Toen Bernlef in oktober 2012 overleed, liet hij diverse voltooide maar ongepubliceerde manuscripten na, waaronder Wit geld , een bundel vol tragikomische verhalen over mensen die streven en meestal falen. In het titelverhaal komt een man die bij de Belastingdienst werkt een mogelijke fraude op het spoor. Hij reist af naar de Kaaimaneilanden om er op onderzoek uit te gaan maar raakt verzeild in merkwaardige verwikkelingen die hij maar half lijkt te begrijpen. Of is hij wel degelijk meester van de situatie en probeert hij te ontsnappen aan zijn baan, aan zijn huwelijk, aan zichzelf? Bernlef laat het, vanzelfsprekend, in het zijn personages zoeken, en dat zoeken is in deze verhalenbundel een doel op zichzelf.
Eindelijk las ik dan de laatste verhalenbundel van Bernlef. Ik heb zo'n beetje alles van de man gelezen. Hij is mijn favoriete Nederlandse auteur. Toch vond ik deze bundel een beetje tegenvallen. Maar dat kan ook komen omdat ik hem zo hoog heb. Het plot van de verhalen kwam mij wat zouteloos over. Maar Bernlef blijft onovertroffen in de heldere en verfijnde waarneming. Vooral waar het de defecten of tekorten van ons brein betreft. in 'Een ander land' laat hij de hoofdpersoon over de eenzaamheid van een depressie zeggen: 'Het is niet de eenzaamheid zoals wij die in het normale leven definiëren. In die toestand bestaat er altijd nog een band met de omgeving. Daar heb je nog woorden voor. Maar in de eenzaamheid die ik bedoel beschermen de woorden je niet langer. Je brein verbreekt alle verbindingen, keert tot zichzelf in. Je bent alleen nog maar lichaam, pijn. Dan is er maar één oplossing. Je bent op de wereld gezet om te sterven. Al het andere is zinloos gebazel. Het is een verblindende waarheid. er valt niet tegen te vechten. Je bent je eigen vijand geworden. Jij bent de enige die hem kan verslaan. Je bent overgeleverd aan een woordenloze misere, aan een waarheid die geen mens kan verdragen.' Kijk, daarom lees ik Bernlef: om de humane manier waarmee hij de kwetsdbaarheid van het leven beschrijft. Treffend.
Recensie voor De Leesfabriek 2014. Wit geld is het derde boek van Bernlef dat ik lees – na Buiten is het maandag en Onbewaakt ogenblik. Ik vond alle drie de boeken prachtig, maar waarom ik ze zo mooi vind, is moeilijk in een recensie te vatten.
Wit geld is een verhalenbundel die postuum is verschenen. Vlak voor Bernlef in 2012 overleed stuurde hij alle voltooide manuscripten die hij nog had naar zijn uitgever en dat wordt allemaal uitgebracht. Ook Onbewaakt ogenblik is na zijn dood verschenen. Het eerste deel Alles moet weg bevat zes verhalen over zoekende en enigszins treurige hoofdpersonen, bij wie het allemaal niet helemaal wil lukken. Het titelverhaal gaat over een belastinginspecteur die op eigen houtje naar de Caymaneilanden vliegt om een fraudezaak te onderzoeken. Ik kon moeilijk in het eerste verhaal komen, vooral omdat ik me helemaal niet met de hoofdpersoon kon identificeren. Ik vond hem een beetje te naïef en dacht telkens ‘doe dat nou niehiet’. Wel stond het eerste verhaal vol met prachtige zinnen en bevindingen. Het tweede verhaal las ik met veel meer plezier en daardoor kwam ik alsnog in het boek.
Het tweede deel His master’s voice bevat twee oorlogsverhalen, hoewel het tweede verhaal meer een novelle is. Bernlef heeft zelf bepaald dat deze verhalen bij elkaar moeten staan, de volgorde van de rest van het boek is bepaald door zijn vrouw en kinderen. De oorlog wordt van een andere kant belicht dan in de meeste boeken, eerst wordt er verteld over de jazz die een Duitse soldaat en een Nederlandse jongen bindt aan de hand van zes jazznummers, daarna gaat het over een jongen die alles kwijt raakt als Nederland bevrijd wordt, zijn verzetsvrienden en zijn ouders. Dit deel van het boek leest heel anders dan de rest van het boek, er wordt een andere sfeer gecreëerd, al kan ik niet benoemen wat het verschil is. Het leest nog steeds prettig en vooral nu wilde ik door blijven lezen.
De verhaallijnen en personages in Wit geld zijn heel erg intrigerend en bijzonder. Bernlef bekijkt de wereld vanuit een ander perspectief dan de meeste mensen en zoomt in op dingen die je normaal niet opvallen. Bernlef geeft in alle verhalen een helder en gedetailleerd beeld van de omgeving. Zijn boeken, ook deze bundel, zijn heel erg mooi door de combinatie van vakmanschap en schrijverstalent. Eigenlijk vallen de boeken van Bernlef niet te recenseren, omdat hij ze haast ongrijpbaar schrijft.
