Verscheen eerst als feuilleton in "Het Indisch Vaderland" 1883-1884. Eerste uitgave in boekvorm 1884.
In "Uit de suiker in de tabak" is de hoofdpersoon James van Tuyll, een notariszoontje dat veel schulden heeft gemaakt en dat daarom als 'presentkaasje' naar de Oost wordt gestuurd. Het verwende, steedse jongetje met zijn studenitkoze manieren en modieuze kleding, wordt op de kade in Semarang geconfronteerd met het Indische leven in de vorm van zijn oom Willem, een ouderwetse planter, die hem in een allerzonderlingste werkkleding komt afhalen, op blote voeten, opgestroopte broek en een eigenaardig bamboezen hoofddeksel op tegen de zon. James van Tuyll voelt zich in den beginne doodongelukkig temidden van de ruwe planters, die altijd blijven 'naplakken' en kletsen en op uitbundige manier feesten na dagen van hard werken in een soms gruwelijke eenzaamheid. Maar na enige tijd past hij zich aan en hij wordt ten slotte... een 'Indisch burger' in plantergedaante. Als het zover is, is James van Tuyll onherroepelijk veranderd. Daum is niet zomaar met zijn hoofdpersoon te vereenzelvigen, al hoort men Van Tuyll met zijn stem praten, met zijn spot en ironie, maar wat hij wel doet is in James van Tuyll de verandering weergeven die elkeen, dus ook hij, in Indië ondergaan heeft, dat onherroepelijk proces van ontnuchtering dat tot humor leidt als bij Daum zelf, of tot cynisme als bij Drossaarts, of tot eenzaamheid en gelatenheid als bij van Tuyll, maar in alle gevallen met afwijzing van elke dramatiek of pathetiek. (uit het voorwoord door R. Nieuwenhuys)
Paulus Adrianus (Paul Adriaan) Daum, publicerend als P.A. Daum of onder het pseudoniem Maurits, was een Nederlandse journalist, toneelschrijver en romanschrijver. Zijn meest gelezen werken zijn de romans Uit de suiker in de tabak en Goena-Goena.
Het debuut van ‘paatje’ Daum is een soort soap uit 1885. Het verhaal werd oorspronkelijk geschreven als feuilleton, vandaar alle verrassende wendingen en cliffhangers. Stiekem was Daum een journalist die door middel van zijn romans misstanden in de samenleving (zoals een dubbele moraal) aan de kaak stelde. Hoofdpersoon James van Tuyll komt terecht in de tabakscultuur van Nederlands-Indië en ontpopt zich tot een racistische, hypochriete anti-held. Bekende ingrediënten uit de Indische letteren, zoals fortuin maken, roddel en goena-goena, komen ook hier veelvuldig aan bod. Een interessante naturalistische roman, met hier en daar zelfs een vleugje feminisme!