alles en iedereen meeleven? De boodschap is echter wel snel duidelijk, en de schrijver valt op een gegeven moment té vaak in herhaling. De tweede helft van het boek komt daardoor wat warrig en ongestructureerd over.
Desalniettemin leest het heerlijk weg en zorgt het er in ieder geval voor dat je je iets minder schuldig voelt als je soms wat pagina’s slecht nieuws in de krant overslaat.
Is empathie altijd goed? Is er een actueel maatschappelijk tekort aan empathie of eerder een teveel? Dit boek brengt de positieve en de negatieve keerzijde die empathie meebrengt. Hoe empathie kan werken als voorwaardelijke solidariteit en al gauw kan omslaan in verontwaardiging, woede en een genadeloos veroordelen van de ander, gebaseerd op een persoonlijke interne weerspiegeling en impulsief buikgevoel. Over manipulatie, stockholmsyndroom en de keerzijde van persoonlijke en maatschappelijke empathie.
Ik was er niet op voorbereid om dit boek zo interessant te vinden. Het is een must read voor degene onder ons die het gedrag van anderen niet volledig begrijpen. Waarom lijkt het alsof iedereen enkel met zichzelf bezig is? Waarom reageert bijna niemand als er iets dodelijks op straat gebeurd? Dit zijn allemaal vragen die beantwoord worden. Dit boek heeft mijn kijk op individuele in de maatschappij verbreed.
Interessant betoog: empathie is nuttig, maar selectief. Het werkt niet op niveau van een hele samenleving, want geen mens kan empathie hebben voor een ieder die dat verdient. Het is dus niet zo inclusief. Devisch stelt dat we noodgedwongen aan ‘werkbare onverschilligheid’ moeten doen en we daamee meer goed kunnen doen.
Vier sterren voor het boek in zijn geheel, maar vijf sterren voor het uitstekende einde!
Een boek dat ik sowieso iedereen zou willen aanraden die op een genuanceerde manier wil nadenken over de mogelijkheden en beperkingen van moreel gedrag op kleine en grote schaal.
Goed boek, logische structuur en met enkele interessante inzichten. Op het einde wel een beetje herhaling en wat anekdotisch als afsluiter (Merkel), sterker slot was misschien mogelijk.
"Ik maak me vooral grote zorgen om het inflatoire politieke gebruik van empathie wanneer die hand in hand gaat met de ontmanteling van solidariteit als sleutelmechanisme."
Interessant boek, met als 2 laatste hoofdstukken een duidelijk en diepgaand standpunt. Komt trager opgang door de eerste 3 hoofdstukken die eigenlijk het kader voor het boek schetsen.
Voor mij verrassende analyse en kijk op empathie. Pleidooi voor onverschilligheid aangezien empathie vaak leidt tot uitsluiting door aandacht voor het individu.
Op zich een mooi pleidooi om het begrip empathie niet te veel te romantiseren en het belang van solidariteit en rechtvaardigheid te onderstrepen. Mijn twee grootste bezwaren: 1. Ondanks dat er een heel hoofdstuk gewijd is aan het definiëren van empathie wordt het begrip in de rest van het boek heel losjes gebruikt. Van elkaar begrijpen tot schenken aan goede doelen, aardig zijn, spiegelneuronen: als je empathie zo los definieert wordt het een hol begrip dat je overal op kan toepassen en dat werkt nou juist het romantiseren van empathie in de hand. 2. Zoooo veel herhaling. Wat mij betreft had het punt ook makkelijk in een artikel gemaakt kunnen worden…