Citaat : Ze glimlachte zonder precies te weten waarom. Recht tegenover haar, waar vroeger het Meubelpaleis had gezeten, zag ze plotseling een donkere hand boven de kranten, waarmee de winkelruit was volgeplakt, uitsteken. De hand begon voorzichtig de bovenste rij kranten los te scheuren. Hier en daar bleven stukjes krant tegen het raam kleven. Toen de hand de twee bovenste stroken had losgetrokken zag ze het gezicht en bovenlichaam van een donkere jongen met pikzwart glanzend haar. Hij was volkomen in zijn werk verdiept. Krant voor krant trok hij los en liet hem dan achter zich in de winkel vallen. Ze zag nu dat hij op een lage keukentrap stond. Toen hij klaar was schoof hij de ladder opzij en keurde het resultaat van zijn werk. De nu weer doorzichtige etalageruit, bespikkeld met stukjes achtergebleven krantenpapier, gaf uitzicht op het lege winkelinterieur. In bijna vervaagde slordig geschreven kalkletters was nog net zichtbaar wat er had gestaan. ‘Alles moet weg'. Review : Bernlef was een fortuinlijk schrijver, dichter en vertaler en toen hij in oktober 2012 overleed, liet hij diverse voltooide maar ongepubliceerde manuscripten na. Wit geld, een bundel vol tragikomische verhalen over mensen die streven en meestal falen, was daar één van. In het titelverhaal komt een man die bij de Belastingdienst werkt een mogelijke fraude op het spoor. Hij reist af naar de Kaaimaneilanden om er op onderzoek uit te gaan maar raakt verzeild in merkwaardige verwikkelingen die hij maar half lijkt te begrijpen. Bernlef laat het vanzelfsprekende, in het midden: zijn personages zoeken, en dat zoeken is in deze verhalenbundel een doel op zichzelf. Wit geld bestaat uit twee delen en acht verhalen. Het eerste deel, 'Alles moet weg', bevat 'tragikomische verhalen over mensen die streven – en meestal falen'. Het tweede deel, 'His masters voice', bevat twee oorlogsverhalen. In 'Onvervalste jazz' komt Bernlef terug bij een van zijn grote liefdes: de jazz, die muziek die als universele taal die van de vijand een vriend maakt. Een Duitse soldaat en filosofiestudent klopt aan bij de jonge Sietze. Jazz is verboden, maar in plaats van de lp's en grammofoon in beslag te nemen, brengt de soldaat zelf een koffertje met platen mee. 'Muziek overstijgt alles, voor jazzliefhebbers bestaat er geen oorlog', zegt de soldaat in deze kleine ode aan de muziek. Verbondenheid tegen de achtergrond van de hongerwinter in Amsterdam. De novelle 'Bevrijding' speelt zich af in de nadagen van de oorlog. De jonge verzetsheld Peter heeft zijn oud-werkgever, een collaborateur, vermoord en wordt opgepakt. Al snel komt hij tot het besef dat iedereen hem in de steek laat. Wit geld is een prachtige verhalenbundel waarin de grote verteller Bernlef weer helemaal tot leven komt. Zijn verhalen hebben een weemoedige ondertoon, die zelden somber wordt door de tragikomische draai die hij aan de verwikkelingen geeft.
Een paar verhalen die na de dood van J. Bernlef zijn uitgegeven. Beide hebben een mistroostige blijheid over zich heen. De eerste speelt zich af op een Caribisch eiland met als hoofdonderwerp de controle die een inspecteur van de belastingen op eigen initiatief uitvoert naar mogelijk witwassen van geld. Uiteraard loopt dit anders dan gewenst. Het laatste verhaal heeft een heel andere setting - het eind van de Tweede Wereldoorlog - maar kent een nog meeer bedrukte sfeer. Waar iedereen de bevrijding viert, loopt de hoofpersoon hoopvol met zijn hoofd tegen een muur van Duitsers, Canadezen en het gezag. Alleen in het verhaal dat speelt tijdens de oorlog heeft de hoofdpersoon een wat gelukkigere lijn te pakken. Hij heeft, via een Duitse soldaat, een kennismaking met de jazz. En dat alleen al brengt een glimlach om mijn mond. Zeker als J. Bernlef het schrijft.
Ik heb niet alle kortverhalen in deze bundel gelezen. Specifiek las ik 'Wit geld', 'De Figurant' en 'Bevrijding'. Uit alle drie verhalen spreekt een zeer droevige en serieuze ondertoon. Deze verhalen blinken uiterlijk uit in taalgebruik, maar ook innerlijk in anonimiteit, nutteloosheid en gelatenheid van de hoofdpersonages. Gek genoeg voelde ik de wanhoop die elk hoofdpersonage in zijn situatie ondervind het hardst. 'Witgeld' is Kafkaesque, 'De Figurant' droevig absurd en 'Bevrijding' een geloofwaardig verhaal over iemand met sterke schouders die mentaal breekt.
Dit boek werd uitgebracht na Bernlef's dood. De verhalen dateren van zijn laatste levensjaren. Elk verhaal geeft een inkijk in Hoe Bernlef naar de wereld keek en hoe hij zich voelde deze periode.
Een bundel verhalen over mensen met drijfveren die Bernlef in het midden laat en waarbij het zoeken hiernaar een doel op zichzelf is. Niet elk verhaal voelt als helemaal af en dat klopt natuurlijk ook bij postuum gepubliceerd werk. Persoonlijk vind ik het jammer dat het de finishing touch mist (uitzondering het verhaal wit geld), die in andere werken van hem wel aanwezig is en die Bernlef tot een van mijn favoriete schrijvers maakt!
Uit de nalatenschap van de meester, toch nog een klein meesterwerkje.
Bernlef is één van de allerboeiendste schrijvers uit het Nederlandse taalgebied en niets gepubliceerd dat het lezen niet waard is. Vaak dunne, sobere pareltjes over grip en herinnering, over ons geheugen en hoe we (doorgaans tevergeefs) proberen dit vluchtige bestaan te vatten.
Wit geld stamt, net als het afzonderlijk gepubliceerde Het onschuldige meisje, uit de nagelaten werken die, zo goed als af, alsnog gepubliceerd worden.
Het onschuldige meisje is een pretentieloos niemendalletje; Wit geld bevat uiterst boeiende kortverhalen en fragmenten. Vooral het titelverhaal verdient een plaats tussen Bernelfs beste.