Voor Mike Boddé is geluid alles. Trillende lucht is zijn leven, want via zijn oren komt de wereld het hardst bij hem binnen. Dus toen Boddé merkte dat zijn gehoor achteruitging, voelde hij de noodzaak om alle geluiden te beschrijven die op hem de meeste indruk gemaakt hebben. En dan gaat het niet alleen over muziek, maar ook over het zingen van een plastic voetbal die stuitert op de straat, het klaaglijk druppelen van een longdrain in de borstkas van zijn broer, de stadsruis van Manhattan, de schreeuw van de lachmeeuw op Bonaire, het ratelen van een bierdopjesgordijn en het geluid van de stilte.
Tril werd daarmee een autobiografie in geluiden, een 'audiografie'.
Hij schrijft wel leuk, maar vervalt teveel in herhaling, vooral over zijn seksuele escapades. En hij raakt me kwijt bij de stukjes over muziek, waarbij het probleem is dat ik zijn fascinatie voor bepaalde muziek niet deel. Muziekvoorkeuren blijken helaas niet overdraagbaar, hoe leuk je ook schrijft. Ik vind het idee, geluid en wat het triggert als uitgangspunt voor bespiegelingen interessant, maar teleurstellend uitgevoerd.
Bij tijd en wijle hilarisch. Het eerste hoofdstuk is overrompelend, emotionerend, aandoenlijk, swingend. Boddé snijdt gevoelige onderwerpen aan, zoals de dood en racisme. Allengs sluipen er wat slordigheden en herhalingen in. Sommige stukken zijn technisch, sommige wat oppervlakkig, studentikoos, cabaretesk. Maar: zalige vent vol talent én zelfspot. Rotterdam!
Om sommige dingen heb ik hardop gelachen, maar het is al met al vooral een boek dat tijdens de vakantie, op verloren momenten of in de wachtkamer voor een of ander prima gezelschap is.