Soms moet je ‘er in’ komen, je door de eerste tientallen bladzijden van een boek worstelen vooraleer de personages tot leven komen en er een nieuwe wereld voor je opengaat: het woord is vlees geworden. Maar soms weet je meteen: dit zit goed, dit verhaal staat als een huis, deze roman gaat niet aan zijn eigen gewicht ten onder, deze personages zakken niet door het ijs.
Zo verging het me bij de eerste bladzijde van ‘De Consequenties’ van Niña Weijers. Een wervelende eerste zin ook, je weet niet wat hij betekent, je weet alleen dàt hij betekent: “Op de dag dat Minnie Panis voor de derde keer uit haar eigen leven verdween stond de zon laag en de maan hoog aan de hemel.” Zo ‘n zin grijpt je bij je nekvel zoals alleen een goed gedicht dat vermag. Hoe kun je uit je eigen leven verdwijnen, tenzij dan die ene keer die meteen de laatste keer is? En Minnie Panis doet dat dan al voor de derde keer!
Na de mystiek van de eerste zin volgt het mysterie van de tweede zin: “Het was 11 februari 2012, de dag was helder en koud, maar niet koud genoeg”, staat er. Niet koud genoeg waarvoor? En wat is er aan de hand met 11 februari 2012? 11.02.2012, net geen palindroom, net geen datum die zichzelf spiegelt, net geen dag in het leven die in zijn eigen staart bijt en zo een ‘eeuwige terugkeer’ markeert, want dan had het een jaartje eerder moeten zijn. Wel een dag op volle getalsterkte, even normaal als nadrukkelijk en dus als noodlottig aangekondigd.
Van het mysterie dat op die dag opsteekt als een windvlaag landen we in de volgende zinnen weer in de gewone Amsterdamse werkelijkheid, voetjes op de grond. Of toch niet helemaal, want er wordt verwoed geschaatst op de grachten, op de dunne ijzers waarmee de Nederlanders zich tegen de zwaartekracht afzetten. Maar hoe knap formuleert Weijers dat, alsof ze de taal zelf op sterk water zet: “Er werden tochten georganiseerd en afgelast, er werd gespeculeerd over een Elfstedentocht, wel, niet, een winterse cadans die het land in zijn greep hield alsof het koersen betrof en iedereen aandelen bezat.” De cadans van die zin alleen al, zo schaatsend over die eerste bladzijde! En dan die achteloze vergelijking om de ijsgekte van de Hollanders te schetsen. Als Vlaming mag ik dat zeggen: ze zijn ook écht makelaars, speculanten in ijs als het vriest boeven de Moerdijk, veel meer nog dan makelaars in koffie.
Na die ‘down to earth’ benadering van het winterse Nederland waar iedereen alleen maar monomaan denkt aan de Elfstedentocht, ja, neen, volgt een filosofische beschouwing middels een naar de toekomst verwijzende vergelijking tussen weersomstandigheden en verliefdheid, en de merkwaardige kortzichtigheid die het menselijk lichaam er in beide gevallen op nahoudt: “het denkt dat de huidige toestand altijd zal blijven voortbestaan en steekt niets, maar dan ook niets op van het verleden, dat misschien wel iets roept, maar dan toch recht tegen de wind in.” Poef, dat belooft niet veel goeds. De alwetende verteller weet dat verliefdheid en het weer nooit blijft wat het is. En dat zoiets consequenties heeft. Het verleden – dat de personages niet kunnen of niet willen horen – zal hen inhalen. En snel.
Let wel: dit alles staat op de eerste bladzijde van ‘De Consequenties’ en het maakt deel uit van de proloog van anderhalve bladzijde. Die proloog eindigt met de concretisering van de allereerste zin – over de dag waarop Minnie Panis voor de derde keer uit haar eigen leven zou verdwijnen. De alwetende verteller blijkt dan helemaal niet zo alwetend te zijn. Samen met de lezer vraagt hij zich af “waarom Minnie rond twee uur ’s middags moedwillig op het te dunne ijs ging staan en bleef staan terwijl het scheurde”.
Het mysterie vergroot en het ijs scheurt dus op die fatale dag, zoals 2000 jaar eerder in de Tempel in Jeruzalem het voorhangsel scheurde op het moment dat Jezus stierf aan het kruis. Overigens géén negatief geladen gebeurtenis, maar juist een ‘eenmalige bevrijdende aangifte’ van formaat: door zijn dood heeft Jezus de scheiding – het ‘voorhangsel’ - tussen God en de mens ongedaan gemaakt. Jezus als de Verlosser, het Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld. Het zit allemaal vervat in de eerste anderhalve bladzijde van De Consequenties. Jezus.
En dat – van de zo nadrukkelijk gedateerde dag (des oordeels?) over het (al dan niet goddelijke) lam naar het scheurend ijs en het in het niets willen (of net niet willen) verzinken – keert allemaal terug in de 280 bladzijden die daarna nog volgen. Over kunst en werkelijkheid en hoe die in mekaar overlopen, over afwezigheid die iets of iemand juist zo nadrukkelijk kan oproepen, aanwezig maken, over visioenen en mystiek, over Picasso, Marina Abramovic, Lao Tse en de smakeloze commercialisering van alternatieve manieren van kijken, denken en bestaan. Over de consequenties van elke daad, ook de daad die niet gesteld is. En over een creditcard als seksspeeltje. Maar dat moet u maar zelf lezen.