Bas Bonje Bolleboos is elf en moet gaan logeren bij een tante van wie hij nog nooit heeft gehoord. Tante Geola woont in een heel oud kasteel, Tot Slotte, in een heel klein dorpje waar niemand ooit naartoe wil.
Tegelijk let Bas verschijnt er in Krot-Kronkelinge een wel erg vreemde man, die zichzelf de Tsaar van eender waar noemt. Hij is ervan overtuigd dat tante Geola een heks is en wil haar ontmaskeren.
Samen met Tasje, de kleindochter van de Tsaar, kan Bas Bonje voorkomen dat tante Geola op de brandstapel eindigt. Maar dan blijkt dat de Tsaar met zijn gestuntel nog iets veel ergers in gang heeft gezet...
Mark Tijsmans is acteur, zanger en auteur, en was onder meer wrapper voor Ketnet. Ook in musicals is hij thuis: zo was zijn musicaldebuut de hoofdrol in Peter Pan. Als jeugdauteur won hij onder meer de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen en werd enkele keren genomineerd voor de Boekenleeuw.
Bij een boek van Mark Tijsmans weet ik van tevoren al dat het leuk en grappig is. Ook dit keer weer. Hoewel ik zijn andere boeken denk ik net iets sterker vond qua verhaallijn heb ik ook dit keer weer regelmatig in een deuk gelegen. Vooral bij de gebeurtenissen na het opzeggen van een bepaalde spreuk 😂 Ik zal er meer niet teveel over zeggen, maar als je houdt van humoristische boeken zou ik deze zeker lezen. Als je dat doet: doe dan de groeten aan het spook van Koekemoeke. Binnenkort maar eens op zoek naar deel 2.
Ik behoor niet tot de doelgroep waarvoor Tijsmans zijn boeken schrijft, maar heb de meesten met veel plezier gelezen. Sterker nog, door zijn debuut “Het geheim van te veel torens” uit 2006 ben ik met plezier gaan lezen; daarvoor was het lezen een vervelende veplichting voor school. Sindsdien heb ik nagenoeg alles gelezen; alleen de Teiresiasreeks is grotendeels aan me voorbij gegaan.
Maar, zoals gezegd, ik behoor niet tot de doelgroep van deze boeken. Dit boek, ik vermoed het eerste deel van een nieuwe reeks, kan me niet echt bekoren. Tijsmans is sterk in het spelen met woorden, hoewel hij soms wat te veel in herhaling kan vallen, maar komt hier helaas niet veel verder dan grappige dorpsnamen. Daarnaast heeft hij in zijn eerdere boeken steeds moeiteloos meerdere verhaalijnen door elkaar weten te verweven, hier blijft het verhaal voor zijn doen bijzonder eenvoudig. Daarbij is het boek bizar slecht geredigeerd. Is het dan helemaal slecht? Neuh, maar “Het geheim van te veel torens” en de “Wiet Waterlanders”-reeks zijn sterker.
Misschien is dit niet een van zijn betere werken. Misschien ben ik zijn boeken nu echt ontgroeid. Misschien is het sowieso beter om de beoordeling over te laten aan de lezers die wél tot de doelgroep behoren.